Competitiereglement

 

COMPETITIEREGLEMENT

 

 

 

Inleiding

 

Aan het begin van het competitiejaar, dat loopt van 1 september tot en met 31 augustus

van het daarop volgende jaar wordt door het bestuur, op voorstel van de Technische

Commissie, een jaarprogramma opgesteld, waarin o.a. wordt bepaald, welke en hoeveel

verschillende competities in dat competitiejaar zullen worden gespeeld. Ook worden

daarin de te spelen bijzondere wedstrijden vermeld.

De volgende hoofdstukken bevatten richtlijnen voor de verschillende competitiesoorten.

Waar in dit reglement sprake is van “spelers” geldt het gestelde eveneens voor

speelsters.

 

Hoofdstuk A  Parencompetities

 

Art.A-1                Per competitiejaar wordt een aantal parencompetities gespeeld, zo mogelijk bestaande uit zeven zittingen (= speeldagen).

                           

                            Parenindeling

                            Er worden per competitiejaar drie parencompetities, bestaande uit zeven zittingen (= speeldagen), afgewerkt. Voor elke competitie worden de paren naar sterkte inge­deeld in diverse lijnen. De plaats van ieder paar wordt vastgesteld op basis van de eindstand in de vorige competi­tie, onder toepassing van de vooraf bepaalde promotie- en degradatieregeling (zie artikel A-5).

                            Nieuw ge­vormde paren, waarvan beide spelers in de vorige  competitie op dezelfde speeldag hebben deelgeno­men, worden ingedeeld in de lijn, waarop de hoogstgeplaatste van beide spelers, gezien het bovenstaande, recht heeft, tenzij beide spelers te kennen geven in een lagere lijn te willen spelen.

                            Indien van een nieuw gevormd paar slechts één speler aan de vorige competitie op dezelfde speeldag heeft deel­genomen, wordt dit paar inge­deeld in de lijn,  waarop die speler gezien het bovenstaande recht heeft.

                            Deze bepalingen kunnen er toe leiden, dat twee nieuw gevormde paren op dezelfde lijn recht hebben. Wanneer in dat geval de lijn groter wordt dan in art.A-2 wordt bepaald, wordt versterkte degradatie (zie art.A-5) toegepast.

                            Paren waarvan beide leden niet aan de vorige competitie hebben deelgeno­men, worden inge­deeld in de laagste lijn; zij kunnen echter bij het bestuur een met redenen omkleed verzoek indienen om in een hogere lijn geplaatst te worden.

 

                                    Voorafgaand aan elke competitie maakt de Technische Commissie

een lijst bekend welke leden in welke parensamenstelling aan de        competitie deelnemen. Daarbij wordt eveneens vermeld welke paren ingevolge art, A-4 lid 4 buiten mededinging deelnemen en welke invallers er voor de competitie beschikbaar zijn.

 

Art.A-2                Lijnen

                            In principe zullen de lijnen bestaan uit veertien paren. Indien voor de laagste lijn minder dan veertien paren over zijn en de wedstrijdleiding van mening is, dat daardoor een regelmatig verloop van de competitie niet gegarandeerd is, worden de laagste twee lijnen samengevoegd.

                            Indien door de bepalingen van artikel A-1 of door andere omstandigheden het aantal paren in een lijn hoger of lager is geworden, dient de wedstrijdleiding via een aangepaste promotie- c.q. degradatieregeling de situatie in de volgende competitie te herstellen. Zie hiervoor eveneens artikel A-5.

 

Art.A-3                Gang van zaken op de  speeldag

                            1. De speelavond begint om 19.30 uur. De leden dienen om uiterlijk 19.20 uur aanwezig te zijn.

                            Indien op een avond een lid met een invaller of een lid van een ander paar zal spelen, dient dit vóór aanvang van de speel­avond ter kennis van de wedstrijdleiding te worden ge­bracht.

                            Indien ’s middags wordt gespeeld, zal het aanvangstijdstip nader worden vastgesteld

 

                            2. Bij verhindering dient men zich schriftelijk af te melden op een lijst, die daartoe op de vorige speeldag op het publicatiebord is opgehangen. Indien de noodzaak tot verhindering zich voordoet ná de vorige speeldag dient men zich op de speeldag vóór 13.00 uur telefonisch of via e-mail af te melden.

                            Indien een partner van een lid verhinderd is mag met een invaller gespeeld worden. Daarbij dient de voorkeur gegeven te worden aan een clublid dat die avond ook zonder partner is. Het lid van de Technische Commissie, dat de avond voorbereidt, zal zo nodig hierbij bemiddelen en dient er zijn goedkeuring aan te verlenen. In elk geval dient zulks op de speeldag vóór 15.00 uur geregeld te zijn.

                             

                            3. Iedere spe­ler behoort in het bezit te zijn van een volgens de regels van de Neder­landse Bridge Bond ingevulde systeem­kaart. Deze dient bij de aanvang van iedere ronde duide­lijk zichtbaar vóór de tegenspe­lers op de speeltafel te worden gelegd. Indien bij arbi­trage blijkt dat door het niet voldoen aan deze bepaling andere paren benadeeld kunnen worden kan dit voor het overtredende paar  negatieve conse­quen­ties hebben.

 

 

                            4. Op overtredingen van de spelregels, zoals vastge­steld door de Nederlandse Bridge Bond, zullen de daarin vermelde sancties worden toegepast. Spiekbrief­jes en geheugen­steuntjes (met uitzondering van­ de systeemkaart van de tegenpartij) mogen tijdens het spel niet worden ingezien. Aan beginnende bridgers kan van deze laatste regel door de Technische Commissie gedurende een zekere periode ontheffing worden verleend.

                                                        

                            5. Het aantal te spelen spellen per avond is voor alle lijnen gelijk.

 

Art.A-4                Scoreberekening

                            1. Het behaalde resultaat van elke competi­tiewedstrijd wordt uitgedrukt  in percentages. Na elke wedstrijd wordt een ranglijst opgesteld, waarbij de volgorde wordt bepaald door het gewogen gemiddelde van de tot dan toe in de competitie gespeelde wedstrijden, d.w.z. dat bij de berekening van het gemiddelde mede rekening wordt gehouden met het aantal gespeelde spellen.

 

                            2. Indien van een paar één speler verhin­derd is, geeft Art.A-3, lid 2 de andere speler het recht om met een invaller te spelen.

 

                            Indien twee spelers uit dezelfde lijn, die geen vast paar vormen, samen spelen omdat hun partners verhinderd zijn, telt de behaalde score voor beide paren.

 

                            Indien twee spelers uit verschillende lijnen samen spelen omdat hun partners verhinderd zijn, worden de scores van beide paren als volgt gecorrigeerd:

-  voor elke lijn die één van beide spelers boven zijn lijn speelt wordt bij

   de behaalde score van de ‘lagere-lijn-speler’ 5% opgeteld; de speler

   die reeds in de juiste lijn speelt, ontvangt 2,5 % compensatie

                            -  voor elke lijn die één van beide spelers onder zijn lijn speelt wordt

   van de behaalde score van de ‘hogere-lijn-speler’ 5% afgetrokken; de

   speler die reeds in de juiste lijn speelt, ontvangt 2,5 % aftrek

 

                            Dit paar zal door de wedstrijdleiding voor die wedstrijd worden geplaatst in een lijn, waarin de correc­tie op de score zo laag mogelijk zal zijn. Bovendien wordt, indien op grond van het boven­staande een posi­tieve correctie is toegepast, dit paar als het in dezelfde competitie nogmaals samenspeelt dusdanig geplaatst, dat de eerder verkregen positieve correc­tie door een negatieve wordt gecompenseerd.

 

                            Indien een invaller geen deelnemer is aan de competitie wordt de behaal­de score eveneens aan het oorspronkelijke paar toegekend, echter met een minimum van 42% en een maximum van 58%.

 

                            3. Indien beide spelers van een paar verhinderd zijn, wordt voor deze speel­avond aan het paar geen score toegekend. Slechts de scores, vastgesteld over de speelavonden in de competitie waarop ten minste één van beide spelers wel aanwezig was, tellen mee voor de competitie.

 

                            Wanneer de verhindering ten onrechte niet of niet tijdig vooraf aan de wedstrijdleiding is gemeld, kan een voorlopige score van 40% worden toegekend. Na afloop van de competitie wordt als definitieve score voor die speelavond toegekend het gemiddelde percentage van dat paar over de speelavonden in de competitie waarop het wel aanwezig was, echter minus 10%.

                           

                            Indien de afwezigheid het gevolg is van een wedstrijd, waarin de vereniging wordt vertegenwoordigd, wordt voor die speelavond het gemiddelde percentage toegekend over de speelavonden in de competitie waarop het paar wel aanwezig was, echter met een minimum van 50%.

 

                            4. Indien een paar gedurende een competitie de helft van het aantal rondes of meer afwezig is geweest, wordt het niet in de competitiestand opgenomen en zal daardoor zo mogelijk degraderen (zie Art.A-5). Dit geldt niet voorzover de afwezigheid het gevolg is van één of meer wedstrijden, waarin de vereniging vertegenwoordigd werd.

                            Deze bepaling geldt ook niet indien één der leden van een paar langdurig ziek is en het paar daar­door niet aan de aanwezigheidseis heeft kunnen voldoen.

                            Paren kunnen éénmaal per competitiejaar, voorafgaand aan een competitie, de wedstrijdleiding verzoeken de betreffende competitie buiten mededinging mee te mogen spelen. Alsdan wordt het paar niet in de stand opgenomen, maar behoudt wel het recht op zijn plaats voor de eerstvolgende competitie. Voor het clubkampioenschap (zie art.A-7) komt een dergelijk paar echter niet in aanmerking.

 

                            5. Indien in een lijn zoveel paren verhinderd zijn – door welke oorzaak dan ook – dat er minder dan 7 paren overblijven, wordt de betreffende wedstrijd voor die lijn niet meegeteld voor de competitiestand.

 

Art.A-5                Promotie/Degradatie

                            Aan het begin van iedere competitie wordt door de wedstrijdleiding bepaald hoeveel paren na afloop van die competitie zullen promoveren en degraderen. Het voorzienbare aantal paren in een lijn is daarbij bepalend:

                           

 

 

 

Art.A-6                     Partnerwisseling

                            Wisselen van partner kan in beginsel slechts  geschieden aan het eind van een competitie. In dat geval behouden beide nieuw ontstane paren de hoogste plaats waarop de spelers gezien het resultaat van de vorige competitie recht hebben, ook wanneer dit betekent, dat de aldus ontstane lijn groter wordt dan 14 paren. De Technische commissie zal dan een correctie als bedoeld in artikel A-2 toepassen.

 

Art.A-7                Clubkampioenschap

                            Clubkampioen paren wordt het paar dat in het totaal van de in het gehele competitiejaar gespeelde parenwedstrijden het hoogste gemiddelde percen­tage heeft behaald, alsme­de:

a)               tenminste de helft van elke competitie, die meetelt voor het

              clubkampioenschap, heeft gespeeld in de samenstelling, die

              voorafgaand aan het competitiejaar is bekendgemaakt;

                            b)           het gehele competitiejaar in de hoogste lijn heeft gespeeld, en      daaruit niet is gedegradeerd.

 

                            Indien geen enkel paar voldoet aan de voorwaarden van dit artikel gelden alleen de percentages behaald in de hoogste lijn van de paren die niet meer dan één parencompetitie in een lagere lijn hebben gespeeld.

 

Art.A-8                Extra speelavond

 

                            Indien een extra speelavond of –middag wordt georganiseerd, waaraan als regel te weinig paren deelnemen om in meer dan één lijn te spelen, gelden de volgende afwijkende bepalingen:

 

1.    Per competitiejaar wordt slechts één competitie, bestaande uit zo mogelijk 30 zittingen (= speelavonden) afgewerkt. Omdat in slechts één lijn wordt gespeeld, is promotie resp. degradatie niet aan de orde.

 

2.    Wisseling van partner is gedurende de gehele competitie mogelijk.

 

3.    Leden, die als regel niet aan de competitie deelnemen, maar incidenteel willen meespelen, dienen zich tijdig, d.w.z. op de speeldag vóór 13.00 uur, bij de wedstrijdleiding aan te melden.

 

4.    Clubkampioen wordt het paar dat in de in de competitie gespeelde zittingen het hoogste gemiddelde percentage heeft behaald, mits het in tenminste de helft van het aantal zittingen in dezelfde samenstelling heeft gespeeld.

 

Hoofdstuk B  Interne Viertallencompetitie

 

Art. B-1               In het jaarprogramma wordt een aantal speeldagen vastgesteld voor het spelen van een interne viertallencompetitie. Daartoe krijgen de leden in het begin van het competitiejaar de gelegenheid om zich als viertal op te geven. Ook paren kunnen zich aanmelden; de wedstrijdleiding zal zich beijveren om in dat geval voor een nevenpaar te zorgen.

 

Art. B-2               Lijnen.

                            Afhankelijk van het aantal aanmeldingen beslist de wedstrijdleiding of in één of meerdere lijnen wordt gespeeld. In het eerste geval wordt gespeeld volgens het Zwitsers systeem; in het tweede geval worden de viertallen naar sterkte ingedeeld, waarbij resultaten uit de vorige competitie bepalend zijn, en wordt per lijn een halve competitie gespeeld. Wanneer de samenstelling van een viertal t.o.v. de vorige competitie gewijzigd is beslist de wedstrijdleiding in welke lijn het nieuw gevormde viertal wordt geplaatst.

                            Voor degenen, die niet hebben ingeschreven voor deze competitie, zal op de viertallenavonden bij voldoende belangstelling (minimaal 6 paren) een vrije parenwedstrijd worden georganiseerd.

 

Art. B-3               Gang van zaken op de speeldag

                            Hiervoor zij verwezen naar art. A-3.

 

Art. B-4               Scoreberekening

Het behaalde resultaat van elke competitiewedstrijd wordt uitgedrukt in Internationale Match Points (IMP) en vervolgens in Victory Points (VP) volgens de internationaal geldende tabel.

              Voor de stand in de competitie is het gemiddelde aantal behaalde VP bepalend, zoals de NBB deze ook hanteert bij de ‘externe-viertallen-

             wedstrijden’. Bij gelijk eindigen beslist het onderlinge resultaat. Indien

             ook dat gelijk is, is het totaal aantal IMP bepalend.

 

Art. B-5               Verhindering

Indien één lid van een viertal verhinderd is aan een wedstrijd deel te nemen, dient met een invaller gespeeld te worden. De invaller mag naar het oordeel van de Technische commissie geen duidelijke versterking van het viertal zijn.

Bij verhindering van meer dan één lid van een viertal kan in overleg met de captain van het andere viertal en met de wedstrijdleiding een nieuwe datum voor de wedstrijd worden vastgesteld.

 

Art. B-6               Promotie/Degradatie

Indien in twee of meer lijnen wordt gespeeld, promoveren indien   mogelijk twee viertallen naar een hogere, en degraderen eveneens twee viertallen naar een lagere groep. Bij minder dan zes viertallen in een lijn, kan er slechts een viertal promoveren en slechts een viertal degraderen.

 

Art. B-7               Clubkampioenschap

Clubkampioen viertallen wordt het viertal, dat aan het eind van de    competitie op de eerste plaats in de hoogste lijn is geëindigd.

 

Hoofdstuk C  Zomercompetitie

 

Art. C-1               In de maanden juni tot en met augustus van elk jaar wordt op elke speelavond c.q. –middag een laddercompetitie afgewerkt. Afhankelijk van de belangstelling wordt in één of meer lijnen gespeeld.

Gedurende deze zomercompetitie kunnen ook niet-leden van de vereniging tegen een geringe vergoeding aan de wedstrijden deelnemen, mits zij zich tijdig (vóór 13.00 uur) hebben aangemeld.

 

Art. C-2              Parenindeling
Indien in meer lijnen wordt gespeeld, worden voor de eerste speeldag de paren naar sterkte ingedeeld overeenkomstig de eindstand van de laatste parencompetitie (na promotie/degradatie).

Met als criterium het op die eerste speeldag behaalde percentage wordt één gemeenschappelijke ranglijst opgemaakt. Die ranglijst wordt in een aantal ongeveer gelijke stukken verdeeld, die dan weer de lijnen voor de volgende wedstrijd vormen en wel zodanig, dat elke lijn niet minder dan 10 en niet meer dan 16 paren omvat.

Na elke wedstrijd wordt uit de totaalpercentages een nieuwe ranglijst opgemaakt, die weer op overeenkomstige wijze de basis vormt voor de daaropvolgende wedstrijd.

Wanneer twee spelers, die geen vast paar vormen, incidenteel samen spelen worden zij ingedeeld overeenkomstig de plaats van de hoogst geplaatste op de ranglijst.

Incidenteel en voor het eerst deelnemende paren worden naar sterkte ingedeeld, ter beoordeling van de wedstrijdleiding.

 

Indien in één lijn wordt gespeeld is de zomercompetitie identiek aan een gewone parencompetitie.

 

Art. C-3              Gang van zaken op de speeldag

                            Hiervoor zij verwezen naar art. A-3.

 

Art. C-4              Scoreberekening

De op de verschillende speeldagen behaalde percentages worden per paar bij elkaar opgeteld, onafhankelijk van het aantal gespeelde spellen.

Incidenteel samenspelende leden van verschillende vaste paren scoren voor beide paren.

Bij gelijke gemiddelde percentages wordt het paar met het hoogste aantal gespeelde wedstrijden op de hogere plaats gerangschikt.

Om in de eindstand te worden opgenomen dient een paar, al of niet met invallers, minstens de helft van het aantal wedstrijden te hebben gespeeld.

 

Art. C-5              Zomerkampioen

Het paar, dat in de eindstand het hoogste gemiddelde resultaat heeft gescoord, mag zich Zomerkampioen noemen.

                                                  

 

Hoofdstuk D  Slemkampioenschap

 

                            Gedurende alle clubwedstrijden wordt voor een geboden en gemaakt klein slem één “slempunt” en voor een geboden en gemaakt groot slem twee slempunten toegekend.

                            Voor elk geboden, maar niet gemaakt klein slem wordt één slempunt afgetrokken.

                            Voor elk geboden, maar niet gemaakt groot slem worden twee slempunten afgetrokken.

                            Slemkampioen van de betreffende speeldag wordt het paar dat gedurende alle wedstrijden van de competities in een competitiejaar het hoogste aantal slempunten heeft be­haald.

 

 

Hoofdstuk E  Protesten

                           

                            Tegen beslissingen van een wedstrijdleider kan schriftelijk protest worden aangetekend bij het bestuur van de vereniging. Het bestuur kan beslissingen op een dergelijk protest delegeren aan een daartoe op te richten protestcommissie

 

                           

Hoofdstuk F  Slotbepalingen

 

Art. F-1               De wedstrijdleiding kan 2½% op het op een speelavond behaalde resultaat in mindering brengen indien een paar bij herhaling niet aan de bepalingen van dit reglement  heeft voldaan.

 

Art. F-2               In gevallen, waarin dit reglement niet voorziet, beslist de Technische Commissie.

 

Art. F-3               Tegen deze beslissingen van de Technische Commissie kan beroep worden ingesteld bij het Bestuur van de Vereniging.

 

Aldus gewijzigd vastgesteld in de algemene ledenvergadering van de Bridge-Club

Helden op 6 september 2016.