Wedstrijdreglement

WEDSTRIJDREGLEMENT DE AMERSFOORTSE KEI

Versie 21 januari 2020 Concept

 

1 Algemene bepalingen

 

1.1 Bij Bridge Club De Amersfoortse Kei (DAK) zijn de spelregels van toepassing die door de Nederlandse Bridge Bond (NBB) zijn vastgesteld. Dit geldt eveneens voor het NBB rekenprogramma.

 

1.2 Het gebruik van systeemkaarten is verplicht in de A en B-lijn. Voor de overige lijnen wordt de systeemkaart aanbevolen. De systeemkaart dient juist en volledig te zijn ingevuld en geheel overeen te stemmen met die van de partner.

 

1.3 De stop- en de alerteerregel dienen gehanteerd te worden in alle lijnen, tenzij een paar niet wil dat er gealerteerd wordt.

 

1.4  Er wordt uitsluitend geboden m.b.v. biedingboxen.

 

1.5  Het aanvangstijdstip van de speelavonden wedstrijd is om 19.30 u precies. Men dient zich uiterlijk om 19.20 u te hebben gemeld bij de wedstrijdleiding.

Indien men na 19.30 u binnenkomt en de wedstrijd reeds is begonnen zal het eerste spel niet meer worden gespeeld en zal het overtredende paar een score van maximaal 35% krijgen over het eerste spel. De tegenstanders krijgen een arbitrale score toegekend.

 

1.6 Uitgangspunt is dat alle leden aanwezig zijn op de speelavonden.

Indien men verhinderd is moet er afgemeld worden middels de daartoe bestemde afmeldlijsten. Is men onverwacht verhinderd, kan worden afgemeld bij de wedstrijdleiding via het afmeldformulier op de website. Afmelden kan tot uiterlijk 20.00 uur op de avond voorafgaande aan de speelavond. Alleen in nood kan nog op de speeldag worden afgezegd via het speciale 06-nr. van de vereniging.

 

1.7 Tijdens een zitting mag, na het signaal “5 minuten” voor het einde van een ronde, niet meer begonnen worden met een nieuw spel. Er is begonnen met een nieuw spel als minstens één der spelers zijn kaarten heeft ingezien. In de BridgeMate wordt als resultaat 0 ingegeven (= niet gespeeld).

 

1.8 Indien een paar herhaaldelijk zorgt voor tijdsoverschrijdingen, kan het hiervoor door de arbiter worden bestraft.

 

2 Competitievormen

 

De te spelen wedstrijden worden onderscheiden in een parencompetitie, een viertallencompetitie, een topintegraalwedstrijd, een laddercompetitie en een puntencompetitie.

 

3 Parencompetitie

 

3.1 Indeling van paren
 

3.1.1 Per seizoen worden tenminste 3 parencompetities van elk 6 zittingen georganiseerd. 

 

3.1.2. Er wordt gespeeld in drie lijnen. Een lijn telt minimaal 12 paren, maximaal 20 paren. 

 

3.1.3 Een lijn bestaat uit een even aantal paren.

 

3.1.4 Nieuwe paren, al of niet bestaande uit leden van de club, worden ingedeeld op één niveau lager dan de door de TC ingeschatte sterkte, tenzij dat ingeschatte niveau gelijk is aan de laagste lijn. Dan volgt indeling in die laagste lijn. De TC kan in bijzondere gevallen van deze regel afwijken.

 

3.2 Resultaten van een parenwedstrijd

3.2.1 Bij de organisatie van de parenwedstrijden maakt de TC gebruik van het NBB-rekenprogramma. Voor het gebruik hiervan worden de in de paragrafen 3.2 t/m 3.4 vermelde keuzes gemaakt.

 

3.2.2 Bij deze regeling wordt gebruik gemaakt van het begrip “eigen gemiddelde”. Dit is het gemiddelde van de alle gemaakte scores in de betreffende competitieronde, met de eigen partner in de eigen lijn. Indien er nog geen eigen score is gemaakt wordt voorlopig 50 % gehanteerd.

 

3.2.3 Per zitting wordt de uitslag bepaald door het behaalde percentage. De competitiestand in een competitieronde wordt bepaald door het totaal van de uitslagen van de zittingen. Bij absentie, verplaatsing in een andere lijn of combinatie van paren wordt de vervangende uitslag bepaald volgens de artikelen 3.3 en 3.4.

 

3.3 Combiparen

 

3.3.1. Bij afwezigheid van een der partners van een paar zal de aanwezige partner door de TC worden gekoppeld aan een andere alleenstaande speler van de club. Combineren met een speler uit dezelfde lijn gaat voor een combinatie met een speler uit een andere lijn. Alleen als er geen andere speler uit de club voorhanden is kan de TC toestaan dat gespeeld wordt met een invaller van buiten de club.

 

3.3.2 Indien een lid met een andere speler uit dezelfde lijn speelt, ontvangen de paren waartoe beide leden behoren de behaalde score, met een minimum van 45%.

 

3.3.3 Indien een lid speelt in een combipaar in een lagere lijn ontvangen de paren waartoe beide leden behoren de behaalde score, met een maximum van het eigen gemiddelde.

 

3.3.4 Indien een lid speelt in een combipaar in een hogere lijn ontvangen de paren waartoe beide leden behoren de behaalde score, met een minimum van het eigen gemiddelde.

 

3.3.5 Bij de plaatsing in een lijn van een combipaar uit verschillende lijnen wordt zoveel mogelijk voorkomen dat een stilzittafel nodig is. Indien 2 spelers uit verschillende lijnen met elkaar spelen, zal de WL deze combinatie indelen in de hoogste lijn van een der beide spelers.

 

3.3.6 Indien een paar (bij voorkeur het hoogst geklasseerde paar) door de TC wordt ingedeeld in een naaste hogere lijn, dan krijgt dat paar een score die minimaal gelijk is aan zijn eigen gemiddelde.

 

3.4 Scores bij afwezigheid
 

3.4.1 Een paar, dat tijdens een competitieronde voor de eerste maal afwezig is, krijgt als score in de competitiestand het eigen gemiddelde.

 

3.4.2 Een paar, dat tijdens een competitieronde voor de tweede maal afwezig is, krijgt als score in de competitiestand het eigen gemiddelde minus 10 %.

 

3.4.3 Een paar, dat tijdens een competitieronde voor de derde maal afwezig is, krijgt als score in de competitiestand het eigen gemiddelde minus 20 %.

 

3.4.4 Een paar, dat tijdens een competitieronde voor de vierde maal afwezig is, krijgt als score in de competitiestand het eigen gemiddelde minus 30 %.

 

3.4.5 Bij afwezigheid zonder bericht van een speler of een paar krijgt het paar een score van 40 % of het eigen gemiddelde als dat lager is.

 

3.4.6 Bij afwezigheid van een paar door districtsviertallen of andere verplichtingen voor de club geldt voor de score in de competitiestand het eigen gemiddelde.

 

3.5 Promotie en degradatie

 

3.5.1 Aan het einde van elke parencompetitieronde vindt promotie en degradatie plaats volgens hieronder omschreven regels. Uitgangspunt is dat de sterkte van de groep spelers die na een competitieronde promoveert even groot is als de groep die van de groep die degradeert.

 

3.5.2 Het aantal promoverende en degraderende paren is steeds ongeveer een kwart. De NBB hanteert: bij 10 t/m 14 paren degraderen en promoveren 3 paren, bij 15 t/m 18 paren vier paren en bij meer dan 19 paren 5 paren.

 

3.5.3 De TC heeft het recht om van deze regels af te wijken indien door toe- of afname van het aantal leden het aantal lijnen of de grootte ervan moet worden aangepast. Hierbij is het streven om alle lijnen in principe even lang te maken.

 

3.5.4 In geval van afwezigheid ten gevolge van langdurige ziekte van een van de leden zal het paar, waarvan het lid deel uitmaakt, niet in de competitiestand worden opgenomen. Na herstel wordt het paar weer opgesteld in de oorspronkelijke lijn.

 

3.5.5 Een paar kan als geheel, één keer per seizoen, in geval van een afwezigheid van minimaal drie aaneengesloten parencompetitiewedstrijden en mits gemeld bij de TC voorafgaande aan de parencompetitie, buiten mededinging meespelen voor het resterende deel van de competitieronde zonder dat degradatie op grond van afwezigheid kan volgen.

 

3.5.6 Indien bij het bepalen van de eindstand uit 4 zittingen blijkt dat meer paren dan het overeengekomen aantal voor promotie c.q. degradatie in aanmerking komen, zal ten gunste van dat paar worden beslist, dat de meeste punten of procenten in 5 zittingen heeft behaald. Is ook hierin geen verschil, dan beslist de TC.

 

3.5.7 Degradatie is verplicht, promotie niet. Als een paar niet wil promoveren, dan degradeert een paar minder.

 

3.6 Clubkampioenschap

 

3.6.1 Het Clubkampioenschap wordt toegekend aan dat paar, dat zich gedurende alle achtereenvolgende parencompetities in een speelseizoen het best heeft geklasseerd in de hoogste lijn (A-lijn). In principe kan een paar dat ook een ronde in de B-lijn heeft gespeeld hier ook in aanmerking voor komen, waarbij voor het bepalen van de eindscore de reductiefactor wordt toegepast.

 

4 Viertallencompetitie

 

4.1 De TC organiseert in beginsel elk jaar een viertallencompetitie met minstens twee sterktelijnen en 8 speelavonden. Deelname aan de viertallencompetitie is niet verplicht.

 

4.2 De samenstelling van een viertal geschiedt door de betrokkenen, indien nodig in overleg met de TC. Deze blijft zoveel mogelijk in stand gedurende de gehele competitie. De indeling in de sterktelijnen geschiedt door de TC.

 

4.3 De indeling van de viertallen in groepen, geschiedt door de TC met in achtneming van de resultaten van de voorgaande viertallencompetitie.

 

4.4 Bij afwezigheid van (een paar van) een viertal worden de regels van de parencompetitie toegepast.

 

4.5 Indien de voortgang van de competitie dit vereist kan de TC beslissen dat er met de door de TC aangewezen invallers wordt gespeeld.

 

4.6  Voor de uitslag wordt gebruik gemaakt van het rekenprogramma van de NBB.

 

4.7  Na afloop van een competitie promoveren c.q. degraderen 2 viertallen per groep, voor zover daarvan sprake kan zijn.

 

5 Meesterpunten

 

5.1.  Meesterpunten worden toegekend voor: 

• Parencompetities.

• Viertallencompetities 

• Najaarsdrive
•Voorjaarsdrive
• Ruitenboerdrive.

Meesterpunten worden toegekend volgens het meesterpunten reglement van de NBB en worden per zitting berekend en toegekend.

 

5.2.  De TC heeft het recht andere zittingen aan te wijzen voor het toekennen van meesterpunten.

 

6 Laddercompetitie

 

6.1 Op de avonden waarop een viertallencompetitie wordt gespeeld, kan de TC een ladderwedstrijd organiseren voor de paren die niet meedoen aan het viertallen.

 

6.2  Bij afwezigheid worden de regels van de parencompetitie toegepast.

 

6.3  De organisatie van de laddercompetitie wordt zo nodig aangepast aan de mogelijkheden van het NBB Rekenprogramma.

 

7 Topintegraal

 

7.1 Op door de Technische Commissie aangewezen avonden wordt een topintegraalwedstrijd gespeeld.

 

7.2  Bij het spelen van een topintegraal worden in alle lijnen dezelfde spellen gespeeld.

 

7.3  De indeling van de lijnen wordt bepaald door de TC.

 

7.4  Degene die de hoogste score overall heeft behaald is de winnaar van de topintegraalwedstrijd. Per lijn wordt eveneens de hoogste scoreberekend. Die komt toe aan de winnaar in die lijn.

 

7.5 De behaalde scores worden niet meegeteld in de clubcompetitie.

 

8 Technische Commissie (TC)

 

8.1 De TC is verantwoordelijk voor de organisatie van alle competities en bijzondere wedstrijden, die op de speelavonden worden gespeeld.

 

8.2 Tot deze verantwoordelijkheid behoort de wedstrijdleiding van de speelavonden, de arbitrage, de verwerking van de resultaten in het NBB-programma, de informatie aan de leden over de behaalde resultaten en de uitslagen op de website. Tevens is de TC verantwoordelijk voor de samenstelling van de teams die meedoen aan de competitie van de NBB. De TC werkt conform de bepalingen van het wedstrijdreglement, waarvan de TC de redactie voert.

 

8.3 Voorafgaand aan het speelseizoen, maar uiterlijk 1 augustus van elk jaar legt de TC een voorstel inzake het jaarprogramma voor aan het bestuur. Het bestuur stelt het programma vast. De uitvoering ligt vervolgens bij de TC.

 

8.4  De TC wordt door het bestuur benoemd.

 

8.5  De TC bestaat uit tenminste vijf leden, maar steeds een oneven aantal. De TC belast één of meer van haar leden met de taken van de wedstrijdleider zoals omschreven in de toepasselijke regels van de NBB. De wedstrijdleider is tevens verantwoordelijke voor de juiste toepassing van het wedstrijd- reglement. In de TC zit(ten) tevens één of meer arbiters.

 

8.6. De TC behandelt de door de leden ingediende protesten voor zover het de technische leiding, de indeling, de arbitrage en de administratieve verwerking van de resultaten betreft.

 

8.7 De leden van de TC stellen zich doorlopend op de hoogte van “Spelregels voor wedstrijdbridge” van de NBB, alsmede van de uitleg daarvan zo mogelijk door het volgen van cursussen.

 

9 Beroep

 

9.1 In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de Technische Commissie. Tegen elke beslissing van de Technische Commissie is beroep mogelijk bij het bestuur.

 

9.2 Tegen een beslissing van de arbiter staat de mogelijkheid van bezwaar open bij de TC. Dat geldt ook in het geval van een beslissing van de wedstrijdleider.

 

9.3 Wordt het bezwaar niet toegekend dan staat beroep open bij het bestuur.

 

Toelichting

 

Artikel 3.1.2

 

Bij een lijn van 9 paren of minder kan het voorkomen dat door afwezigheid er in een lijn gespeeld moet worden van minder dan 7 paren en dan moet er worden afgeweken van de gewone wedstrijden van 6 tafels van 4 spellen en dat geeft veel onrust in de zaal.

 

Artikel 3.2.1

 

Het NBB-rekenprogramma is onmisbaar geworden voor de organisatie van de wedstrijden. Daarom worden de regels in dit reglement aangepast aan de mogelijkheden van dit programma.

 

Artikel 3.2.2

 

Na elke zitting berekent het programma steeds een nieuw eigen gemiddelde. De competitiescores volgens de artikelen 3.2 t/m 3.4 worden dus na elke zitting herberekend.

 

Artikel 3.4

 

De regeling is gebaseerd op het uitgangspunt dat een paar dat de helft van het aantal zittingen afwezig is in de meeste gevallen zal degraderen. Gemiddeld ligt de degradatiegrens bij ongeveer 46 % over de hele competitieronde. Heeft een paar een eigen gemiddelde van 51 % dan zal bij 3 keer afwezigheid de gemiddelde competitiescore ongeveer 46 % bedragen en dus net degradatie plaats vinden. (algebra:6x–30= 6maal46=276,dusx=51).

Alleen de beste paren kunnen het zich dus veroorloven 3 keer afwezig te zijn.

 

Artikel 3.5.5

 

Hiermee wordt het mogelijk gemaakt dat een paar één keer per seizoen een lange vakantie kan houden zonder dat degradatie plaats vindt.

 

Artikel 3.6.2

 

Voorbeeld berekening scores van de B-lijn voor het clubkampioenschap. In de eindstand van de vierde competitieronde parenwedstrijden 2016-2017 was het gemiddelde van de onderste 4 paren in de A-lijn gelijk aan 44,01 %. Het gemiddelde van de bovenste 4 van de B-lijn was 56,05 %. De vermenigvuldigingsfactor voor de B-lijn was dus 44,01/56,05 = 0,7851.