Dé 15 gouden regels

 De 15 gouden regels van Bridgeclub Sportief

  1. Speel zonder commentaar in woord en gebaar.

  2. Leg uw systeemkaart op tafel.

  3. Niet rommelen met de biddingbox, eerst denken dan bieden.

  4. Bij een sprongbod het stopkaartje gebruiken en na 10 tellen weer weghalen.

  5. Het bieden is pas afgelopen na drie keer pas.

  6. Alerteer elk conventioneel bod van je partner, ook Stayman en Jacoby.

  7. Op 4 niveau niet meer alerteren, maar wel als het nog de eerste biedronde is.

  8. Als u aan de beurt bent mag u uitleg vragen aan degene die alerteert.

  9. Een verkeerde uitleg van uw partner moet u voor het uitkomen corrigeren als u leider of dummy bent, maar als u tegenspeelt mag dat pas na afloop van het spel.

  10. Voor het uitkomen laat Noord het in de bridgemate ingevoerde contract controleren door Oost en na het spel het ingevoerde resultaat.

  11. Uitkomen met een kaart die gesloten blijft tot partner akkoord gaat.

  12. Voor het uitkomen mag u nog uitleg vragen over de bieding, maar uw partner mag dat pas na het uitkomen.

  13. De dummy praat niet over het spel, maar mag wel aangeven of de leider in de hand of aan tafel is en vragen of de leider echt niet kan bekennen.

  14. Nakaarten mag, maar zorg ervoor dat de buren daar geen last van hebben.

  15. Roep altijd de arbiter als er iets mis gaat (voor de beurt bieden of uitkomen, verzaken, onvoldoende bieding, verkeerde uitleg, enz). De arbiter is er voor opgeleid om dat correct op te lossen, niet om straffen uit te delen.

    Veel plezier en succes en een prettig spel!