Spel van de week 17 feb 2020
Geplaatst op dinsdag 18 februari 2020

Spel 9

 

Op drie paren na speelt in A en B iedereen spel 9 OW als 4+3. In de A-lijn wordt 6+1 gehaald en in de B-lijn een keer 4+1 en een keer 5+2.

Bij mijn tafel ging het als volgt. NZ trekken ten strijde, noord opent met 2, Muiderberg, na doublet van oost doet zuid er een schepje bovenop: 3, “potje pesten” J.

Ik neem aan dat west dan weet dat oost in elk geval een opening heeft, kort in harten is en lengte heeft in de rest van de kleuren waaronder een drie- of vierkaart //.

West 3 en oost 4. West verzinkt in diep gepeins en gaat keycards vragen met RKC1430. Oost antwoordt 5, twee keycards (AH) zonder troefvrouw. Maar west heeft V zelf en renonce ruiten en A, kortom het moet slem worden.

West wikt en beschikt: 6. Afloop 6+1, top! Na afloop toch  verbazing, waarom geen 6, troefkleur stond toch vast; vergissing? Of heeft het eigen bezit van AH de doorslag gegeven; oost moet klaveren hebben gezien het doublet in de eerste ronde.

Maar ja, de andere schoppenkoppels bieden ook geen van alle 6/7. Dus: hoe te komen tot een ordentelijk slem schoppen? Heeft de Muiderberg nog invloed  gehad?

 

Gr Tannie