Wedstrijdreglement

 

A. WINTERCOMPETITIE.
  A1. ALGEMENE BEPALINGEN.
1.   Elk paar dient uiterlijk om 19.40 uur zijn loopbriefje te hebben opgehaald.
2.   Elke speler dient om 19.45 uur aan tafel te zitten.
3.   Een ronde duurt 30 minuten; 4 x 7 minuten om te spelen en 2 minuten om te wisselen. We spelen per avond 7 rondes van 4 spellen.
4.   Bij aanvang van iedere periode is de beginstand nul.
5.   De indeling van de paren in lijnen op de eerste avond van het nieuwe seizoen geschiedt aan de hand van de eindstand van de paren in de laatste periode van het voorafgaande seizoen.
6.   Nieuwe paren hebben geen rechten met betrekking tot de indeling in een bepaalde lijn. Ze worden door de wedstrijdleiding in een bepaalde lijn ingedeeld. Een nieuw paar kan nooit de rechten op een plaats in een lijn van een spelend clubpaar innemen.
7.   Paren die tijdens de competitie uit elkaar vallen en in een nieuwe samenstelling gaan spelen worden door de wedstrijdleiding in een bepaalde lijn geplaatst. De rechten vanwege het spelen in een bepaalde lijn met de vorige partner vervallen.
8.   Een paar dat niet aan de competitie kan of wil deelnemen en slechts incidenteel speelt, wordt door de wedstrijdleiding op de speelavond in bepaalde een lijn ingedeeld. De behaalde score wordt alleen in de uitslag van die avond vermeld.
9.   Personen die geen partner hebben en incidenteel spelen, worden door de wedstrijdleiding op de speelavond in een bepaalde lijn geplaats en worden met hun gelegenheidspartner alleen in de uitslag van die avond vermeld.
10.   De wedstrijdleiding probeert in een periode elk paar tegen zoveel mogelijk wisselende paren te laten spelen, dus niet elke competitieavond tegen dezelfde tegenstanders.
 
  A2. ARBITER, WEDSTRIJDLEIDING EN PROTESTCOMMISSIE.
1.   Men dient de arbiter en wedstrijdleiding altijd hoffelijk en correct te benaderen.
2.   Een speler moet als er onduidelijkheid is over de spelregels of ethiek de arbiter roepen en niet zelf voor arbiter gaan spelen. Bij iedere onregelmatigheid dient een speler onmiddellijk de arbiter te roepen en niet pas na het spelen van het spel. Als het roepen van de arbiter niet meteen gebeurt verliest men zijn rechten, en recht op protest, bijna altijd.
3.   Bij dreigend tijdgebrek kan men besluiten, of op last van de arbiter verplicht zijn, om het laatste spel niet te spelen. Men krijgt dan 50% voor dat spel.
4.   Bij te langzaam spelen krijgen beide paren de eerste keer een waarschuwing. De tweede keer wordt 25 % van de top afgerond op hele matchpunten en tenminste één matchpunt in mindering gebracht.
5.   Sancties kunnen slechts worden uitgedeeld en bijgehouden door de arbiter, mocht deze verhinderd zijn, door de wedstrijdleiding.
6.   Als de arbiter of wedstrijdleiding één of meerdere spellen vanwege arbitrage niet kan spelen, dan krijgen de arbiter+partner en het tegen hem/haar spelende paar 60% (G+) voor het betreffende spel.
7.   De wedstrijdleiding heeft het recht om het laatste spel van de avond niet te spelen. Ook hier geldt de 60% (G+) regeling.
8.   Wanneer de arbiter vindt dat hij door een speler onheus wordt bejegend, kan de arbiter het betreffende paar, na waarschuwing, bestraffen met een 30% (G-) score op een spel en de arbitrage verder overdragen aan de protestcommissie.
9.   Een protest tegen een arbitrale beslissing dient op de wedstrijdavond schriftelijk bij de wedstrijdleiding te worden ingediend, of bij de wedstrijdleiding te worden gemeld.
10.   Het protestgeld is € 5,- per protest en wordt, indien de indieners van het protest in het gelijk worden gesteld, geretourneerd.
11.   De wedstrijdleiding geeft het ingediende protest zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen zeven dagen, door aan de voorzitter van de protestcommissie.
12.   De leden van de protestcommissie ontvangen het ingediende protest zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen 7 dagen na ontvangst, van de voorzitter van de protestcommissie.
13.   Uiterlijk binnen 21 dagen na indienen van het protest geeft de voorzitter van de protestcommissie de uitslag van het protest schriftelijk door aan de indieners van het protest en de wedstrijdleiding.
14.   De wedstrijdleiding past, indien nodig, correcties toe op de uitslag van de bewuste wedstrijdavond.
15.   De protestcommissie kan het raadzaam achten externe deskundigen te raadplegen. In dat geval kan de uitslag van het protest langer op zich laten wachten. De indieners van het protest en de wedstrijdleiding worden hiervan door de voorzitter van de protestcommissie op de hoogte gesteld.
16.   De protestcommissie bestaat uit: Piet Molenaar, Theo Roozendaal, Lolke Kooiman en Peter Naarding
 
  A3. PROMOTIE EN DEGRADATIE.
1.   In alle lijnen is de totaalstand bepalend voor de rangorde.
 
  1.1 Degradatie
  1.1a: Aan het eind van iedere periode degraderen 3 (drie) paren uit de hoogste lijnen.
 
  1.2 Promotie
  1.2a: Aan het eind van iedere periode promoveren de 3 (drie) hoogst eindigende paren uit alle lijnen (behalve de A-lijn) naar de naast hogere lijn.
 
 
  1.2b: Mochten er, door welke omstandigheid ook, in een hogere lijn een tekort aan het totaal aantal paren ontstaan, dan promoveren er één of méér paren extra uit de naast lagere lijn.
(Alle paren die in de laatst gespeelde periode volgens de regels zijn gedegradeerd, blijven gedegradeerd. Slechts bij uitzondering, dit ter beoordeling van de wedstrijdleiding kan van deze regel worden afgeweken.)
 
  1.2c: Als een paar om bepaalde redenen niet wil promoveren, beslist de wedstrijdleiding of er een uitzondering op de promotieregel kan worden gemaakt.
(Mocht het afzien van de promotie in de één na laatste periode van de competitie van toepassing zijn, dan kan dat niet gepromoveerde paar in de laatste periode geen B- of C- kampioen worden).
 
  1.3 Promotie en degradatie
  1.3a Als een echtpaar door ziekte niet de helft + 1 keer aan een periode kan deelnemen, kan dat echtpaar niet promoveren of degraderen.
 
  1.3b Als een paar door ziekte niet de helft + 1 keer aan een periode kan deelnemen, kan dat paar niet promoveren, echter wel degraderen.
 
  A4. KAMPIOENSCHAPPEN.
 
    A. CLUBKAMPIOEN, KAMPIOEN B- EN C-LIJN, PERIODEKAMPIOEN.
 
1.   We hebben per bridge-seizoen vijf periodes. Een paar moet, om clubkampioen te worden, van de vijf periodes, tenminste vier periodes, waarvan ook de laatste, in de A -lijn hebben gespeeld.
 
2.   Clubkampioen wordt het paar dat in de A-lijn de hoogste totaal eindscore heeft behaald. Deze eindscore bestaat uit het totaal van het aantal behaalde percentages in de vijf in de A-lijn gespeelde periodes. Voor een paar dat slechts vier periodes in de A-lijn heeft gespeeld, geldt als vijfde periode het gemiddelde van de wel in de A-lijn behaalde scores maal het aantal avonden van de periode welke niet in de A-lijn is gespeeld.
 
3.   Kampioen in de B-of C-lijn wordt het paar dat aan het eind van de laatste periode bovenaan staat.
 
4.   Periodekampioen wordt het paar dat aan het eind van een periode bovenaan staat.
 
5.   Een paar dat in aanmerking wil komen voor een kampioenschap dient minimaal de helft + één keer in vaste samenstelling te spelen.
 
    B. SLEMKAMPIOEN.
   

Slemkampioen wordt de speler die in een seizoen de meeste slempunten weet te behalen.

De puntentelling is als volgt:

Groot slem, geboden en gemaakt in SA   + 20 punten
Groot slem, geboden en gemaakt in een kleur   + 16 punten
Klein slem, geboden en gemaakt in SA   + 10 punten
Klein slem, geboden en gemaakt in een kleur   + 6 punten
Groot slem, geboden maar niet gemaakt in SA   - 10 punten
Groot slem, geboden maar niet gemaakt in een kleur   - 8 punten
Klein slem, geboden maar niet gemaakt in SA   - 5 punten
Klein slem, geboden maar niet gemaakt in een kleur   - 3 punten
 
  A5. UITREKENEN.
1.   De scores ( via de Bridgemate ) van de gespeelde spellen worden door de wedstrijdleider in de computer ingevoerd. De computer berekent het door ieder paar behaalde aantal matchpoints, en het behaalde percentage.
2.   Wanneer de uitslag bekend is, wordt deze zo snel mogelijk voorgelezen.
 
  A6. VERZUIM.
1.   Indien een paar een avond verhinderd is, dient men dit tijdig, uiterlijk tot donderdag 17.00 uur, aan de wedstrijdleiding door te geven. Verzuim zonder tijdig afbericht is een zeer ernstige overtreding.
(Bij verzuim zonder afbericht krijgt men het gemiddelde van de andere avonden in die periode, met een maximum van 30% (G-).)
2.   Als een paar in een periode één keer afwezig is dan krijgt dat paar het gemiddelde van de andere avonden in die periode met een maximum van 50%.
Als een paar in een periode een tweede keer afwezig is dan krijgt dat paar het gemiddelde van de andere avonden in die periode met een maximum van 45%.
Als een paar in een periode een derde keer afwezig is dan krijgt dat paar het gemiddelde van de andere avonden in die periode met een maximum van 40%.
Als een paar in een periode een vierde keer afwezig is dan krijgt dat paar het gemiddelde van de andere avonden in die periode met een maximum van 35%.
Als een paar in een periode een vijfde keer afwezig is dan krijgt dat paar het gemiddelde van de andere avonden in die periode met een maximum van 30%.
Als een paar in een periode een zesde keer afwezig is dan krijgt dat paar het gemiddelde van de andere avonden in die periode met een maximum van 30%.
Als een paar in een periode een zevende keer afwezig is dan krijgt dat paar het gemiddelde van de andere avonden in die periode met een maximum van 30%.
Als een paar in een periode een achtste keer afwezig is dan krijgt dat paar het gemiddelde van de andere avonden in die periode met een maximum van 30%.
 
    Het gemiddelde is het rekenkundig gemiddelde van de gespeelde avonden in de betreffende periode
    Dit gemiddelde wordt berekend uit:
    a) De scores die zijn behaald in de eigen lijn in de originele samenstelling.
    b) De scores die zijn behaald met een invaller.
 
  A7. INVALLERS.
1.   Wanneer van een paar een persoon ontbreekt kan men met een invaller spelen. De wedstrijdleiding moet voor donderdag 17.00 uur op de hoogte gebracht worden.
De naam van de invaller moet worden doorgegeven aan de wedstrijdleiding.
2.   Indien een competitiespeler met een invaller speelt, al dan niet van buiten de club, kan het gelegenheidspaar die avond nooit minder dan 45% en nooit meer dan 55% scoren.
3.   Een competitie spelend lid uit de C-lijn kan tijdens de wintercompetitie geen invalpaar vormen met een niet competitie spelende speler die de A-status heeft, dan wel als gelijkwaardige A-speler kan worden beschouwd.
 

 

 

B. ZOMERCOMPETITIE.
1.   De zomercompetitie begint de eerste donderdag na de wintercompetitie en eindigt de donderdag voorafgaand aan de wintercompetitie.
2.   Bij de zomercompetitie tellen de persoonlijk acht beste avonden.
3.   De aanvang is om 19.45 uur. Er worden 7 rondes van 4 spellen gespeeld. Men moet voor elke avond opnieuw inschrijven. De inschrijving sluit om 19.30 uur.
4.   De prijzen die te verdienen zijn, worden jaarlijks vastgesteld.
5.   De kosten voor deelname bedragen € 3,00 per persoon. Een clublid die 10 keer heeft deelgenomen hoeft daarna geen kosten meer te betalen. Leden kunnen de eerste keer van deelname ook éénmalig € 25 betalen voor deelname aan de gehele zomercompetitie.
6.   Aan de finale dag kunnen gratis deelnemen die leden die éénmalig € 25 hebben voldaan en een ieder die tien keer heeft deelgenomen aan de zomercompetitie. Overige deelnemers dienen op de finale dag in totaal € 30 voor de zomercompetitie hebben voldaan.
 
 
C. DISTRICTS- EN BONDSWEDSTRIJDEN.
  C2. DISTRICTSVIERTALLENTOERNOOI.
1.   De secretaris geeft de viertallen op. Het district deelt de viertallen in.
2.   Rangvolgorde van de teams wordt door de wedsatrijdleiding op basis van eerder behaalde resultaten opgesteld.
 
  C3. RUITENBOERTOERNOOI.
1.   De voorronde van het Ruitenboertoernooi maakt onderdeel uit van de wintercompetitie. De paren spelen in de eigen lijn en de behaalde score in de voorronde telt mee in de periodestand.
2.   De hoogst eindigende paren per lijn worden, als zij dat willen, ingeschreven voor de vervolgwedstrijd.
3.   Wanneer meerdere paren op eenzelfde plaats eindigen zal de afvaardiging zijn op basis van loting.
4.   De wedstijdleiding beslist over de toekenning van de te behalen prijzen.
 
 
D. NEDERLANDSE BRIDGEBOND.
Er wordt gespeeld volgens de regels van de NBB, dit betekent:
1.   Tegenpartij en arbiter dient men correct te benaderen.(Zie ook: art. A-2)
2.   Ieder paar behoort een juist ingevulde systeemkaart op tafel te leggen.
3.   Men kan slechts om uitleg vragen als men aan de beurt is en aan het bieden wil deelnemen (met passen neemt men niet deel aan de bieding) Als men niet aan het bieden wil deelnemen dient men pas nadat het bieden is afgelopen om uitleg te vragen. Vraag dan eventueel uitleg over het hele biedverloop.
4.   Noord is verantwoordelijk voor het invullen van de Bridgemate. Oost controleert. Beide koppels zijn dus verantwoordelijk. Oost leest ook de door andere paren behaalde scores op het spel voor. Noord haalt de spellen op.
5.   Een paar mag de kaarten pas uit het board pakken als het tegenpaar aan tafel verschenen is. Voor de kaarten worden ingezien moeten die geteld worden.
6.   Er moet met dichte kaart worden uitgekomen. Als de partner een bevestigend signaal geeft kan de kaart worden omgekeerd.
7.   Ieder paar dient zich aan de STOP- en ALERT-regels te houden. .