Statuten

Download reglement:
Statuten MT.pdf (117.27 KB)

NAAM EN ZETEL.

 

Artikel 1

1.    De vereniging draagt de naam:

      "B.C. MIERLO-TROEF"

      Zij wordt in deze statuten verder aangeduid als "de vereni­ging".

2.   Zij heeft haar zetel te Mierlo.

 

OPRICHTINGSDATUM, VERENIGINGSJAAR.

 

Artikel 2

1.    De vereniging werd opgericht op 23 mei 1989 en wordt thans aange­gaan voor onbepaalde tijd.

      Het verenigingsjaar loopt van 1 augustus tot en met 31 juli daarop­volgend.   

 

DOEL.

 

Artikel 3

1.    De vereniging heeft ten doel de uitoefening van het brid­gespel in de meest uitgebreide zin des woords te bevorde­ren, alles in over­eenstem­ming met de regels welke de Nederlandse Bridge-Bond en het district waartoe de vereni­ging behoort daarvoor vaststellen.

2.   De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door:

      a. lid te zijn van de Nederlandse Bridge-Bond;

      b. lid te zijn van het district, waartoe de vereniging krach­tens de indeling van de Neder­landse Bridge-Bond behoort; en

      c. het organiseren van- en het deelnemen aan wedstrijden en competities en verder door alles te doen wat voor de beoefe­ning van het bridgespel nuttig kan worden geacht.

 

LEDEN EN BEGUNSTIGERS.

 

Artikel 4.

1.    De vereniging kent vier soorten leden, te weten: gewone leden, jeugd­leden, ere­leden en leden van verdienste, terwijl de ver­eniging daarnaast begunstigers kent.

2.   Leden van de vereniging zijn natuurlijke personen, die als lid van de vereniging zijn aangenomen overeenkomstig de daartoe bij het Huishou­delijk Reglement vast te stellen regelen.

3.   Leden, die bij aanvang van het verenigingsjaar de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, worden, indien onder­scheid zinvol is, hierna aangeduid als jeugdleden.

4.   Ereleden en leden van verdienste zijn natuurlijke personen, die zich jegens de vereniging op bijzondere wijze hebben onder­scheiden en als zodanig door de algemene vergadering met ten­minste tweeder­de van de geldig uitgebrachte stemmen zijn benoemd, op voordracht van het bestuur of van één of meer leden.

5.   Begunstigers zijn zij, die zich bereid verklaard hebben de vereni­ging financiëel te steunen met een door de algemene vergadering vast te stellen minimum-bijdrage.

6.   Begunstigers hebben geen andere rechten en verplichtingen dan die welke hun bij of krachtens de statuten zijn toege­kend of opge­legd.

 

TOELATING.

 

Artikel 5.

1.    Het bestuur beslist omtrent de toelating van leden en begunsti­gers.

2.   Bij niet-toelating tot lid of begunstiger kan de algemene verga­dering alsnog tot toelating besluiten.

 

REGISTER.

 

Artikel 6.

1.    Het bestuur houdt een register, waarin de namen en de adressen van de leden, ereleden, leden van verdienste en begunstigers zijn opgenomen. 

 

EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP.

 

Artikel 7.

1.    Het lidmaatschap eindigt:

      a. door opzegging door het lid;

      b. door opzegging door de vereniging. Deze kan geschieden wanneer een lid zijn verplich­tingen jegens de vereniging niet nakomt, alsook wanneer redelijkerwijs van de vereni­ging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortdu­ren;

      c. door ontzetting. Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten der vereni­ging handelt, of de vereniging op onredelij­ke wijze bena­deelt;

      d. door overlijden van het lid;

      e. door royement door de vereniging of door de Nederlandse Bridge-Bond.

2.   Opzegging door de vereniging en ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur.

3.   Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de vereni­ging kan slechts geschie­den tegen het einde van een vereni­gingsjaar en met inachtneming van een opzeggingster­mijn van vier weken. Het lidmaatschap kan echter onmiddellijk worden beëindigd indien van de  vereniging of van het lid redelijker­wijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortdu­ren.

4.   Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid, doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijd­stip volgende op de datum waartegen was opgezegd.

5.   Een lid is niet bevoegd door opzegging van zijn lidmaatschap een besluit waarbij de verplichtingen van de leden van geldelijke aard zijn verzwaard, te zijnen opzichte uit te sluiten.

6.   Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereni­ging op grond dat een lid zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, alsook dat redelijkerwijs van de vereni­ging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortdu­ren en van een besluit tot ontzetting uit het lidmaat­schap staat de betrok­kene binnen een maand na de ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep open op de algemene vergade­ring. Hij wordt daartoe ten spoedigste schriftelijk van het besluit met opgave van redenen in kennis gesteld. Geduren­de de beroepster­mijn en hangende het beroep is het lid geschorst, met dien verstande evenwel dat het geschorste lid het recht heeft zich in de algemene vergadering, waarin het in dit lid bedoelde beroep wordt behandeld, te verant­woorden.

7.   Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar ein­digt, blijft desniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschul­digd.

 

EINDE VAN DE RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN BEGUNSTIGERS.

 

Artikel 8.

1.    De rechten en verplichtingen van een begunstiger kunnen weder­zijds door opzegging overeenkomstig de bepalingen in het huishoudelijk reglement worden beëindigd behou­dens dat de jaarlijkse bijdrage over het lopende verenigingsjaar voor het geheel blijft ver­schul­digd.

2.   Opzegging door de vereniging geschiedt door het bestuur.

 

GELDMIDDELEN – JAARLIJKSE BIJDRAGEN.

 

Artikel 9.

1.    De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit de jaarlijkse bijdra­gen van de leden en de begunsti­gers, inleggelden, boe­tes, schenkin­gen en uit eventuele andere baten.

2.   De begunstigers zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijk­se minimum-bijdrage, die door de algemene vergadering zal worden vastgesteld.

3.   Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeel­telijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van een bijdrage te verlenen.

 

 

BESTUUR.

 

Artikel 10.

1.    Het bestuur bestaat uit een oneven aantal, doch tenminste drie personen, die door de algemene vergadering worden benoemd.

      De benoeming geschiedt uit de leden.

2.   De benoeming van bestuursleden geschiedt uit een of meer bin­dende voordrachten, behou­dens het bepaalde in lid 3.

      Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd zowel het bestuur als vijf of meer leden.

      De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de verga­dering medegedeeld. Een voordracht door vijf of meer leden moet tenminste een week voor de aanvang van de vergade­ring schrif­telijk bij het bestuur worden ingediend.

3.   Aan elke voordracht kan een bindend karakter worden ontnomen door een met ten minste tweederde van de uitgebrachte stem­men genomen besluit van de algemene vergadering, genomen in een vergadering waarin ten minste tweederde van het aantal leden aanwezig of   verte­genwoordigd is.

4.   Is geen voordracht opgemaakt, of besluit de algemene vergade­ring overeenkomstig het voorgaande lid de opgemaakte voor­drachten het bindend karakter te ontnemen dan is de algeme­ne vergadering vrij in de keus.

5.   Indien er meer dan één bindende voordracht is, geschiedt de benoe­ming uit die voor­drachten.

6.   Om voor benoeming in aanmerking te komen moet een lid meerder­jarig zijn.

 

BESTUURSFUNCTIES – BESLUITVORMING VAN HET BESTUUR.

 

Artikel 11.

1.    De voorzitter wordt door de algemene vergadering in functie be­noemd. De overige bestuurs­functies, waaronder de secretaris, penningmeester en wedstrijdsecretaris worden door de overige benoemde bestuursle­den in onderling overleg vervuld.

2.   Het bestuur kan uit zijn midden voor ieder der in het eerste lid genoemde functionarissen een vervanger aanwijzen.

3.   Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secreta­ris notulen opgemaakt, die door de voorzitter en de secreta­ris worden vastgesteld en ondertekend. In overeen­stemming met hetgeen de wet dienaangaande bepaalt, is het oordeel van de voorzitter omtrent de totstandkoming en de inhoud van een besluit beslissend.

  1. Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regelen aangaande de vergaderingen van en de besluitvor­ming door het bestuur worden gegeven.

 

 

 

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP – PERIODIEK AFTREDEN - SCHORSING.

 

Artikel 12.

1.    Elk bestuurslid, ook wanneer hij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.

2.   Elk bestuurslid treedt uiterlijk drie jaar na zijn benoe­ming af, volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreding. De aftredende is herkiesbaar. Wie in een tussen­tijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorgan­ger in.

3.   Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts door overlijden van- en bedanken door het bestuurs­lid of het eindigen van zijn lid­maat­schap van de vereniging.

 

BESTUURSTAAK - VERTEGENWOORDIGING.

 

Artikel 13.

1.    Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.

2.   Indien het aantal bestuursleden beneden drie is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig moge­lijk een algemene vergadering te beleggen waarin de voor­ziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt.

3.   Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies of door één of meer personen die door het bestuur worden benoemd.

4.   Het bestuur is, mits met goedkeuring van de algemene vergade­ring, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, ver­vreemden of bezwaren van registergoederen, het slui­ten van over­eenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschulde­naar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheids­stelling voor een schuld van een derde verbindt.

      Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden beroep worden gedaan.

5.   Onverminderd het in de laatste volzin van lid 4 bepaalde wordt de vereniging in en buiten rechte vertegenwoordigd:

      a. hetzij door drie gezamenlijk handelende bestuursleden;

      b. hetzij door de voorzitter tezamen met één ander bestuurslid.

 

JAARVERSLAG – REKENING EN VERANTWOORDING.

 

Artikel 14.

1.    Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de ver­eniging zodanige aantekenin­gen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.

2.   Het bestuur brengt op een algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het verenigings­jaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, zijn jaarver­slag uit en doet, onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten, rekening en verantwoording over zijn in het afgelo­pen boekjaar gevoerd beleid.

      Na afloop van de termijn kan ieder lid deze rekening en verant­woording in rechte van het bestuur vorderen.

3.   De algemene vergadering benoemt jaarlijks uit de leden, erele­den en leden van verdienste een kascommissie van ten minste twee personen, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. De commissie onder­zoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit.

4.   Vereist het onderzoek van de rekening en verantwoording bijzon­dere boekhoudkundige kennis, dan kan de kascommissie zich door een deskundige doen bijstaan. Het bestuur is verplicht aan de commis­sie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desge­wenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken en bescheiden der vereniging te geven.

5.   De last van de commissie kan te allen tijde door de algemene verga­dering worden herroe­pen, doch slechts door de benoeming van een andere kascommissie.

6.   Het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in de leden 1 en 2 tien jaren lang te bewaren.

 

ALGEMENE VERGADERING.

 

Artikel 15.

1.    Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle be­voegdhe­den toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.

2.   Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het verenigings­jaar, wordt een algemene vergadering - de jaarverga­de­ring - gehouden. In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde:

      a. het jaarverslag en de rekening en verantwoording bedoeld in artikel 14, met het verslag van de aldaar bedoelde com­missie;

      b. de benoeming van de in artikel 14 genoemde commissie voor het volgende verenigings­jaar;

      c. voorziening in eventuele vacatures;

      d. voorstellen van het bestuur, de leden, de ereleden of leden van verdienste, aangekon­digd bij de oproeping voor de vergade­ring.

3.   Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dik­wijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.

4.   Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek, met opgave van de te behandelen onderwer­pen van ten minste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/vijfde ge­deelte der stemmen verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoe­kers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkom­stig arti­kel 19 of bij advertentie in ten minste een ter plaatse waar de vereniging gevestigd is, veel gelezen dagblad, met inacht­neming van de in artikel 19 vermelde oproepingstermijn.

 

TOEGANG EN STEMRECHT.

 

Artikel 16.

1.    Toegang tot de algemene vergadering hebben de leden, ereleden en leden van verdienste van de vereniging.

      Geen toegang hebben geschorste leden, behoudens het bepaalde in artikel 7 lid 6 en geschors­te bestuursleden.

2.   Over toelating van andere dan de in lid 1 bedoelde personen beslist het bestuur.

3.   Ieder lid van de vereniging dat niet geschorst is, heeft één stem, jeugdleden echter hebben een halve stem.

      De bestuursleden, ereleden en leden van verdienste zijn even­eens elk gerechtigd tot het uitbrengen van één stem.

4.   Een stemgerechtigde heeft geen stemrecht over zaken die hem, zijn echtgenoot of één van zijn bloedverwanten in de rechte lijn betref­fen.

5.   Een lid kan slechts één ander lid schriftelijk machtigen namens hem zijn stem uit te brengen in de vergaderingen. Van deze machti­ging dient op een zodanige wijze te blijken, dat het bestuur deze vol­doende acht. Ieder lid kan slechts één ander lid ter vergade­ring vertegen­woordigen.

 

VOORZITTERSCHAP EN NOTULEN.

 

Artikel 17.

1.    De algemene vergadering wordt geleid door de voorzitter van de vereniging of bij diens afwezigheid door één door het bestuur aangewezen plaatsvervanger. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelve.

2.   Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secreta­ris of een ander door de voorzitter daartoe aangewezen persoon, notulen gemaakt, die door de voorzitter en de notulist worden vastge­steld en ondertekend.

3.   Zij die de vergadering bijeenroe­pen kunnen een notarieel pro­ces-verbaal van het verhandel­de doen opmaken.

      De inhoud van de notulen of van het proces-verbaal wordt ter kennis van de leden gebracht.

 

BESLUITVORMING VAN DE ALGEMENE VERGADERING.

 

Artikel 18.

1.    Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voor­zitter dat door de vergade­ring een besluit is genomen is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voorzover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.

2.   Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van een in het eerste lid bedoeld oordeel de juistheid ervan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofde­lijk of schrifte­lijk geschied­de, een stemgerechtigde aanwezi­ge dit verlangt. Door deze nieuwe stem­ming vervallen de rechts­gevolgen van de oor­spronke­lijke stemming.

3.   Voorzover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene vergadering genomen met vol­strekte meer­derheid van de geldig uitgebrachte stemmen.

4.   Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.

5.   Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meer­derheid heeft verkre­gen, heeft een tweede stemming, of ingeval van een bindende voordracht, een tweede stemming tussen de voorge­dragen kandidaten plaats. Heeft alsdan weder nie­mand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden her­stem­mingen plaats, totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkre­gen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken.

      Bij gemelde herstemmingen (waaronder niet is begrepen de tweede stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen op wie bij de voorafgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezon­derd de persoon, op wie bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht. Is bij die voorafgaan­de stemming het gering­ste aantal stemmen op meer dan één per­soon uitge­bracht, dan wordt door loting uitgemaakt, op wie van die perso­nen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht.

      Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen sta­ken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.

6.   Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende verkie­zing van personen, dan is het verworpen.

7.   Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtig­den zulks voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming ge­schiedt bij ongetekende gesloten briefjes. Besluitvorming bij acclamatie is  mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofde­lijke stemming ver­langt.

8.   Een éénstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algeme­ne verga­de­ring.

9.   Zolang in een algemene vergadering alle leden aanwezig of vertegen­woordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen, omtrent alle aan de orde komende onderwerpen - dus mede een voorstel tot statuten­wijzi­ging of tot ontbinding - ook al heeft geen oproeping plaatsge­had of is deze niet op de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voor­schrift omtrent het oproepen en houden van vergade­ringen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen.

 

BIJEENROEPING ALGEMENE VERGADERING.

 

Artikel 19.

1.    De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het be­stuur. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden volgens het ledenregister bedoeld in artikel 6. De termijn voor de oproeping bedraagt tenminste zeven dagen.

2.   Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld, onverminderd het bepaalde in de artikelen 20 en 21.

 

STATUTENWIJZIGING.

 

Artikel 20.

1.    In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden ge­bracht dan door een besluit van de algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld. De statuten zullen geen bepalin­gen  mogen bevatten die onverenigbaar zijn met statuten en reglemen­ten van de Nederlandse Bridge-Bond, gevestigd te 's-Gravenhage en van het district waartoe de vereniging behoort.

2.   Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behande­ling van een voorstel tot statutenwijzi­ging hebben gedaan, moeten ten minste vijf dagen voor de vergadering een afschrift van dat voor­stel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgeno­men, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergade­ring wordt gehouden. Boven­dien wordt een afschrift als hiervoor bedoeld, aan alle leden toegezon­den.

3.   Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste tweederde van de geldig uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin ten minste tweederde van de leden tegenwoordig of vertegenwoor­digd is. Is niet tweederde van de leden tegenwoordig of verte­gen­woor­digd, dan wordt na die vergadering een tweede vergade­ring bijeenge­roe­pen, te houden binnen vier weken na de eerste vergadering, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal tegen­woordige of vertegen­woordigde leden, kan worden besloten, mits met een meerderheid van ten minste tweederde van de geldig uitge­brachte stemmen.

4.   Een statuten­wijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een nota­riële akte is opge­maakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.

 

ONTBINDING.

 

Artikel 21.

1.    De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering.

      Het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het voorgaande artikel is van overeenkomstige toepassing.

2.   Bij ontbinding van de vereniging benoemt de algemene vergade­ring minstens twee vereffe­naars, die gehouden zijn over hun beleid iedere drie maanden, dat de liquidatie voortduurt, verantwoor­ding af te leggen.

3.   Een eventueel batig saldo zal worden aangewend voor door de algemene vergadering te bepalen zodanige doelein­den als het meest met het doel van de vereniging over­eenstem­men.

 

HUISHOUDELIJK REGLEMENT.

 

Artikel 22.

1.    De algemene vergadering kan bij Huishoudelijk Reglement nadere regels geven omtrent het lidmaatschap, introductie, het bedrag van de jaarlijkse bijdrage, de werkzaamheden van het bestuur, de vergade­ring, de wijze van uitoefenen van het stemrecht en alle verdere onderwer­pen waarvan de regeling haar gewenst voorkomt.

2.   Wijziging van het Huishoudelijk Reglement kan geschieden bij besluit van de algemene vergadering, via een schriftelijk voorstel door ten minste eenderde gedeelte van de stemge­rech­tigden van de vereniging, of op voorstel van het bestuur.

3.   Het Huishoudelijk Reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met deze statuten of met de statuten en reglementen van de Nederlandse Bridge-Bond, geves­tigd te 's-Gravenhage en van het district waartoe de vereniging behoort.