Nieuwe spelregels

Vergelijkbare bieding

Is het u wel eens overkomen dat u een onvoldoende bod gelegd hebt of dat u biedt terwijl u niet aan de beurt was om te bieden? Met de nieuwe spelregels is er nog meer reden dan vroeger om de arbiter erbij te halen. De nieuwe spelregels bieden wat meer mogelijkheden dan de oude om het spel toch gewoon door te laten gaan.

 

Het gewijzigde Artikel 23 omschrijft namelijk meer biedingen dan voorheen die als "vergelijkbaar" gezien worden. En zo'n vergelijkbare bieding leidt normaliter niet meer tot enige straf (tegenwoordig "rechtzetting" genoemd). De richtlijn van de WEKO is zelfs om het begrip "vergelijkbaar" ruimhartig toe te passen: bij twijfel is het een vergelijkbare bieding. De arbiter zal wel steeds checken wat de ingetrokken bieding en de vervangende bieding betekenen.

 

Overigens: mocht na afloop van het spel de arbiter van mening zijn dat de vervanging van de oorspronkelijke bieding door de vergelijkbare bieding tot informatie heeft geleid die resulteerde in nadeel voor de niet-overtredende partij, dan dient hij/zij alsnog een arbitrale score vast te stellen (23C).

 

Artikel 23 noemt drie types vergelijkbare biedingen en van elk geven we een voorbeeld.

 

A) De nieuwe bieding heeft dezelfde of gelijkwaardige betekenis als de ingetrokken bieding.

 

Voorbeeld: U opent met 1 harten, maar uw rechtertegenstander had moeten beginnen met bieden. De linkertegenstander accepteert uw opening niet en u moet die terugnemen. Vervolgens opent uw rechter-

tegenstander met 1 schoppen.

 

Als u nu met 2 harten volgt, wordt dat gezien als een bieding die een gelijkwaardige betekenis heeft en is er dus verder geen rechtzetting.

 

Zelfs als de rechtertegenstander met 1 ruiten begint en u volgt met 1 harten, wordt uitgegaan van een vergelijkbare bieding, maar nu is er wel meer kans dat 23C van toepassing is, omdat een volgbod op 1-niveau toch wel veel zwakker kan zijn dan een opening.

 

B) De mogelijke betekenissen van de nieuwe bieding vormen een deelverzameling van de mogelijke betekenissen van de ingetrokken bieding.

Hiermee wordt bedoeld dat de nieuwe bieding de hand ten minste even precies omschrijft als de ingetrokken bieding, zowel qua kracht als qua verdeling.

 

Voorbeeld 1: U past, maar uw partner had moeten beginnen met bieden. De linkertegenstander accepteert uw pas niet en u moet uw pas terugnemen. Vervolgens opent uw partner 1 klaveren en de rechtertegenstander volgt met 1 harten. Het bieden van 1 schoppen is nu niet vergelijkbaar, omdat partner uit de ingetrokken opening weet dat u geen openingskracht heeft, terwijl het 1 schoppen bijbod dat niet uitsluit.

 

Maar als u 1SA biedt, geeft u 6-9 punten aan en dat is meer precies dan de ingetrokken pas. Dus 1SA is wel een "vergelijkbare" bieding.

 

Voorbeeld 2: U opent met 2 ruiten (multicolor), maar uw rechtertegenstander had moeten beginnen met bieden. De linkertegenstander accepteert uw opening niet en u moet die terugnemen. Vervolgens opent uw rechtertegenstander met 1 klaveren. Als u met uw partner een zwak sprongvolgbod speelt, kunt u nu 2 harten bieden. Dat is een "vergelijkbare" bieding omdat de informatie voor de partner alleen maar preciezer is geworden.

 

C) De nieuwe bieding heeft hetzelfde doel (bijvoorbeeld een vraagbod of een relay-bod) als die van de ingetrokken bieding.

 

Voorbeeld: Partner opent met 2SA en u legt 2 klaveren (bedoeld als Stayman). De linkertegenstander accepteert uw onvoldoende bod niet en u moet het terugnemen. Als door u en uw partner 3 klaveren na 2SA als Niemeyer gespeeld wordt, mag u toch gewoon 3 klaveren bieden. Zowel Stayman als Niemeyer vragen naar de hoge kleuren van de partner en hebben dus hetzelfde doel.

 

Ingewikkeld? Zeker! Haal er dus altijd de arbiter bij. 

 

 

Staat vragen altijd vrij? 

Een van de uitgangspunten van bridgen is volledige openheid van afspraken. Een tegenstander mag te alle tijden vragen naar de betekenis van een bepaalde afspraak (bieding, signalering) en dient daarop een volledig antwoord te krijgen (ook over ingeslopen gewoontes). Het moet ook niet nodig zijn die informatie er uit te moeten trekken.

 

En toch kan het stellen van een vraag ook minder onschuldig zijn.

Stel dat je linkertegenstander 1SA opent en je rechtertegenstander met 2 een Jacobitransfer naar de geeft. En stel dat je een mooie -kaart hebt. Hoe onschuldig is het dan om met verwondering in je stem te vragen of het 2-bod echt is of een conventie?

Of hoe onschuldig is het met een mooie ♣-kaart in je hand na een 1♣-opening door de tegenpartij te vragen of die opening echt is of voorbereidend?

 

Als je die informatie echt nodig hebt op dat moment, kun je beter vragen wat de afspraken over het gedane bod zijn. Dat komt misschien op hetzelfde neer, maar je verbazing over het gedane bod zal wat minder hoorbaar zijn.

 

Het stellen van vragen over de bieding kan zelfs tegen de regels zijn! Artikel 20G1 stelt namelijk:

 

Een speler mag geen vragen stellen met de enige bedoeling zijn partner te helpen.

 

Een voorbeeld is de volgende situatie. De tegenpartij is met behulp van controlebiedingen op onderzoek uit of ze in slem moeten eindigen. Als jij aan de beurt bent om te bieden, realiseer je je dat er verder rondgepast gaat worden en dat je partner zal moeten gaan uitkomen. Je realiseert je ook dat je partner niet zo vertrouwd is met controlebiedingen en waarschijnlijk niet in de gaten heeft dat het -bod een -controle aangeeft én tevens een ♣-controle ontkent, omdat die kleur overgeslagen is. Je besluit nu om uitvoerig naar de betekenis van het -bod te vragen en ook naar de implicaties voor ♣-kleur.

Deze vragen zijn dus duidelijk strijdig met Artikel 20G1 en de arbiter zal, als hij erbij geroepen is, waarschijnlijk besluiten tot een arbitrale score en mogelijk zelfs tot een procedurele straf.

 

Er zijn ook andere situaties waarin het stellen van vragen ongepast is. Misschien is het volgende advies van nut: stel alleen een vraag als het antwoord ook echt van invloed is op jouw volgende beslissing.

 

Kost een verzaking tegenwoordig geen strafslag meer?

Ik hoor mensen wel eens mopperen dat een verzaking tegenwoordig niet automatisch meteen een strafslag oplevert. We hebben het hierbij over zogenaamde voldongen verzakingen, dus de overtreder of zijn/haar partner heeft in de slag ná de verzaking al een kaart gespeeld.

Allereerst wordt bij een voldongen verzaking gekeken of de verzaker de slag waarin hij verzaakt heeft ook gemaakt heeft. Dat kan als hij een slag aftroeft, terwijl hij nog een kaart van de in die slag voorgespeelde kleur heeft. Die slag krijgt hij uiteraard niet. 

Als de verzaker of zijn partner ná de slag van de verzaking één of meer slagen weet te maken, moet daar ook eentje van overgedragen worden. Inhoudelijk is deze regel nooit  veranderd, maar vroeger (het spelregelboekje van 1997) heette deze overgedragen slag een strafslag en tegenwoordig (2017) wordt van een automatische aanpassing gesproken.

Maar het gaat dus om hetzelfde.

Het uitgangspunt van de opstellers van het nieuwe spelregelboekje is namelijk dat de verzaking het gevolg is van een vergissing: een kaart zat verstopt achter een andere of was per ongeluk verkeerd gesorteerd. 

Een “sluwe” speler zou kunnen overwegen een slag proberen te maken door een keer te verzaken. Denk aan een leider die aas en heer speelt en deze “sluwe” speler heeft de vrouw met maar één kleintje). Als de tegenpartij de verzaking niet opmerkt, is er een slag geboren en als ze de verzaking wel opmerken, moet je een slag overdragen die je toch niet gemaakt zou hebben. Toch?

De opstellers van het spelregelboekje gaan duidelijk niet van dit soort spelers uit. En gelukkig zijn dit soort spelers geen lid van onze club. Daar horen ze ook niet thuis.

Overigens kunnen door een verzaking meer slagen de mist ingaan dan in de standaardregeling gecompenseerd worden. Bijvoorbeeld als in een dummy een aas en heer liggen met veel kleintjes en er is verder geen entree. De verzaker met de vrouw en één kleintje zal nu door zijn verzaking al die lengteslagen in de dummy om zeep helpen. Een arbiter zal die slagen echter compenseren. Dan moet hij er wel bij geroepen zijn!

 

Henk van Tilborg