Bridgeclub Alkemade….ons 60 jarig jubileum.

Zoals overal in Nederland werd er in het verleden ook in Alkemade volop gekaart. En ondanks de drukke werkzaamheden in een agrarische gemeente als de onze en de daarmee samenhangende, weinige vrije tijd, wisten de echte liefhebbers toch nog vaak tijd vrij te maken om òf thuis òf in het café te gaan kruisjassen, klaverjassen, boonhaken of whisten. Echter van bridgen hadden nog maar weinig dorpsgenoten gehoord. Toch werd er hier al in de vroege oorlogsjaren van 1942 in clubverband gebridged, zo weten we uit de gemeentelijke analen.

 De zeven initiatiefnemers; de jongens van de Jong, van Haestregt en Hoogenboom en Ger Huigsloot waren leden van de katholieke jongeren vereniging St.Pancratius en hun grote stimulator om te gaan bridgen was kapelaan A.Schrama.

Deze kapelaan, een echte liefhebber, die weer later pastoor te Oud Ade zou worden,  trad op als hun geestelijk adviseur, was algemeen leider, verzorgde de bridgelessen en was, in geval van nood, direct oproepbaar als invaller. Men speelde in die tijd in een van de vele lokalen van de Pancratiuszaal.

Een houten dorpsgebouw, waarin zich, voor en langs de bar, heel wat dorpsactiviteiten afspeelden. Toneel, biljarten, tafeltennis, turnen, padvinderij, jongerenopvang, consultatiebureau voor zuigelingen of zelfs een tandartspraktijk, je kon het zo gek niet verzinnen of het vond wel een plaatsje daar in de Pancratiuszaal. Het gebouw, al weer jaren en jaren geleden, gesloopt, stond tegenover de inmiddels ook verdwenen kerktoren, op de hoek van de Kerkweg en het Zuideinde. Op de plek waar nu al een tiental jaren het moderne verzorgingstehuis de Arendshorst staat. 

Echter, in de navolgende oorlogsjaren groeide het bridgeclubje niet aan en om wat reclame te maken liepen die acht leden allemaal mee in de gekostumeerde bevrijdingsoptocht van 1945. Veel heeft dat meelopen van toen blijkbaar niet geholpen, want jammer genoeg viel de kaartgroep, door gebrek aan kaarters, daarna snel uiteen.

Na de bevrijding raakte Nederland in het toenmalige Nederlands Indië in een koloniale strijd verzeild. Want meteen na de capitulatie van Japan in, augustus ’45, hadden Soekarno en zijn nationalistische medestanders daar de onafhankelijke republiek Indonesia uitgeroepen.  Nederland gesteund door het parlement en een groot deel van de bevolking erkende die republiek aanvankelijk niet en zette vervolgens alles op alles om Nederlands Indië te behouden. Er werd vervolgens besloten tot militair optreden. Dit optreden dat, politiek gezien, geen oorlog mocht heten, werd later, ter herstelling van de orde aldaar, een politionele actie genoemd. En voor dit optreden vertrokken in de loop der volgende jaren, vanuit Rotterdam, meer dan 100.000 dienstplichtige militairen, meestal met de boot, naar het opstandige Nederlands Indië.

Ook vanuit onze gemeente moesten ruim honderd dienstplichtige soldaten daarheen om te gaan vechten en onder hen waren Cor Heemskerk, Cor van Haastrecht, Arie Verdel, Leo van Berkel en de toen nog maar juist 20 jarige Co Termeulen. “We vertrokken op 18 september 1946 vanaf de Maaskade in Rotterdam met het troepenschip de “Indrapura” en we voeren, via het Suez kanaal, naar Indië. Voor de meesten van ons was dat alleen al een spannende gebeurtenis. Met z’n allen op zo’n grote boot, het steeds warmer wordend klimaat,  het slapen met honderden soldaten bij elkaar en eten halen volgens een cafetaria systeem was aanvankelijk een groot avontuur. Maar alles went en ook de verveling aan boord ging toen een rol spelen. Er werd dus heel wat afgekaart en na de passage van Suez al, kon je overal aan boord op de gekste plekken de bridgers samen spelend aantreffen. Na een lange en vermoeiende reis kwamen tenslotte een maand later in de haven van Tandjong Priok op Java  aan” zo vertelde Co Termeulen mij, op een avond, in zijn aan het meer gelegen appartement.  

“Ik kwam daar, als enige jongen uit de Veen, in een peloton van 65, aanvankelijk vreemde soldaten, als machinegeweerschutter op een speciale carrier te werken. We werden in een oude kazerne in de Javaanse stad Garuth opgevangen, van waaruit we een enorm gebied moesten bestrijken. We waren in het geheel niet goed uitgerust, het eten was aanvankelijk rampzalig en we moesten ons vrijwel met alles behelpen. De militaire situatie werd vervolgens alsmaar gevaarlijker en in het voorjaar van  ‘47 werden door ons de eerste militaire operaties uitgevoerd”.

“Die situatie gold natuurlijk ook voor de andere jongens uit ons dorp, van wie er enkelen samen waren ingedeeld en met wie ik wel regelmatig in contact wist te blijven. Zo was Cor Heemskerk, met nog enkele jongens uit de Veen, niet zo ver van mij op een buitenpost in het oerwoud gestationeerd. Omdat er ook daar weinig ontspanningsmogelijkheden waren, spreekt het welhaast vanzelf dat er, net als bij ons in de kazerne, in de vrije uren heel veel gekaart werd. Soldaat Cor Heemskerk diende er onder kapitein Hans Kreijns   -de man die weer jaren later met Bob Slavenburg wereldkampioen bridge zou worden-    en die introduceerde bij enkele liefhebbers uit zijn peloton, waaronder Cor, het bridgespel en gaf er hun les”.

Er volgden nu drie moeilijke en gevaarlijke jaren, waarbij perioden van moeizame, diplomatieke onderhandelingen zich af wisselden met perioden van hevige strijd. En die strijd verliep rampzalig voor de Nederlanders; het gezichtsverlies was enorm en de financiële lasten voor het thuisland rezen de pan uit. Vele Nederlanders sneuvelden of raakten gewond en ook Co Termeulen werd er door twee kogels in arm en been getroffen. Uiteindelijk haalde de Nederlandse regering onder Willem Drees, na zware druk van Amerika en de Verenigde Naties, mokkend bakzeil. Op aandringen van vooral Amerika werden er vredesonderhandelingen gestart en nadat tot een wapenstilstand was besloten, volgde in december 1949 de souvereiniteitsoverdracht en kreeg Indonesië zijn onafhankelijke status. Toen was de oorlog voorbij en dus scheepten de meeste Nederlandse soldaten zich op 15 januari 1950 weer in en voeren naar huis terug.

Na de terugkomst uit Indië…”dat was, na al die jaren frontervaring, wel even wennen”… ging Co als 24 jarige jongeman gewoon weer op de tuin van zijn vader werken. Na wat verkering werd er met Dora Wesselman getrouwd  en zo kwam langzaam aan het normale dorpsleven voor hem ook weer op gang. Na definitief te zijn gesetteld, besloot Co Termeulen, tesamen met Cor Heemskerk,  Cor van Haastrecht, Leo van Berkel  en nog enkele anderen tot de oprichting van de Alkemadese bridgeclub met de indrukwekkende naam“de Vier Heemskinderen”.

De eerste, heuse oprichtingsvergadering was op 26 september 1952 en er waren meteen al tien leden. De vergadering duurde maar kort, want meteen erna moest er worden gekaart, vonden de leden. Een traditie die nog steeds bestaat, alhoewel….

Het allereerste bestuur bestond uit voorzitter Cor Heemskerk, die werd bijgestaan door Co Termeulen en Arie Verdel.  De club werd genoemd naar het bekende café waar men zou gaan spelen en waar we nu, ruim zestig jaar later, nog steeds spelen.

Alleen heet het café sinds 1988 “de Pepersteeg” en die naam, door Paul, komt van het naast het café lopende voetpad   -waarover wij bridgers elke kaartavond naar binnen lopen-    dat vroeger toegang gaf tot een wat achteraf gelegen, doch geurige inmakerij.  

Meteen al de week na die oprichtingsvergadering werd er de eerste bridgewedstrijd gespeeld.  Spullen waren er niet, dus moesten ze overal zelf zorg voor dragen of het werd, indien nodig, zelfgemaakt. Bovendien gaven de bestuursleden, met hun in Indië opgedane ervaringen, aan beginners bridgeles. Dat ging heel goed en al snel daarna speelden ze hun eerste uitwedstrijd. Want met acht Veense paren streed men tegen een team uit het nabije Noordwijkerhout en er werd meteen gewonnen ook.

Naast de wekelijkse clubwedstrijden, kwamen er de jaarlijkse wedstrijden tegen de club “de Koppoel” uit Rijpwetering, die echter regelmatig te sterk voor de Veeners bleek te zijn. En in 1956 behaalden Toon Koek   -toen nog een snotneus-   en Martien Bakker een geweldig succes bij een meesterklasse bridgedrive in het Treslong in Hillegom.  Ze eindigen daar als vierde. In datzelfde jaar behalen Leo van Berkel en Toon Koek de eerste plaats bij de jaarlijkse gladiolendrive te Noordwijk.

“We gingen er ’s morgens heel vroeg op de solex heen”… vertelt Toon me bij hem thuis, nog wat nagenietend… “en ik zat bij Leo achterop; gewoon zonder kussentje op de bagagedrager. Want van auto’s hadden we nog maar amper gehoord. We werden er eerste en kregen twee enorme taarten mee als prijs. Die moest ik, in iedere hand één, ’s avonds weer achterop de solex heelhuids zien thuis te krijgen. Hoe ik dat voor elkaar heb gekregen is mij nog steeds een raadsel” huivert Toon.

 Lange tijd bleef het bij die samenstelling en groeide het aantal spelers maar moeizaam naar zo’n 25 leden. Vanaf 1962 gaat het dan langzaam weer bergafwaarts met de vereniging en blijft er slechts een handjevol spelers over. Toch wordt er dapper doorgekaart.

Het seizoen 73-74 laat een opleving in ledental zien. Die zich vooral na de AVRO bridgecursus op de televisie serieus doorzette. Het ledental stijgt gestaag.