Statuten

Download bijlage:
statuten.pdf (130.55 KB)

 

BCB

 

STATUTEN

Notarieel vastgesteld te 's Hertogenbosch d.d. 6 april 1990

 

 

 

Inhoudsopgave

Artikel 1 Naam en zetel

Artikel 2 Oprichtingsdatum, verenigingsjaar

Artikel 3 Doel

Artikel 4 Leden, begunstigers

Artikel 5 Toelating

Artikel 6 Register

Artikel 7 Einde lidmaatschap

Artikel 8 Einde van de rechten en verplichtingen van begunstigers

Artikel 9 Geldmiddelen - jaarlijkse bijdragen

Artikel 10 Bestuur

Artikel 11 Bestuursfuncties

Artikel 12 Einde bestuurslidmaatschap

Artikel 13 Bestuurstaak

Artikel 14 Jaarverslag

Artikel 15 Algemene vergadering

Artikel 16 Toegang en stemrecht

Artikel 17 Voorzitterschap en notulen

Artikel 18 Besluitvorming van de Algemene Vergadering

Artikel 19 Bijeenroeping algemene vergadering

Artikel 20 Statutenwijziging

Artikel 21 Ontbinding

 

Artikel 1 Naam en zetel

  1. De vereniging draagt de naam Bridge Club Best, Zij wordt in de statuten verder aangeduid als "de vereniging".
  2. Zij heeft haar zetel te Best.

Artikel 2 Oprichtingsdatum, verenigingsjaar

  1. De vereniging is opgericht 2 maart 1967 en de oprichting is aangegaan voor onbepaalde tijd.
  2. Het verenigingsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december daaropvolgend.

Artikel 3 Doel

  1. De vereniging heeft ten doel de uitoefening van het bridgespel, in de meest uitgebreide zin van het woord, te bevorderen. Alles in overeenstemming met de regels welke de NEDERLANDSE BRIDGE BOND daarvoor stelt.
  2. De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door

    1. het organiseren van en deelnemen aan wedstrijden en competities, en verder alles te doen wat voor de beoefening van het bridgespel nuttig kan worden geacht
    2. Lid te zijn van de Nederlandse Bridge Bond.

Artikel 4 Leden, begunstigers

  1. De vereniging kent drie soorten leden, te weten: gewone leden, ereleden en leden van verdienste terwijl de vereniging daarnaast begunstigers kent.
  2. Leden van de vereniging zijn natuurlijke personen die als lid van de vereniging zijn aangenomen overeenkomstig de daartoe bij het Huishoudelijk Reglement vast te stellen regels.
  3. Ereleden en leden van verdienste zijn natuurlijke personen die zich jegens de vereniging op bijzondere wijze hebben onderscheiden en als zodanig door de algemene vergadering zijn benoemd, dit op voordracht van het bestuur of van één of meer leden.
  4. Begunstigers zijn zij die zich bereid verklaard hebben de vereniging financieel te steunen met een bijdrage waarvoor door de Algemene Vergadering een minimum wordt vastgesteld.
  5. Begunstigers hebben geen andere rechten en verplichtingen dan die welke hen bij of krachtens de statuten zijn toegekend en opgelegd.

Artikel 5 Toelating

  1. Het bestuur beslist omtrent toelating van leden en begunstigers.
  2. Bij niet-toelating tot lid of begunstiger kan de Algemene Vergadering alsnog tot toelating besluiten.

Artikel 6 Register

  1. Het bestuur houdt een register bij, waarin de namen en adressen van de leden, ereleden, leden van verdienste en begunstigers zijn opgenomen.

Artikel 7 Einde lidmaatschap

  1. Het lidmaatschap eindigt door:

    1. opzegging van het lid;
    2. opzegging door de vereniging. Deze kan geschieden wanneer een lid zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, alsook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;
    3. ontzetting. Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten der vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt;
    4. overlijden van het lid;
    5. royement door de vereniging of door de Nederlandse Bridge Bond.
  1. Opzegging door de vereniging en ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur.
  2. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de vereniging kan slechts geschieden tegen het einde van het verenigingsjaar en met inachtneming van de uiterste datum, zijnde 1 december. Het lidmaatschap kan echter onmiddellijk worden beëindigd indien van de vereniging of van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
  3. Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.
  4. Een lid is niet bevoegd door opzegging van zijn lidmaatschap een besluit waarbij de verplichtingen van de leden van geldelijke aard zijn verzwaard, te zijnen opzichte uit te sluiten.
  5. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereniging op grond van het feit dat een lid zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, alsook dat redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren en op grond van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap, staat de betrokkene binnen een maand na de ontvangst van de kennisgeving van het besluit, beroep open op de algemene vergadering. Hij/zij wordt daartoe ten spoedigste schriftelijk van het besluit met opgave van redenen in kennis gesteld. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst, met dien verstande evenwel dat het geschorste lid het recht heeft zich in de algemene vergadering, waarin het in dit lid bedoelde beroep wordt behandeld, te verantwoorden.
  6. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar eindigt, blijft desalniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd.

Artikel 8 Einde van de rechten en verplichtingen van begunstigers

  1. De rechten en verplichtingen van een begunstiger kunnen wederzijds door opzegging overeenkomstig de bepalingen in het huishoudelijk reglement worden beëindigd, behoudens dat de jaarlijkse bijdrage over het lopende verenigingsjaar voor het geheel verschuldigd blijft.
  2. Opzegging door de vereniging geschied door het bestuur.

Artikel 9 Geldmiddelen - jaarlijkse bijdragen

  1. De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit de jaarlijkse bijdragen van de leden en de begunstigers, inleggelden, boetes, schenkingen en uit eventuele andere baten.
  2. De leden zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage die door de Algemene Vergadering zal worden vastgesteld. De leden kunnen daartoe in categorieën worden ingedeeld die een verschillende bijdrage betalen.
  3. De begunstigers zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse minimumbijdrage die door de Algemene Vergadering zal worden vastgesteld.
  4. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van een bijdrage te verlenen.

Artikel 10 Bestuur

  1. Het bestuur bestaat uit ten minste vijf personen; zij worden door de Algemene Vergadering benoemd. De benoeming geschiedt uit de leden.
  2. De benoeming van bestuursleden geschiedt uit éën of meer bindende voordrachten behoudens het bepaalde in lid 3. Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn zowel het bestuur als vijf of meer leden bevoegd. De voordracht door het bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering medegedeeld. Een voordracht door vijf of meer leden dient tenminste 7 dagen voor aanvang van de vergadering, vergezeld van een bereidverklaring, schriftelijk te worden ingediend bij het bestuur.
  3. Aan elke voordracht kan een bindend karakter worden ontnomen door een met tenminste tweederde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de Algemene Vergadering, genomen in een vergadering waarin tenminste tweederde van het aantal leden aanwezig of vertegenwoordigd is.
  4. Is geen voordracht opgemaakt of besluit de Algemene Vergadering, overeenkomstig het voorgaande lid, de opgemaakte voordrachten het bindend karakter te ontnemen, dan is de Algemene Vergadering vrij in de keus.
  5. Indien er meer dan één bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die voordrachten.
  6. Om voor benoeming in aanmerking te komen moet een lid meerderjarig zijn.

Artikel 11 Bestuursfuncties

Besluitvorming door het bestuur

  1. De voorzitter wordt in functie benoemd. De overige bestuursleden worden benoemd en verdelen in onderling overleg de functies van vicevoorzitter, secretaris, penningmeester en wedstrijdsecretaris. Een bestuurslid kan meer dan een functie bekleden.
  2. Het bestuur kan uit zijn midden voor ieder der in het eerste lid genoemde functies een vervanger aanwijzen.
  3. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris notulen opgemaakt die door de voorzitter en de secretaris worden vastgesteld en ondertekend. In overeenstemming met hetgeen de wet dienaangaande bepaalt, is het oordeel van de voorzitter omtrent de totstandkoming en de inhoud van een besluit beslissend.
  4. Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regelen aangaande de vergaderingen van en de besluitvorming door het bestuur worden gegeven.

Artikel 12 Einde bestuurslidmaatschap

 Periodiek aftreden - schorsing

  1. Elk bestuurslid, ook wanneer hij/zij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de Algemene Vergadering worden ontslagen of geschorst. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
  2. Elk bestuurslid treedt uiterlijk 2 jaar de benoeming af, volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreding. De aftredende is herkiesbaar. Wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in.
  3. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:

    1. door het eindigen van het lidmaatschap.
    2. door overlijden of medische ongeschiktheid van het bestuurslid.
    3. door bedanken van het bestuurslid.

Artikel 13 Bestuurstaak

Vertegenwoordiging

  1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met, het besturen van de vereniging.
  2. Indien het aantal bestuursleden beneden vijf is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk, uiterlijk binnen 4 weken, een Algemene Vergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats, of de open plaatsen, aan de orde komt.
  3. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies of door één of meer personen die door het bestuur worden benoemd.
  4. Het bestuur is, mits met goedkeuring van de Algemene Vergadering, bevoegd tot liet sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden beroep worden gedaan.
  5. Onverminderd het in de laatste volzin van lid 4 bepaalde, wordt de vereniging in en buiten rechte vertegenwoordigd:

    1. hetzij door drie gezamenlijk handelende bestuursleden.
    2. hetzij door de voorzitter tezamen met een ander bestuurslid.

Artikel 14 Jaarverslag

Rekening en verantwoording

  1. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
  2. Het bestuur brengt op een algemene vergadering binnen een maand voor en uiterlijk zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de Algemene Vergadering, zijn jaarverslag uit en doet, onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten, rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd beleid. Na verloop van de termijn kan ieder lid deze rekening en verantwoording in rechte van het bestuur vorderen.
  3. De Algemene Vergadering benoemt jaarlijks een kascommissie van tenminste twee personen; zij mogen geen deel uitmaken van het bestuur. De aftredende is eenmalig herkiesbaar voor een periode. De commissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de Algemene Vergadering verslag van haar bevindingen uit.
  4. Vereist het onderzoek van de rekening en verantwoording bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan de kascommissie zich door een deskundige doen bijstaan. Het bestuur is verplicht aan de kascommissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken en bescheiden der vereniging te geven.
  5. De last van de commissie kan te allen tijde door de Algemene Vergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere commissie.
  6. Het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in de leden 1 en 2 tien jaren lang te bewaren.

Artikel 15 Algemene vergadering

  1. Aan de Algemene Vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
  2. Jaarlijks, binnen een maand voor of na het einde van het verenigingsjaar wordt een Algemene Vergadering, de jaarvergadering, gehouden. In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde:

    1. het jaarverslag en de rekening en verantwoording als bedoeld in artikel 14, met het verslag van de aldaar bedoelde commissie.
    2. de benoeming van de in artikel 14 genoemde commissie.
    3. voorziening in eventuele vacatures.
    4. voorstellen van het bestuur, de leden, de ereleden of leden van verdienste, aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering.
  3. Andere Algemene Vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.
  4. Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek, met opgave van de te behandelen onderwerpen van ten minste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één-tiende gedeelte der stemmen verplicht tot het bijeenroepen van een Algemene Vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig art.- 19.

Artikel 16 Toegang en stemrecht

  1. Toegang tot de Algemene Vergadering hebben alle bestuursleden, leden, ereleden en leden van verdienste van de vereniging. Geen toegang hebben begunstigers (tenzij ook bestuurslid, lid, erelid of lid van verdienste), geschorste leden (behoudens het bepaalde in artikel 7 lid 6) en geschorste bestuursleden.
  2. Over toelating van andere dan de in lid 1 bedoelde personen beslist het bestuur.
  3. leder lid van de vereniging, dat niet geschorst is, heeft een stem. De bestuursleden, ereleden en leden van verdienste zijn eveneens gerechtigd tot het uitbrengen van een stem.
  4. Een stemgerechtigde heeft geen stemrecht over zaken die hem/haar, zijn/haar echtgenoot/-genote of één van zijn/haar bloedverwanten in de rechte lijn betreffen.
  5. Een lid kan slechts één ander lid schriftelijk machtigen namens hem/haar zijn stem uit te brengen in de vergaderingen. De geldigheid van deze machtiging dient op een zodanige wijze te blijken dat het bestuur deze voldoende acht. leder lid kan slechts één ander lid ter vergadering vertegenwoordigen.

Artikel 17 Voorzitterschap en notulen

  1. De Algemene Vergaderingen worden geleid door de voorzitter van de vereniging of bij diens afwezigheid door de vicevoorzitter. Ontbreken de voorzitter en de vicevoorzitter dan treedt één der door het bestuur aangewezen plaatsvervangers als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelve.
  2. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een andere door de voorzitter daartoe aangewezen persoon, notulen gemaakt die door de voorzitter en de notulist worden vastgesteld en ondertekend. Zij die de vergadering bijeenroepen kunnen een notarieel proces verbaal van het verhandelde doen opmaken. De inhoud van de notulen of van het proces verbaal wordt ter kennis van de leden gebracht.

Artikel 18 Besluitvorming van de Algemene Vergadering

  1. Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter dat door de vergadering een besluit is genomen is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voorzover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
  2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van een in het eerste lid bedoeld oordeel de juistheid ervan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, één stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
  3. Voorzover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de Algemene Vergadering genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
  4. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
  5. Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een tweede stemming, of ingeval van een bindende voordracht, een tweede stemming tussen de voorgedragen kandidaten plaats. Heeft alsdan weder niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats, totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken. Bij de gemelde 'herstemmingen (waaronder niet is begrepen de tweede stemming)wordt telkens gestemd tussen de personen op wie bij voorafgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon op wie bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht. Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan één persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt, op wie van die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht. Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.
  6. Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende verkiezing van personen, dan is het verworpen.
  7. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of een der stemgerechtigden, zulks voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende gesloten briefjes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijk stemming verlangt.
  8. Een eenstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de Algemene Vergadering.
  9. Zolang in een Algemene Vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen, omtrent alle aan de orde komende onderwerpen, - dus mede een voorstel tot statutenwijziging of tot ontbinding - ook al heeft geen oproeping plaatsgehad of is deze niet op de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift omtrent het oproepen en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen.

Artikel 19 Bijeenroeping algemene vergadering

  1. De Algemene Vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping geschiedt schriftelijk op naam van de leden volgens het ledenregister bedoeld in artikel 6. De termijn voor de oproeping bedraagt tenminste zeven dagen.
  2. Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld, onverminderd het bepaalde in de artikelen 20 en 21.

Artikel 20 Statutenwijziging

  1. In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van de Algemene Vergadering waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld. De statuten zullen geen bepalingen mogen bevatten die onverenigbaar zijn met de statuten en reglementen van de Nederlandse Bridge Bond, gevestigd te Utrecht. Dit lid mag nimmer gewijzigd worden zonder verkregen schriftelijke toestemming van de Nederlandse Bridge Bond.
  2. Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten tenminste vijf dagen voor de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. Bovendien wordt een afschrift als hiervoor bedoeld, aan alle leden toegezonden.
  3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin tenminste twee derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is. Is niet twee derde van de leden aanwezig, dan wordt na die vergadering een tweede vergadering bijeengeroepen, deze te houden binnen vier weken na de eerste vergadering, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden, kan worden besloten, mits met een meerderheid van tenminste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen.
  4. Een statutenwijziging treedt niet eerder in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.

Artikel 21 Ontbinding

  1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de Algemene Vergadering. Het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het voorgaande artikel is van overeenkomstige toepassing.
  2. Bij ontbinding van de vereniging benoemt de Algemene Vergadering minstens twee vereffenaars, die gehouden zijn over hun beleid iedere drie maanden, dat de liquidatie voortduurt, verantwoording af te leggen.
  3. Een eventueel batig saldo zal worden aangewend voor door de Algemene Vergadering te bepalen zodanige doeleinden als het meest met het doel van de vereniging overeenstemmen.