Hoe en wat van indeling interne viertallencompetitie

Afgelopen ledenvergadering zijn vragen gesteld over de indeling van de viertallencompetitie. Sinds een aantal jaar delen we de laatste ronde van de interne viertallen in volgens de Deense indeling, waarbij de scores in VIPs (wedstrijdpunten, bijvoorbeeld 13-7) van de laatste ronde gebruikt worden om de totaaluitslag vast te stellen. Om deze keuze toe te lichten is het handig om te beginnen bij de algemene opzet van de interne viertallencompetitie.

De viertallencompetitie bestaat uit vijf avonden, waarbij we op onze club twee rondes van 12 spellen per avond spelen. Omdat we in één lijn spelen, is er geen promotie en degradatie. Het spelen in één lijn heeft als voordeel dat iedereen elkaar tegen kan komen. Indelingstechnisch heeft het als voordeel dat er geen discussie is over de lijn waarin een nieuw samengesteld viertal speelt.

Wanneer je in een grote groep viertallen speelt, is het gebruikelijk om een Zwitserse indeling te hanteren. Bij een Zwitserse indeling spelen teams tegen elkaar die dicht bij elkaar in de stand staan, wat in de loop van de competitie ook vaak teams van vergelijkbare sterkte zijn. Daarbij wordt voorkomen dat teams twee keer tegen elkaar spelen. 

Om met een Zwitserse indeling een goede uitslag te krijgen, is het nodig om voldoende ronden te spelen, maar ook niet teveel. Een Zwitsers zoals we die op onze club spelen zou ideaal gezien na ongeveer 7 ronden afgelopen zijn. Daarna ga je merken dat veel teams die bovenin de stand staan al tegen elkaar gespeeld hebben. Omdat teams niet twee keer tegen elkaar kunnen spelen, krijgen de bovenste teams tegenstanders die steeds lager in de stand staan. De rest hebben ze al gehad. 

Dat maakt dat als het aan het einde van de competitie bovenin spannend is, de toppers in de competitie vaak zwakkere tegenstanders treffen en er zodoende minder kans is dat de stand bovenin nog verandert. 

Om de competitie spannend te houden hebben we er daarom een aantal jaar geleden voor gekozen om de laatste ronde volgens de Deense methode in te delen. Dit betekent dat nummer 1 in de stand tegen nummer 2 speelt, nummer 3 tegen nummer 4, en zo verder. Dat maakt dat de sterkste teams tegen elkaar spelen en de nummer 2 het in eigen hand heeft of ze nummer 1 nog inhalen. 

Nu zijn er twee methoden om met de uitslag van de laatste ronde om te gaan. De eerste optie is dat team 1 en 2 uit de stand ook om plaats 1 en 2 in de eindrangschikking spelen. een soort finale dus. De tweede optie is om de uitslag in VIPs te verwerken in de competitiestand en zo de einduitslag vast te stellen. Dat betekent dat ook nummer 3 of 4 nog 1e of 2e kan worden. 

Beide opties hebben voor- en nadelen. Het belangrijkste argument tegen de eerste optie is dat het lastig is om bij afwezigheid van een team op de laatste avond te bepalen wat de einduitslag wordt: houdt dit team zijn positie, zakt het team een plek, of juist twee, en wat als het team vanwege clubverplichtingen afwezig is? Een tweede, meer praktische reden is dat het rekenprogramma alleen de tweede mogelijkheid ondersteunt. Daarom kiezen we vanuit de TC voor de tweede optie. 

Aan alle indelingsmethoden kleven voor- en nadelen. Als TC vinden we het goed dat in de huidige competitievorm iedereen elkaar tegen kan spelen. Verder helpt het ons dat deze competitievorm voor veel flexibiliteit zorgt: wisselende teams, invallers, aan- of afwezigheid; het past allemaal in deze opzet. De belangrijkste reden voor de Deense indeling in de laatste ronde is om in de laatste ronde de sterkste teams onderling om de hoogste posities te laten strijden en in de rest van het veld een leuke pot tegen een gelijkwaardige tegenstander te spelen.