Arbitrage rubriek

In deze rubriek worden de op de clubavond gedane arbitrages besproken.

 

Vijf argumenten om de arbiter niet te roepen

 

Regelmatig komt het voor dat na afloop van een bridgeavond een speler naar mij toekomt met een vraag over een onregelmatigheid die aan een bepaalde tafel is voorgevallen.

Bijvoorbeeld: West moet uitkomen, maar Oost doet dat. Of West moet beginnen met bieden, maar Oost doet dat. In beide gevallen kan de partner van de overtreder uit de informatie die daaruit ontstaat ongeoorloofd voordeel uit halen.

 

Meestal wordt zo’n onregelmatigheid door de spelers aan tafel met de mantel der liefde bedekt. En dan word ik vervolgens aan het einde van de avond daarmee tóch geconfronteerd.

Ik begin met te zeggen: “Had de arbiter er maar bijgeroepen, die kan zo’n onregelmatigheid direct rechtzetten”.

 

Op de een of andere manier gebeurt dat niet, de arbiter erbij roepen.

 

In het blad Bridge Beter van oktober 2017 staat een lezenswaardig artikel van Rob Straver, een bridgegoeroe uit de hogere regionen. Hij noemt daarin – wat hij zegt – vijf argumenten om géén arbitrage te vragen.

Achtereenvolgens zijn dat:

· Wij zijn een gezelligheidsvereniging en vragen om arbitrage drukt de sfeer.

· Onze tegenstanders zullen dat niet in dank afnemen.

· Ik weet niet zeker of er een overtreding van de Spelregels is gemaakt.

· Ik wil niet beter worden van een onopzettelijke vergissing/overtreding.

· Ik wil de arbiter, die ook meespeelt, zo min mogelijk storen.

 

Op zijn eigen wijze weerlegt Rob Straver al die argumenten. Het voert te ver om daarop nader in te gaan, maar de essentie van zijn weerlegging is om bij al die overwegingen tóch maar de arbiter te roepen.

 

Ik vraag als wedstrijdleider/arbiter speciale aandacht voor het laatste argument: De meespelende arbiter zo weinig mogelijk storen. Alle arbiters van de club hebben zich ingespannen om zich de Spelregels eigen te maken. Zij hebben met goed gevolg een cursus daarvoor gevolgd. Veel arbiters – bij ons maar ook op andere clubs – klagen er over dat ze te weinig aan tafel worden uitgenodigd, waardoor hun verworven kennis en inzicht terugloopt. Grote kans dat je de arbiter juist een dienst bewijst met jouw uitnodiging.

 

Kaart genoemd = Kaart gespeeld

 

Het gebeurde in de B-lijn. OW zaten tegen in een scherp 5Klavercontract.

De leider in Noord wilde op een bepaald moment uit de dummy Schoppen voorspelen.

Maar bedacht zich daarbij onmiddellijk.

Dat ging zo:

 

“Schoppen, nee ik bedoel Ruiten”

 

Bij het bieden is zo’n onmiddellijk herstel toegestaan. Pak je bijvoorbeeld uit de biddingbox 1SA in plaats van 1S, dan mag je dat corrigeren, maar dan wel in één beweging.

Bij het spelen van de kaarten gaat die vlieger niet op. Zelfs als de hoogte van de kaart niet is genoemd. Zoals hier het geval is.

Er moet vanuit de dummy schoppen worden gespeeld. Dat staat nu eenmaal in de Spelregels. Artikel 45C3: Een kaart moet worden gespeeld als een speler haar noemt of anderszins aanduidt als de kaart die hij wil spelen.

De vraag is nu welke schoppenkaart moet worden gespeeld? Ook daarin voorzien de spelregels. Artikel 46B2: Als de leider de kleur aanduidt maar niet de hoogte van de kaart, wordt hij geacht de laagste van de aangegeven kleur te hebben genoemd.

OW stonden toe, dat de leider Ruiten i.p.v. Schoppen speelde vanuit de dummy. Zij vroegen niet om arbitrage. Dat was achteraf niet zo slim. 5Klaver contract was voor N/Z een top, terwijl het spel geheel anders was gelopen bij het verplicht Schoppen spelen vanuit de dummy. Dan was het resultaat voor NZ een 0.

De moraal van dit verhaal: Vraag bij een onregelmatigheid altijd om de arbiter.

 

 

 

 

“Je mag nog wat zeggen”

 

Een lastige arbitrage, die achteraf - na voorlegging daarvan bij de arbitrage-helpdesk van de NBB – de toets der kritiek kan doorstaan.

 

Het bieden ging een aantal ronden door. Totdat west een bieding deed, noord en oost daarop pasten en zuid een begin maakte met het opruimen van zijn biedkaartjes. Noord reageerde daarop in de richting van zuid met de opmerking: "je mag nog wat zeggen". Zuid legde toen 3 klaveren neer en west vroeg om arbitrage, omdat deze van mening was dat hier sprake was van ongeoorloofde informatie

De aan tafel geroepen arbiter was van mening dat hier geen sprake van kon zijn. Formeel stond noord namelijk in zijn recht met zijn opmerking. Na twee passen achter elkaar is het bieden immers nog niet afgelopen. Het 3 klaverenbod van zuid werd door de arbiter geaccepteerd, waarmee hij zich schaarde onder de preciezen bij het uitleggen van de spelregels.

 

Maar… omdat het opruimen van de biedkaartjes niets anders kán betekenen dan een afsluitende pas  had de arbiter zich ook kunnen opstellen als vertegenwoordiger van de rekkelijken bij het toepassen van de spelregels en het opruimen door zuid kunnen beschouwen als een pas.

Een geluk voor oost/west. 3 Klaveren, gedoubleerd, was voor hen een top.

 

Uitkomen voor de beurt

Wanneer Zuid leider is geworden dan is West degene die moet uitkomen.

Vraag: Wat te doen wanneer Oost per abuis uitkomt in plaats van West?

Antwoord: Arbiter roepen!

 

De arbiter zal na een paar inleidende vragen, zoals wie is de leider? en wat is het contract? moeten vaststellen waarom Oost voor de beurt is uitgekomen. Deed Oost dat bijvoorbeeld op aangeven van de tegenstander? De dummy of de leider? Of misschien uit eigen beweging?

In het eerste geval mag Oost zijn kaart over het algemeen terugnemen en gaat het afspelen verder alsof er niets aan de hand is. In het tweede geval, dus al Oost uit eigen beweging (voor de beurt) uitkomt,  zal de arbiter een aantal opties aan de leider voorleggen.

  • De leider kan ervoor kiezen om zelf dummy te worden. De dummy wordt dan leider.
  • De leider kan de uitkomst voor de beurt accepteren en speelt de tweede kaart uit zijn hand.
  • De leider moet de uitkomst accepteren als hij een kaart van de dummy inmiddels heeft gezien omdat deze met het openleggen van zijn kaarten was begonnen. Die regel is gebaseerd op het uitgangspunt dat een onregelmatigheid van de ene partij feitelijk wordt geaccepteerd door de andere (niet overtredende) partij indien deze aan tafel een vervolgactie onderneemt. In dit geval het openleggen van zijn kaarten door Noord na het uitkomen voor de beurt door Oost.
  • De leider accepteert de uitkomst voor de beurt niet en eist van Oost dat hij zijn kaart terugneemt. Die kaart wordt dan een grote strafkaart. Aan tafel zal de arbiter dan vertellen wat daarmee moet worden gedaan.

 

 

 

De leider speelt uit de verkeerde hand

Onlangs ontstond er aan de tafel naast mij een discussie, die ik vanwege de geringe gehoorafstand redelijk goed kon volgen. Mijn eerste reactie was: “Vraag om de arbiter”. Maar dat werd niet gedaan. De protesterende partij legde zich neer bij de uitleg van de verweerder (leider). Voorlopig althans, zo bleek na afloop van de avond.

Wat was er aan de hand?

Op enig moment tijdens het afspelen vergiste de leider zich. Hij speelde uit de hand in plaats van uit de blinde en legde harten-aas op tafel. De tegenspelers accepteerden dit uit de hand spelen niet, waarna de leider uit de blinde een kleine harten speelde voor zijn harten-vrouw. Met die kaart gingen de tegenspelers echter niet akkoord. Zij wilden dat de leider zijn harten-aas speelde. De leider legde uit dat hij daartoe niet verplicht was.

Wie had er nu gelijk?

Als je het weet dan is het simpel.

De leider.

In de spelregels (artikel 55 B2) vind je de oplossing.

De leider moet in het onderhavige geval de voorgespeelde kaart terugnemen en uit de juiste hand voorspelen.

Artikel 55C rondt het af:

Een arbitrale score ( = een vervangende score op het spel, door de arbiter te bepalen) kan worden toegekend wanneer de leider door zijn verkeerde actie (ongeoorloofde) informatie krijgt waarvan hij gebruik maakt.

Was hiervan sprake? Geen idee. 

 

 

Bieden voor de beurt

Het gebeurt wel eens. Een speler biedt vóór zijn beurt. Het is geen doodzonde. Dat bieden vóór de beurt. Sterker nog: de linker tegenstander van de overtreder mag dat bieden vóór de beurt altijd accepteren door een volgbieding te doen. Dan is er niets aan de hand en gaat het bieden gewoon verder.

Het wordt anders wanneer de linker tegenstander de bieding vóór de beurt niet accepteert. Hij/zij vraagt natuurlijk onmiddellijk de arbiter aan tafel. En die vertelt dan wat er verder moet gebeuren.

 

De bieding vóór de beurt wordt vervolgens geannuleerd en de bieding gaat terug naar degene die aan de beurt was om te bieden. De overtreder mag – zodra het zijn beurt is om te bieden – elke reglementaire bieding doen.

 

De bieding vóór de beurt heeft tot gevolg gehad, dat er informatie over tafel is gegaan, waarvan de partner van de overtreder wellicht ongeoorloofd gebruik kan maken. Om dat te voorkomen zijn in de Spelregels bepalingen opgenomen, die verschillen naar gelang de rechter tegenstander van de overtreder aan de beurt was, zijn partner of de linker tegenstander.

Het is ingewikkeld. Daarom vooralsnog alleen het geval waarin de rechter tegenstander van de overtreder had moeten bieden.

Die kan  - ingeval de bieding vóór de beurt niet wordt geaccepteerd en de bieding naar hem dus teruggaat - twee dingen doen. Passen of een bod neerleggen. Wanneer hij past moet de overtreder zijn bieding vóór de beurt herhalen. Het bieden gaat gewoon verder alsof er niets aan de hand is.

 

Als de rechter tegenstander daarentegen een bod doet , in plaats van passen, mag de overtreder een volgbieding doen. Maar nu komt het: Herhaalt hij met zijn volgbieding de speelsoort  in zijn bieding vóór de beurt, harten bijvoorbeeld, dan moet zijn partner bij zijn eerstvolgende biedbeurt passen.

Doet de overtreder dat niet en biedt hij dus een speelsoort, die afwijkt van de speelsoort in zijn bieding vóór de beurt dan moet zijn partner verder passen. Voor de overtreder lijkt het dus in zo’n geval verstandig  om in één keer het contract te bieden.

Aan tafel zal de arbiter deze suggestie echter niet snel doen. Wat hij nog wel kan zeggen is, dat er voorspeelbeperkingen voor de overtredende partij kunnen gelden.

Daarover en over de spelregels die van toepassing zijn wanneer er vóór de beurt wordt geboden, terwijl de linker tegenstander of  de partner van de overtreder aan de beurt was om te bieden, een volgende keer.

 

 

Gespeelde kaart

 

In een van mijn vorige bijdragen, de laatste naar ik meen, stelde ik de vraag: Wanneer is er sprake van een bieding? De Spelregels zeggen daarover: “Een bieding wordt geacht gedaan te zijn als de biedkaart uit de biedbox is gehaald met de kennelijke bedoeling hiermee een bieding te doen. Uitzondering op deze regel is de zogenaamde verpakking. Stel je wilt 1H bieden en je legt per abuis 1S op tafel. In principe mag je zo’n onbedoelde bieding (verpakking) terugnemen mits dat gebeurt zonder denkpauze.

Dat herinnerde zich onlangs een A-speler, die zich verpakte. Maar nu niet tijdens het bieden, maar tijdens het tegenspelen. Hij speelde een kaart bij, doch haalde in één beweging die kaart weer van tafel. Mag dat? Zo vroeg hij de arbiter. Nee, dat mag niet. Een kaart van een tegenspeler die zo wordt gehouden/gespeeld, dat zijn partner de beeldzijde zou kunnen zien, moet in de lopende slag gespeeld worden. Met de nadruk op “zou kunnen”.

Er zijn nog meer situaties aan te geven waarin een kaart als gespeeld moet worden aangemerkt. Ze zijn terug te vinden in artikel 45C van de Spelregels. Ik noem er een paar. Zo wordt de kaart die de leider met de beeldzijde naar boven speelt, en die de tafel raakt of bijna raakt, als gespeeld beschouwd. Hetzelfde geldt wanneer de leider een kaart in dummy noemt of aanraakt om te spelen.

Ook dan is de kaart gespeeld.

 

 

Het Biddingboxreglement

De onderwerpen die in deze rubriek aan de orde worden gesteld vinden tot nu toe in alle gevallen hun oorzaak in ervaringen tijdens een speelavond. Zo ook de vraag die zich onlangs voordeed: Wanneer is er sprake van een bieding?

 

De spelregels voor het bridgen kennen een apart hoofdstuk,het Biddingboxreglement. Ik haal hieruit de hoofdzaken.

 

  1. Hoe de biedkaarten op tafel worden gelegd is veelal geen probleem: Van links naar rechts en zodanig dat alle biedingen zichtbaar blijven.
  2. Wat nogal eens voorkomt, dat is het rommelen met de biedkaarten in de biedingbox voordat een bieding wordt gedaan. Dat is irritant en mag derhalve niet. Spelers behoren de biedkaarten pas aan te raken als ze besloten hebben welke bieding ze gaan doen.
  3. En wanneer is er nu sprake van een bieding?  Het reglement zegt daarover: “Een bieding wordt geacht gedaan te zijn als de biedkaart uit de biddingbox is gehaald met de kennelijke bedoeling hiermee een bieding te doen. Uitzondering op deze regel is de zogenaamde verpakking. Stel je wilt 1 harten bieden en je legt per abuis1 schoppen op tafel. In principe mag je zo’n onbedoelde bieding (verpakking) terugnemen mits dat gebeurt zonder denkpauze.
  4. Dan nog iets over alerteren en de stopkaart.
  • De speler die alerteert is ervoor verantwoordelijk dat zijn/haar alert door de tegenspelers wordt opgemerkt.
  • Een stopkaart als aankondiging van een sprongbod moet enige tijd (10 seconden) op tafel blijven liggen en de linker tegenstander mag pas bieden als de stopkaart is weggehaald. Dat laatste behoeft enige toelichting. Een sprongbod kan namelijk voor de linker tegenstander al dan niet een biedprobleem opleveren. Door de verplichte pauze van 10 seconden blijft het voor de partner van de linker tegenstander onduidelijk of hij - nadat de stopkaart van tafel is gehaald -  de bieding die hij vervolgens doet al dan niet weloverwogen heeft gedaan.
  1. Tenslotte: Wanneer de biedkaartjes van tafel zijn gehaald kan iedere speler een mondelinge herhaling van de biedingen verkrijgen, maar alleen als hij aan de beurt is om te spelen in de eerste slag.

 

Wat te doen bij een verzaking?

 

Een verzaking is een onregelmatigheid bij het spelen. Daarom: Vraag de arbiter aan tafel.

 

De spelregels maken onderscheid tussen een verzaking en een voldongen verzaking. Dat onderscheid is belangrijk. Een verzaking (dus de niet voldongen verzaking ) moet namelijk hersteld worden.

De eerste vraag die zich nu voordoet is: Wat is dan een voldongen verzaking?

Het antwoord daarop is niet zo ingewikkeld. De spelregels spreken van een voldongen verzaking wanneer de verzaker of zijn partner speelt in de volgende slag. Een voldongen verzaking mag niet meer hersteld worden maar wordt door de arbiter rechtgezet.

 

De gang van zaken bij een verzaking, die nog niet voldongen is

Zolang nog niet is gespeeld in de volgende slag mogen spelers aan elkaar vragen naar een mogelijke verzaking met dien verstande dat de dummy dit alleen mag vragen aan de leider.

Is er sprake van een verzaking, dan moet deze worden hersteld. En omdat de teruggenomen kaart ongeoorloofde informatie bevat voor de partner van de verzaker is het eens temeer van belang om de arbiter aan tafel te roepen. Die vertelt dan onder andere wat er moet gebeuren met de teruggenomen kaart.

 

De gang van zaken bij een verzaking, die voldongen is

Bij een voldongen verzaking is er geen sprake van herstel, maar van een rechtzetting in de vorm van het overdragen van één of twee slagen aan de niet-overtredende partij.

Één slag gaat over wanneer de verzaker de slag waarin is verzaakt niet heeft gemaakt; twee slagen gaan over wanneer de verzaker de slag waarin is verzaakt heeft gemaakt  én de overtredende partij nadien nog een slag heeft gemaakt.

Het vorenstaande beschrijft in (heel) grote lijnen de gang van zaken bij een verzaking. De spelregels kennen namelijk op dit punt nog heel wat mitsen en tenzij’s. Daarom: Vraag om de arbiter wanneer zich een verzaking voordoet.

 

 

Het onvoldoende bod

Het gebeurt nog wel eens aan tafel dat er een onvoldoende bod wordt neergelegd.

En dat er dan direct wordt gereageerd met de mededeling “Dat mag niet”.

De spelregels zijn in zo’n geval genuanceerder:

Het is weliswaar een overtreding , maar die mag door de linker tegenstander worden geaccepteerd.

En dan gaat het bieden gewoon verder.

 

Maar zo gaat dat tijdens het bieden dikwijls niet. De vraag of de linker tegenstander het onvoldoende bod al dan niet accepteert komt sowieso nauwelijks  aan de orde. Het onvoldoende bod wordt meestal direct van tafel gehaald en de overtreder doet een nieuwe bieding. Voor elke bieding die hij doet gelden echter spelregels, waaraan vervolgens  -uit onwetendheid - wordt voorbijgegaan. En dat is in feite jammer, want door een onvoldoende bod kan  informatie over tafel gaan, waarvan de partner van de overtreder geen gebruik mag maken.

De arbiter biedt uitkomst:

  • De overtreder mag zijn onvoldoende bod voldoende maken door het laagst voldoende bod in dezelfde speelsoort. Dan gaat het bieden gewoon verder.
  • De overtreder mag zijn onvoldoende bod vervangen  door een bieding die dezelfde of een meer precieze betekenis heeft als het onvoldoende bod. Ook dan gaat het bieden gewoon verder.

Maar:

  • Wanneer de overtreder zijn onvoldoende bod  verbetert met een pas of een bod in een andere speelsoort wordt het anders:  de partner van  de overtreder moet verder passen, want de overtreder heeft met zijn onvoldoende bod nu (ongeoorloofde) informatie aan zijn partner verstrekt.

Om het niet al te ingewikkeld te maken heb ik hier de meest voorkomende regels bij een onvoldoende bod aangehaald. Er zijn er dus nog meer.  Vraag daarom altijd om de arbiter

 

 

Een grote strafkaart voor de dummy?

Het gebeurde in de A-lijn.

 

 

 

Zuid was leider in een 4H-contract.

West kwam uit met Klaveren aas en vervolgde klaveren, getroefd in Noord.

Vervolgens  legde Zuid K7 (voor de beurt) uit zijn hand op tafel, waarop OW hem erop attendeerden dat dummy in Noord aan slag was. Het spelen van K7 door Z was een onregelmatigheid  in het afspelen; een reden om de arbiter te roepen, wat overigens op dat moment niet gebeurde.

 

Was de arbiter er bijgehaald dan had deze  artikel 55 van de spelregels toegepast en dan had hij  de leider  gezegd dat hij de voorgespeelde kaart terug moet nemen en uit de juiste hand (van de blinde moet voorspelen. Waarmee deze onregelmatigheid was rechtgezet.

Maar de arbiter werd er niet bijgehaald. Oost was vervolgens (ten onrechte) van mening dat  K7 een grote strafkaart was geworden.  Zuid liet dat zo en legde K7 open op tafel om hem te spelen zodra dat reglementair  mogelijk is.

 

Het spel ging verder. De leider liet een kleine ruiten uit Noord spelen, Oost ruiten vrouw, door Zuid getroefd. Hierop protesteerde oost: Zuid moest volgens hem nu de strafkaart afgooien aangezien dit de eerste gelegenheid was om dat te doen.  Strikt genomen had Oost - weliswaar onder andere omstandigheden - daarin gelijk. Een grote strafkaart moet onder andere worden gespeeld indien de houder daarvan niet kan bekennen (artikel 50D1a). Pas toen heeft Noord de arbiter er bijgehaald. Die gaf Oost gelijk; de slag was voor ruitenvrouw en zuid moest K7 bijspelen. Dat was overigens een onjuiste beslissing van de arbiter.

 

Thuisgekomen dacht hij er nog eens over na. Hij raadpleegde de Spelregels en kwam uit op artikel 48 daarvan.  Dat artikel bepaalt dat “geen kaart van de leider of van de blinde ooit een strafkaart wordt”.  Alleen tegenspelers kunnen een strafkaart krijgen/hebben.

De ruitenslag met in Oost ruiten voor de vrouw, door Zuid getroefd zou dus reglementair  juist zijn geweest.

De vraag was vervolgens of de onjuiste beslissing van de arbiter van invloed is geweest op het resultaat. Dat was niet het geval. Zuid speelde op dit spel  in alle gevallen 4H contract en één keer 4H+1.

 

 

Stopkaart voor de beurt

Het gebeurde onlangs bij een spel in de A-lijn.

 

Oost moest beginnen met het bieden, maar Noord legde alvast (voor de beurt) een stopkaartje neer.

Oost maakte daartegen bezwaar en riep de arbiter erbij.  Deze aanhoorde Oost  en was daarna van mening dat er nog niet was geboden. De stopkaart was immers niet gevolgd door het aantal trekken van een speelsoort. In dit geval 2 voor de Muiderberg. Hij besloot het bieden te laten herbeginnen door Oost.

Oost legde 1 op tafel, waarna Zuid met 3 Sans volgde. West doubleerde en ook Noord mengde zich verder niet meer in de bieding. Het contract ging niet kwetsbaar drie down; een bijna top voor Zuid op een spel waar de manche in harten  voor O/W zeer wel mogelijk bleek te zijn.

In de spelregels wordt gesproken over ongeoorloofde informatie. Daarvan was bij dit spel sprake. Door de stopkaart van Noord ging er informatie over tafel. Voor Zuid sowieso ongeoorloofde informatie.

Hoe zou de bieding door Zuid geweest zijn wanneer Noord niet met bieden was begonnen? 3 Sans  door Zuid met 10 punten lijkt gebaseerd te zijn op de informatie die Noord met zijn stopkaart gaf.

 

De arbiter wijzigde het resultaat op dit spel in een arbitrale score: 60+/40-.

 

Frans

 

 

De ontbrekende kaart

Op de laatste competitie-speelavond  in 2012 werd de arbiter bij een tafel geroepen, omdat één van de spelers tijdens het afspelen tot de ontdekking kwam,  dat zijn – in dit geval haar – hand een kaart miste. De kaart was op dat moment onvindbaar.

 

Dat kan gebeuren en wanneer dat het geval is komt het veelal door nonchalance bij het terugsteken van de kaarten na afloop van het spel, waardoor bijvoorbeeld een kaart op de grond valt. Al is er dan meestal geen sprake van een onvindbare kaart.

 

De arbiter vroeg zich intussen af hoe het probleem van de ontbrekende kaart op te lossen en dacht  aan artikel 7 van de Spelregels:

 “Elke speler dient na afloop van het spel zijn oorspronkelijke dertien kaarten te schudden en daarna terug te steken……………”.  

en

 “Bij het begin van het spel telt elke speler zijn kaarten met de beeldzijde naar beneden om zich ervan te vergewissen dat hij er precies dertien heeft”.

 

Misschien was met het terugsteken van de kaarten in de vorige ronde iets niet goed gegaan.

Zeker was echter wel, dat de speler die een kaart miste niet conform de spelregels heeft gehandeld. Hij/zij had na het uit het bord nemen van de kaarten deze moeten tellen om vervolgens de arbiter te roepen bij het geconstateerde probleem.

 

De kaart die gemist werd bleek onvindbaar te zijn. De arbiter raadpleegde in zijn computer de kaartverdeling van het bewuste spel en stelde  het bord opnieuw samen.  Een karwei waar hij al gauw 10 minuten mee bezig is geweest.

 

En wat bleek na afloop van de avond?

De bewuste hand telde wel degelijk 13 kaarten. Eén daarvan zat  vastgeplakt aan een andere.

 

Frans

 

woensdag 12 december  Pas voor de beurt

Na afloop van de speelavond op woensdag 12 december kreeg ik het volgende voorval voorgelegd:

Aan een tafel was Noord dealer maar Oost opende (voor de beurt) de bieding met een pas. Zuid volgde ook met een pas, waarna de onregelmatigheid werd ontdekt.

 

Wat is er daarna aan tafel gebeurd?

De kwestie werd in der minne geschikt. Dat wil zeggen de gedane biedingen werden ingetrokken en Noord opende alsnog de bieding.

 

Wat had moeten gebeuren?

De spelregels zijn daarover duidelijk.

Artikel 9B,1a: De wedstrijdleider behoort onmiddellijk ontboden te worden nadat de aandacht is gevestigd op een onregelmatigheid.

 

Wat zou de wedstrijdleider in dit geval beslissen?

De wedstrijdleider heeft de taak om de onregelmatigheid te herstellen. Hij moet tevens beoordelen of er door de bieding voor de beurt geen ongeoorloofde informatie is verstrekt door Oost en hij moet eventueel een arbitrale score toekennen wanneer dat laatste wel het geval is.

 

Hier is sprake van een pas voor de beurt. Indien Zuid niet was gevolgd met een bieding dan was er sprake van een niet geaccepteerde pas voor de beurt. De wedstrijdleider beslist op grond van artikel 30A, dat de bieding voor de beurt wordt geannuleerd en dat Noord alsnog begint met het bieden. Oost is bij zijn eerstvolgende beurt om te bieden verplicht om te passen.

 

Maar………. in het onderhavige geval heeft Zuid geboden na de bieding (voor de beurt) van Oost. Hij is daarmee impliciet akkoord gegaan met de door Oost veroorzaakte onregelmatigheid. Daardoor verliest hij het recht op een rechtzetting.

 

Frans

 

 

 

.

 

Frans