Vanuit een andere hoek 2019-2

 Carla Ravenhorst 

Leerstijl

Een aantal jaar geleden heb ik een deeltijdstudie afgerond. Modern was - en is nog steeds - dat je voordat je überhaupt plaats neemt achter je studietafel kijkt welke leerstijl je hebt. Dinsdagavond vroeg ik mij na afloop af of het me had geholpen als ik nog had geweten welke leerstijl ik hanteer.

Jaap schoof uit zijn werk aan de eettafel en vroeg of ik hard had gestudeerd vanmiddag op het bridgen. Hij zag namelijk een aantal boekjes op tafel liggen. En of ik nog vragen had voor vanavond. Ik peinsde wat, hij zag ineens dat er iets met mijn oog was en het onderwerp was gelukkig van tafel. Er was die middag een adertje gesprongen in mijn oog. Mijn dochter riep dat ik zo niet kon gaan bridgen, omdat dat het er echt niet uit zag. Ik zag het lelijke oog als een afleidingsmanoeuvre voor de tegenstander.

Maar goed, de leerstijlen. Ik hield mij destijds bezig met de leerstijlen van Kolb. Wetenschappelijk bewijs is er niet voor de term leerstijlen, maar vanuit en bepaalde houding zou je kunnen bepalen wat iemand zijn leerstijl is. En hoe je dus de leerstof, in dit geval, de bridgestof, tot je neemt. En ik hoop voor mezelf de stof uiteindelijk voldoende eigen te maken om fatsoenlijk te gaan bridgen. Volgens de leerstijlen van Kolb heb je de doener, dromer, denker en beslisser. De doener leert door te doen, door vaak te gissen en te missen. Dromers zoeken naar nieuwe ingangen om een probleem op te lossen. De denker werkt graag zelfstandig om een probleem op te lossen. Dat lijkt me lastig met bridgen. De beslisser wil vanuit beknopt geformuleerde regels de vergaarde kennis in een oefensituatie uitproberen. Ik denk dat de beslisser een goede bridger is. Les van Jaap, en hup, zo naar de bridgeclub.

Spel 16

Spel: 16
  W/OW  
 
 
♠T5  
♥HT9752  
♦98643  
♣-  
 
♠9  
♥VB84  
♦HT  
♣HV9854  
N
W O
Z
♠AV642  
♥A6  
♦VB2  
♣732  
 
♠HB873  
♥3  
♦A75  
♣ABT6  
 

 

 

 

 

West Noord Oost Zuid
1 3 3 4
D ap    
       
       

 

Het bieden loopt behoorlijk uit de hand. Na het bieden van 3 schoppen door Hanneke in oost puzzel ik wat 3 harten ook alweer betekent. En ik denk, het zijn vast 7 harten en Jaap belooft punten. Daarbij is de regel bieden, bieden, bieden - vooral voor het halen van het goede contract in de butlercompetitie - van het grootste belang. Dus hup, ik bied de manche. Nel doubleert en wij gaan -5 en dat kost aardig wat impen. Jaap geeft ruiterlijk toe dat hij geen drie harten had moeten bieden, maar geeft mij als les mee dat ik ook zeker geen vier harten moet bieden. Als jij het nog begrijpt, dan begrijp ik het ook.

 

Ik constateer dat ik in ieder geval geen beslisser ben. En als ik al wel een beslissing neem is het vaak geen goede. Doener lijkt mij meer op zijn plek. Gissen en missen. Maar of dat nu de bedoeling is van bridgen?