Spelregels Très Louche

SPELREGELS VOOR WEDSTRIJDBRIDGE bij Très Louche

 

De competitiemiddagen van Très Louche worden gespeeld in overeenstemming met de “Spelregels” zoals die zijn opgesteld door de NBB. Ze zijn ontworpen om de juiste gang van zaken vast te leggen en om competitiemiddagen rustig en probleemloos te laten verlopen.

  1. Optreden en fatsoen zijn onderdeel hiervan. Een speler hoort hoffelijk en fatsoenlijk te zijn naar zijn medespelers en opmerkingen en/of handelingen te vermijden die ergernis of verlegenheid bij een andere speler zouden kunnen veroorzaken. Zij behoort geen ongevraagd commentaar tijdens het bieden en spelen te geven,  het spelen niet onnodig te rekken en een kaart niet klaar te houden voordat zij aan de beurt is ( Artikel 74).

Ook het gebruik van een mobiele telefoon is niet toegestaan zonder toestemming van de wedstrijdleider.

  1. De Klok. Voor onze club geldt in de regel een speeltijd van een half uur voor vier spellen. Dit is opgenomen in het clubreglement. Dus let op de tijd en begin niet meer aan een spel als je minder dan 5 minuten over hebt.
  2. Systeemkaart. Voor aanvang van elke ronde wisselen de spelers hun systeemkaart uit. Bij onze club is dat verplicht. Helaas houden veel spelers zich daar niet aan. Een systeemkaart is in te vullen en te downloaden op NBB.nl. Een systeemkaart heft de alerteerplicht nooit op.
  3. Verantwoordelijkheid voor de juiste gang van zaken aan tafel. Vaak wordt gedacht dat de noordspeler (extra) verantwoordelijk zou zijn. Dat is een misverstand. Alle spelers hebben een gelijke verantwoordelijheid voor een goed verloop, de juiste speelrichting, de juiste spellen èn de juiste tegenstander.

BIEDEN

  1. Hoofdregel. Elke bieding van uw partner waarvan u kunt vermoeden dat de tegenstanders een andere betekenis verwachten, dient u te alerteren. Dit geldt ook voor een doublet. De speler die alerteert, moet erop letten dat beide tegenstanders haar alert zien.
  2. Stopwaarschuwing. Elk sprongbod moet worden voorafgegaan door het neerleggen van een stopkaart. Ook een 2-opening of hoger is een sprongbod. Na ongeveer 10 seconden moet de stopkaart weer van tafel.
  3. Omgaan met een denkpauze. Als een speler duidelijk lang nadenkt voordat zij een bieding doet en past, geeft dat ongeoorloofde informatie. De speler geeft met haar denkpauze in ieder geval  de informatie dat zij iets heeft om over na te denken, en daarmee dat haar uiteindelijke aktie op de grens zal liggen van een bod. Dit geldt ook voor een keuze uit de biddingbox, ook daar geeft een aarzeling of denkpauze ongeoorloofde informatie. Maak eerst een keuze voordat u met een hand naar de biddingbox gaat!.

 

SPELEN

  1. Elke kaart op dezelfde wijze bijspelen. Alle kaarten horen op dezelfde wijze te worden gespeeld. Er mag geen onderscheid zijn tussen het spelen van een kaart waarmee “alleen maar” wordt bekend, en de kaart waarmee een “terugspeelsignaal” wordt overgedragen. Ook nadrukkelijk naar de partner kijken bij het neerleggen van een kaart waarmee om terugkomst in een bepaalde kleur wordt gesmeekt, is absoluut verboden. Het tempo van (bij)spelen moet altijd gelijk zijn.
  2. Pas een kaart pakken om bij te spelen als u aan de beurt bent. Pas als een speler aan de beurt is om bij te spelen, mag zij een kaart uit haar waaier pakken en die spelen. Het is niet toegestaan om alvast een kaart in de hand te nemen vòòrdat de rechterspeler heeft (bij)gespeeld, en na te denken als er niets te denken valt.
  3. Bij een verzaking is het altijd aan te raden de wedstrijdleider te roepen. Er zijn duidelijke spelregels bij van toepassing.
  4. Kaart van de leider. Als de leider met een kaart een beweging maakt met de beeldzijde zichtbaar waaruit duidelijk kan worden opgemaakt dat zij die kaart wil spelen, geldt die kaart als gespeeld. De kaart van de leider geldt ook als gespeeld als de gepakte kaart met de zichtbare beeldzijde de tafel (nagenoeg) raakt.
  5. Kaart van de tegenspeler. Als de tegenspeelster haar te spelen kaart zó houdt dat haar partner de beeldzijde hàd kunnen zien, is die kaart gespeeld. Niet van belang is of haar partner de beeldzijde werkelijk zag. Of de leider de beeldzijde heeft gezien, maakt niet uit.
  6. De kaarten terugstoppen.  Tot er overeenstemming is over het aantal gemaakte slagen, laat u uw kaarten in de gespeelde volgorde liggen. Denk  eraan, dat u de kaarten na het spelen schudt, en vooral na een rondpas. Tel uw kaarten na, vooral als u met uw tafelgenoten hebt “nagekaart”. Beperk het “nakaarten” tot na het spelen van de hele serie van 4 spellen en doe dat zoveel mogelijk in stilte. U dient daarbij rekening te houden met de overige competitiespelers die nog aan het spelen kunnen zijn.
  7. Als u een snelle ronde speelt, en u heeft tijd over, houdt u dan rekening met uw andere clubspelers die nog aan het spelen zijn (zie ook boven: artikel 13).

 

ARBITRAGE

  1. De wedstrijdleider (Piet van Steijn) is de gehele middag aanwezig, ook om wanneer er vragen en/of problemen zijn aan de bridgetafel, die te helpen oplossen. Arbitrage vragen is heel gewoon, en is geen onvriendelijk signaal aan de medespelers. De wedstrijdleider  geeft aan hoe er verder gespeeld moet worden.

 

Bridgeclub TRÈSLOUCHE, augustus 2013

 

 

UIT:

  • Spelregels voor wedstrijd-bridge 1997,  Nederlandse Bridge Bond
  • Reglementen van de Nederlandse Bridge  Bond

Zie ook: Gids voor bridge, Rob Stravers