Statuten

 

 
    Rotterdam e.o. Reglementen  
 
 
   
Statuten van de vereniging N.B.B. District Rotterdam & Omstreken

Statuten van de vereniging N.B.B. District Rotterdam & Omstreken

I. NAAM EN ZETEL

Artikel 1

1. De vereniging draagt de naam “N.B.B. District Rotterdam & Omstreken”. Zij wordt in deze statuten aangeduid als “de vereniging”.
2. Zij heeft haar zetel te Rotterdam.

II. OPRICHTINGSDATUM EN VERENIGINGSJAAR

Artikel 2

1. De vereniging is een voortzetting van de op één februari negentienhonderd één en dertig onder dezelfde naam opgerichte vereniging.
2. Het verenigingsjaar loopt van één januari tot en met één en dertig december daaropvolgend.

III. DOEL

Artikel 3

1. De vereniging heeft ten doel de uitoefening van het bridgespel in de meest uitgebreide zin des woords te bevorderen, alles in overeenstemming met de regels welke de Nederlandse Bridge Bond daarvoor stelt.
2. De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door het organiseren van wedstrijden en competities, het verlenen van medewerking aan hen, die het bridgespel beoefenen of willen beoefenen en verder door alles te doen wat voor de beoefening van het bridgespel nuttig kan worden geacht.

IV. LEDEN – AANGESLOTENEN – BEGUNSTIGERS

Artikel 4

1. De vereniging kent leden, ereleden en leden van verdienste, aangeslotenen en begunstigers
2. Leden van de vereniging kunnen slechts zijn verenigingen, die als lid van de vereniging zijn aangenomen overeenkomstig de daartoe bij het Huishoudelijk Reglement vast te stellen regelen.
3. Ereleden en leden van verdienste zijn natuurlijke personen, die zich jegens de vereniging op bijzondere wijze hebben onderscheiden en als zodanig door de algemene vergadering zijn benoemd, op voordracht van het bestuur of van één of meer leden.
4. Aangeslotenen zijn natuurlijke personen, die lid zijn van één der leden van de vereniging en als zodanig door een vereniging-lid zijn aangemeld. Aangeslotenen kunnen aan alle activiteiten van de vereniging deelnemen.
5. Begunstigers zijn zij die zich bereid verklaard hebben de vereniging financieel te steunen met een door de algemene vergadering vast te stellen minimumbijdrage.
6. Aangeslotenen en begunstigers hebben geen andere rechten en verplichtingen dan die welke hun bij of krachtens de statuten zijn toegekend en opgelegd.

V. TOELATING

Artikel 5

1. Het bestuur beslist omtrent de toelating van leden en begunstigers.
2. Bij niet-toelating tot lid of begunstiger kan de algemene vergadering alsnog tot toelating besluiten.

VI. REGISTER

Artikel 6

Het bestuur houdt een register, waarin de namen en de adressen van de leden, ereleden, leden van verdienste, aangeslotenen en begunstigers zijn opgenomen.

VII. EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP

Artikel 7

1. Het lidmaatschap eindigt:
a. door ontbinding of verlies van rechtspersoonlijkheid;
b. door opzegging door het lid;
c. door opzegging door de vereniging. Deze kan geschieden wanneer een lid zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, alsook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;
d. door ontzetting. Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten der vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt;
e. door beëindiging van het lidmaatschap van de Nederlandse Bridge Bond.
2. Opzegging door de vereniging en ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur.
3. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de vereniging kan slechts geschieden tegen het einde van een verenigingsjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken. Het lidmaatschap kan echter onmiddellijk worden beëindigd indien van de vereniging of van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
4. Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid, doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.
5. Een lid is niet bevoegd door opzegging van zijn lidmaatschap een besluit waarbij de verplichtingen van de leden van geldelijke aard zijn verzwaard, te zijnen opzichte uit te sluiten.
6. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereniging op grond dat een lid zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, alsook dat redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren en van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap staat de betrokkene binnen een maand na de ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep open op de algemene vergadering. Hij wordt daartoe ten spoedigste schriftelijk van het besluit met opgave van redenen in kennis gesteld. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst, met dien verstande evenwel dat het geschorste lid recht heeft zich in de algemene vergadering, waarin het in dit lid bedoelde beroep wordt behandeld, te verantwoorden.
7. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar eindigt, blijft desniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd.

VIII. EINDE VAN DE RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN BEGUNSTIGERS

Artikel 8

1. De rechten en verplichtingen van een begunstiger kunnen wederzijds door opzegging overeenkomstig de bepalingen in het Huishoudelijk Reglement worden beëindigd behoudens dat de jaarlijkse bijdrage over het lopende verenigingsjaar voor het geheel blijft verschuldigd.
2. Opzegging door de vereniging geschiedt door het bestuur.

IX. GELDMIDDELEN EN JAARLIJKSE BIJDRAGEN

Artikel 9

1. De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit de jaarlijkse bijdragen van de leden en begunstigers, inleggelden, boetes, schenkingen en uit eventuele andere baten.
2. De leden zijn voor elk hunner aangeslotenen gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage, die door de algemene vergadering zal worden vastgesteld. De aangeslotenen kunnen daartoe in categorieën worden ingedeeld die een verschillende bijdrage betalen.
3. De begunstigers zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse minimumbijdrage, die door de algemene vergadering zal worden vastgesteld.
4. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van een bijdrage te verlenen.

X. BESTUUR

Artikel 10

1. Het bestuur bestaat uit ten minste vijf personen, die door de algemene vergadering worden benoemd. De benoeming geschiedt uit de aangeslotenen.
2. De benoeming van bestuursleden geschiedt uit één of meer bindende voordrachten, behoudens het bepaalde in lid 3. Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd zowel het bestuur als vier of meer leden. De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering medegedeeld. Een voordracht door vier of meer leden moet voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend.
3. Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met ten minste tweederde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de algemene vergadering, genomen in een vergadering waarin tenminste tweederde van het aantal leden aanwezig of vertegenwoordigd is.
4. Is geen voordracht opgemaakt, of besluit de algemene vergadering overeenkomstig het voorgaande lid de opgemaakte voordrachten het bindend karakter te ontnemen, dan is de algemene vergadering vrij in de keus.
5. Indien er meer dan één bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die voordrachten.
6. Om voor benoeming in aanmerking te komen moet een aangeslotene meerderjarig zijn.

XI. BESTUURSFUNCTIES EN BESLUITVORMING VAN HET BESTUUR

Artikel 11

1. De bestuursleden die de functie van voorzitter, vice-voorzitter, secretaris, penningmeester en wedstrijdsecretaris zullen bekleden worden als zodanig benoemd. Een bestuurslid kan meer dan één functie bekleden.
2. Het bestuur kan uit zijn midden voor ieder der in het eerste lid genoemde functionarissen een vervanger aanwijzen.
3. Van het verhandelde in elke vergadering worden de secretaris notulen opgemaakt, die door de voorzitter en de secretaris worden vastgesteld en ondertekend. In overeenstemming met hetgeen de wet dienaangaande bepaalt, is het oordeel van de voorzitter omtrent de totstandkoming en de inhoud van een besluit beslissend.
4. Bij Huishoudelijk Reglement kunnen nadere regelen aangaande de vergaderingen van en de besluitvorming door het bestuur worden gegeven.

XII. EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP - PERIODIEK AFTREDEN – SCHORSING

Artikel 12

1. Elk bestuurslid, ook wanneer hij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
2. Elk bestuurslid treedt uiterlijk drie jaar na zijn benoeming af, volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreding. De aftredende is herkiesbaar. Wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in.
3. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:
a. door het eindigen van het zijn van aangeslotene:
b. door overlijden van en bedanken door het bestuurslid

XIII. BESTUURSTAKEN EN VERTEGENWOORDIGING

Artikel 13

1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.
2. Indien het aantal bestuursleden beneden vijf is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene vergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt.
3. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies of door één of meer personen die door het bestuur worden benoemd.
4. Het bestuur is, mits met goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden beroep worden gedaan.
5. Onverminderd het in de laatste volzin van lid 4 bepaalde wordt de vereniging in en buiten rechte vertegenwoordigd:
a. hetzij door drie gezamenlijk handelende bestuursleden;
b. hetzij door de voorzitter tezamen met één ander bestuurslid.

XIV. JAARVERSLAG - REKENING EN VERANTWOORDING

Artikel 14

1. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
2. Het bestuur brengt op een algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, zijn jaarverslag uit en doet, onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten, rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd beleid. Na verloop van de termijn kan ieder lid deze rekening en verantwoording in rechte van het bestuur vorderen.
3. De algemene vergadering benoemt jaarlijks uit de aangeslotenen een kascommissie van ten minste twee personen, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. De commissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit.
4. Vereist het onderzoek van de rekening en verantwoording bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan de kascommissie zich door een deskundige doen bijstaan. Het bestuur is verplicht aan de kascommissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken en bescheiden der vereniging te geven.
5. De last van de commissies kan te allen tijde door de algemene vergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere commissie.
6. Het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in de leden 1 en 2 tien jaren lang te bewaren.

XV. ALGEMENE VERGADERING

Artikel 15

1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
2. Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, wordt een algemene vergadering – de jaarvergadering – gehouden. In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde:
a. het jaarverslag en de rekening en verantwoording bedoeld in artikel 14, met het verslag van de aldaar bedoelde commissie;
b. de benoeming van de in artikel 14 genoemde commissie voor het volgende verenigingsjaar;
c. voorziening in eventuele vacatures;
d. voorstellen van het bestuur, de leden, de ereleden of leden van verdienste, aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering.
3. Voorafgaande aan iedere algemene ledenvergadering van de Nederlandse Bridge Bond wordt een algemene ledenvergadering gehouden waarin in ieder geval de volgende punten aan de orde komen:
a. de agenda van de algemene ledenvergadering van de Nederlandse Bridge Bond;
b. verkiezing van de vertegenwoordiger van de vereniging uit zijn leden naar de algemene ledenvergadering van de Nederlandse Bridge Bond.
4. Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.
5. Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek, met opgave van de te behandelen onderwerpen van ten minste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/tiende gedeelte der stemmen verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig artikel 19 of bij advertentie in ten minste een ter plaatse waar de vereniging gevestigd is veel gelezen dagblad, met inachtneming van de in artikel 19 vermelde oproepingstermijn.

XVI. TOEGANG EN STEMRECHT

Artikel 16

1. Toegang tot de algemene vergadering hebben alle bestuursleden, leden, ereleden en leden van verdienste van de vereniging. Geen toegang hebben geschorste leden, behoudens het bepaalde in artikel 7 lid 6 en geschorste bestuursleden.
2. Over toelating van andere dan de in lid 1 bedoelde personen beslist het bestuur.
3. Ieder lid van de vereniging dat niet geschorst is, heeft één stem voor elk aantal van vijf en twintig aangeslotenen van het lid. Voor het bepalen van het aantal door het lid uit te brengen stemmen geldt het aantal aangeslotenen van het lid dat op de eerste dag van de maand, waarin de vergadering wordt gehouden in het register, als bedoeld in artikel 6, is opgenomen.De bestuursleden zijn elk gerechtigd tot het uitbrengen van één stem.
4. Een stemgerechtigde heeft geen stemrecht over zaken die hem, zijn echtgenoot of één van zijn bloedverwanten in de rechte lijn betreffen.
5. Een lid kan zijn stemmen slechts door een bestuurslid van het lid of door een schriftelijk daartoe gemachtigde aangeslotenen uitbrengen.

XVII. VOORZITTERSCHAP EN NOTULEN

Artikel 17

1. De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter van de vereniging of bij diens afwezigheid door de vice-voorzitter. Ontbreken de voorzitter en de vice-voorzitter dan treedt één der door het bestuur aangewezen plaatsvervangers als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelve.
2. Voor het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter daartoe aangewezen persoon, notulen gemaakt, die door de voorzitter en de notulist worden vastgesteld en ondertekend. Zij die de vergadering bijeenroepen kunnen een notarieel procesverbaal van het verhandelde doen opmaken. De inhoud van de notulen of van het procesverbaal wordt ter kennis van de leden gebracht.

XVIII. BESLUITVORMING VAN DE ALGEMENE VERGADERING

Artikel 18

1. Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter dat door de vergadering een besluit is genomen is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voorzover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van een in het eerste lid bedoeld oordeel de juistheid ervan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
3. Voorzover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene vergadering genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
4. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
5. Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een tweede stemming, of ingeval van een bindende voordracht, een tweede stemming tussen de voorgedragen kandidaten plaats. Heeft alsdan weer niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats, totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken. Bij gemelde herstemmingen (waaronder niet is begrepen de tweede stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen op wie bij de voorafgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon, op wie bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht. Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan één persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt, op wie van die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht. Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.
6. Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende verkiezing van personen, dan is het verworpen.
7. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden zulks voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende gesloten briefjes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.
8. Een eenstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering.
9. Zolang in een algemene vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen, omtrent alle aan de orde komende onderwerpen – dus mede een voorstel tot statutenwijziging of tot ontbinding – ook al heeft geen oproeping plaatsgehad of is deze niet op de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift omtrent het oproepen en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen.

XIX. BIJEENROEPING ALGEMENE VERGADERING

Artikel 19

1. de algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden volgens het ledenregister bedoeld in artikel 6. De termijn voor de oproeping bedraagt tenminste zeven dagen.
2. Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld, onverminderd het bepaalde in de artikelen 20 en 21.

XX. STATUTENWIJZIGING

Artikel 20

1. in de statuten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van de algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld. De statuten zullen geen bepalingen mogen bevatten die onverenigbaar zijn met statuten en reglementen van de Nederlandse Bridge Bond gevestigd te Utrecht. Dit lid mag nimmer gewijzigd worden zonder verkregen schriftelijke toestemming van de Nederlandse Bridge Bond.
2. Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste vijf dagen voor de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. Bovendien wordt een afschrift als hiervoor bedoeld, aan alle leden toegezonden.
3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste tweederde van de geldig uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin ten minste tweederde van de leden tegenwoordig of vertegenwoordigd is. Is niet tweederde van de leden tegenwoordig of vertegenwoordigd, dan wordt na die vergadering een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden binnen vier weken na de eerste vergadering, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal tegenwoordige of vertegenwoordigde leden, kan worden besloten, mits met een meerderheid van tenminste tweederde van de geldig uitgebrachte stemmen.
4. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.

XXI. ONTBINDING

Artikel 21

1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering. Het bepaalde in de leden 1,2 en 3 van het voorgaande artikel is van overeenkomstige toepassing.
2. Bij ontbinding van de vereniging benoemt de algemene vergadering minstens twee vereffenaars, die gehouden zijn over hun beleid iedere drie maanden, dat de liquidatie voortduurt, verantwoording af te leggen.
3. Een eventueel batig saldo zal worden aangewend voor door de algemene vergadering te bepalen zodanige doeleinden als het meest met het doel van de vereniging overeenstemmen.

XXII. HUISHOUDELIJK REGLEMENT

Artikel 22

1. De algemene vergadering kan bij Huishoudelijk Reglement nadere regels geven omtrent het lidmaatschap, introductie, het bedrag van de jaarlijkse bijdrage, de werkzaamheden van het bestuur, de vergadering, de wijze van uitoefenen van het stemrecht en alle verdere onderwerpen waarvan de regeling haar gewenst voorkomt.
2. Wijziging van het Huishoudelijk Reglement kan geschieden bij besluit van de algemene vergadering, via een schriftelijk voorstel door ten minste eenderde gedeelte van de stemgerechtigden van de vereniging, of op voorstel van het bestuur.
3. Het Huishoudelijk Reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met deze statuten of met de statuten en reglementen van de Nederlandse Bridge Bond, gevestigd te Utrecht. Dit lid mag nimmer gewijzigd worden.

 
 

 

 

 
gegevens per woensdag 26 november 2008 print