Onder de loep (Uitleg door onze arbiters)

Zo nu en dan verschijnt er in onze wekelijkse nieuwsbrief een stukje van onze arbiters. Telkens wordt een bepaald onderwerp toegelicht. Daarin worden regelmatig voorkomende 'onrechtmatigheden' geschetst en besproken hoe dit volgens de officiele spelregels moet worden rechtgezet. In deze rubriek worden ze verzameld. 
Wil je zelf een onderwerp voor deze rubriek inbrengen?
De inbreng van alle leden op de club wordt zeer op prijs gesteld. De onderwerpen kan je per email aan het secretariaat doorgeven. In deze rubriek hebben we - anders dan bij de arbitrage aan de tafel - alle tijd om een en ander goed uit te leggen.
 

Overzicht publicaties

Terug naar overzicht
 

Nakaarten

Laatst duurde het allemaal wat langer met de uitslag. Uiteindelijk zijn de uitslagen uitgedraaid en uitgedeeld, terwijl TC en arbiters zich nader bogen over een probleem op één van de spellen.

Eindconclusie: Op enig moment is er in elk geval een hand gewisseld tussen Noord en West. Mogelijk is er ook nog een enkele kaart gewisseld met een andere hand. In elk geval zijn de kaarten na het spelen onjuist in de boards terug gestoken of in de volgende ronde onjuist uit de boards gepakt voor aanvang van het bieden.

Het gevolg: Voor en na dit voorval zijn er feitelijk andere spelverdelingen en kunnen de resultaten niet zonder meer met elkaar worden vergeleken. Met andere woorden, werk aan de winkel voor TC en arbiters om dit zo goed mogelijk recht te zetten. En betrokkenen piekeren zich suf hoe dit heeft kunnen gebeuren.

 

Nu kaarten we allemaal wel eens een keer na en soms pakken we ook de kaarten wel eens terug. Helaas gebeurt dit wel eens vaker en daarom is daarover in de spelregels iets opgenomen. Beter is natuurlijk om te voorkomen dat het fout gaat, de kaarten direct op de juiste wijze terug te plaatsen in het board en ze er niet meer uit te halen.

 

Doe je zelf, de overige leden en de wedstrijdleiding een plezier. Help herhaling te voorkomen en respecteer middels de volgende 4 punten artikel 7:

  • Kijk voordat je kaarten uit het board pakt of je in de juiste richting zit
  • Kijk voordat je kaarten uit het board pakt of het board goed op tafel ligt
  • Neem verantwoordelijkheid voor je eigen hand en blijf van de andere kaarten af
  • Let goed op dat je jouw kaart op de juiste plaats in het board terug steekt.

Voor wie wil weten wat de spelregels hierover zeggen, lees artikel 7 er maar eens op na, met name 7b en 7c.

Terug naar overzicht
 

Bridge speel je met open vizier

Alert is aangesloten bij de NBB. Dit houdt in dat we spelen volgens de regels van de NBB. Al deze regels zijn er op gericht dat de vergelijking tussen de verschillende spelers zo eerlijk mogelijk blijft. Onterechte voordeeltjes dienen daarom te worden gecorrigeerd, rechtzetten wordt dat genoemd. De opdruk op de (bied)kaarten moet het werk doen, dus open en bloot voor iedereen aan tafel. Zo mag tussen partners geen betekenis worden gegeven aan de wijze waarop kaarten worden neergelegd. Alle informatie, die niet via de (bied)kaarten wordt overgedragen, zoals zuchten of dodelijke blikken, is voor de partner ongeoorloofde informatie. Dit houdt in dat de tegenstander hier wel, maar de partner hier geen gebruik van mag maken.

Bridge is een denksport, waarbij met open vizier wordt gestreden. Dit houdt in dat de tegenstanders recht hebben op alle informatie, die de partners onderling uitwisselen. De tegenstanders moeten die betekenis dan wel kunnen herkennen voor wat het daadwerkelijk betekent. Daarom is een partner bijvoorbeeld verplicht een bieding te alerteren, als hij/zij kan vermoeden dat een tegenstander de juiste betekenis van bieding niet zal herkennen (dat het op de systeemkaart staat is daarbij niet van belang). Dus als een uitkomst met een drie betekent dat partner dan altijd de Aas in die kleur heeft en de tegenstander vraagt wat die uitkomst betekent, dan moet de volledige betekenis op dat moment verteld worden. Ook die extra betekenis die er in de loop der tijd ingeslopen is, maar nooit op de systeem kaart is gekomen.

U kent allen de situatie wel: Noord opent 1SA, Oost past, Zuid biedt 3SA en West geeft in plaats van een paskaartje neer te leggen een klap op de tafel, teneinde aan te geven dat hij past. Noord en Zuid ruimen vrijwel tegelijkertijd hun biedkaarten op en Oost volgt. Dit is niet volgens de regels: Misschien had Oost wel willen doubleren of 4 klaver willen bieden. Hij voelt zich door de overige spelers dusdanig geïntimideerd, dat hij niets meer durft te zeggen. Daarom moet iedere speler duidelijk met zijn paskaartje passen.

Wat zijn nu de regels?

Terug naar overzicht
 

Wanneer is een kaart in de dummy gespeeld?

Een kaart is in de dummy gespeeld: wanneer de leider de kaart noemt of aanraakt. Dit is met het formaat van onze tafels voor de meeste spelers best wel moeilijk, maar het kan wel.

Een voorwaarde voor het noemen van de te spelen kaart is, dat de kaart wel in de dummy ligt. Zo niet, dan wachten de tegenspelers totdat een bestaande kaart is genoemd. De leider mag na het noemen of aanraken niet meer wijzigen, ook niet als de tegenspelers nog niet hebben bijgespeeld. Let wel op, want als een onvolledige benoeming (bv. de vrouw, zonder speelkleur) toch éénduidig is (er ligt slechts één vrouw), dan is dat de gevraagde en dus gespeelde kaart. Liggen er twee mogelijke kaarten (twee vrouwen), waarvan één in de laatst voorgespeelde speelkleur, dan is de laatste de gevraagde en dus gespeelde kaart.

Correct voorspelen uit de dummy

De dummy wacht op de aanduiding van de leider. Gezien de net genoemde automatismen, doet de leider er verstandig aan om de kaart exact te noemen. Dus zowel de hoogte als de kleur, dus niet : “de vrouw” als er nog meer dan één vrouw ligt, maar “ruiten vrouw” of “de vrouw van ruiten”. In geen geval beslist de dummy voor de leider met welke vrouw uit te komen.

Correct bijspelen in de dummy

  • Als de leider hoog zegt, dan wordt de hoogste kaart in de gespeelde kleur bedoeld.
    Dus als in de dummy heer, vrouw, tien ligt, dan speelt de dummy de heer.
  • Als de leider zegt nemen, dan wordt de laagste kaart genoemd waarvan bekend is dat deze de slag zal winnen.
    Dus als duidelijk is dat de boer gespeeld is, dan mag de dummy de tien spelen.
    Zo niet, dan moet minimaal de vrouw worden gespeeld en kan dus een snit worden gemist.
  • Als de leider laag zegt, dan wordt de laagste kaart in de gespeelde kleur bedoeld.
  • Als de dummy niet kan bekennen en de leider noemt een kleur, dan is dat de laagste kaart van die kleur.
  • Wanneer de leider aangeeft “doe maar wat” of “speel maar iets”, dan mag elke tegenspeler (zonder overleg) aangeven welke kaart het mag worden. Dus de eerste aanduiding van een tegenspeler staat en mag niet meer worden gewijzigd.

Voor wie dit allemaal nog eens na wil lezen in de spelregels: artikel 46.

Terug naar overzicht
 

Pas voor de beurt

Stel op spel 1 (Noord is gever) legt West als eerste een paskaart neer. West heeft dan voor de beurt geboden. Wellicht denk je: “Wat maakt dat uit?” Er is geen kleur genoemd, dus partner weet niets extra’s. We gaan gewoon door alsof er niets aan de hand is: Noord begint en we zien wel wat eruit komt. Partner Oost weet helaas wel iets meer, namelijk: "West heeft geen opening."
Om deze fout zo goed mogelijk recht te zetten, zal de arbiter aan Noord zijn keuzes voorleggen. Deze zijn:

  • Noord accepteert de bieding: er volgen geen beperkingen voor Oost of West
  • Noord accepteert de bieding niet: Oost mag alles bieden wat hij wil, maar West is verplicht om de eerste keer te passen. Daarna mag West alles bieden wat hij wil, maar de kans bestaat dat er voor zijn volgende beurt al drie keer is gepast. Oost mag er rekening mee houden dat West de eerste keer verplicht moet passen en mogelijk door drie passen zelfs geen kans meer krijgt iets te bieden.

Let op: Deze regel geldt alleen voor een PAS voor de beurt door degene die rechts van de rechtmatige bieder zit, waarbij nog geen andere biedingen zijn gedaan. Aangezien er veel varianten van biedfouten zijn, is het aan te raden om de arbiter te roepen. Deze kan dan uitleggen hou de fout rechtgezet moet worden.

Terug naar overzicht
 

Rechten en plichten dummy

Er bestaat soms onduidelijkheid over wat de dummy wel of niet mag.

Tijdens het spelen mag de dummy alleen:

  • aan de leider vragen of deze in de hand verzaakt (bijvoorbeeld: Weet je het zeker?)
  • de leider waarschuwen om uit de juiste hand te spelen (bijvoorbeeld: Je bent aan tafel!)
  • het aantal gemaakte slagen bijhouden
  • in opdracht van de leider kaarten voorspelen
  • de kaarten rangschikken. Let op: hierbij mag nooit een speelwijze aan de leider wordt gesuggereerd.

Verder mag de dummy:

  • in het bijzijn van de wedstrijdleider of arbiter informatie geven over feiten en spelregels (bijvoorbeeld we spelen schoppen en west heeft in de 4e slag verzaakt)
  • nadat het spel is gespeeld op een verzaking van de tegenspelers of leider wijzen
  • nadat een van de andere spelers een onregelmatigheid meld, de arbiter roepen

De dummy mag niet:

  • deelnemen aan het spel
  • op andere wijze informatie over het spel aan de leider overbrengen (bijvoorbeeld: De leider geeft aan hoog. Aas-boer ligt in de dummy en de linkertegenstander heeft de voorgaande ronde niet bekend. De dummy moet dan de aas spelen, ook al weet hij dat de boer hoog genoeg is)
  • zijn hand wisselen met de leider
  • opstaan om het spelen van de leider te volgen
  • op eigen initiatief in de hand van de tegenspelers kijken (tenzij de tegenspeler zijn hand zelf laat zien)

Wanneer de dummy deze bovenstaande regels overtreed, dan

  • raakt de dummy voor het betreffende spel de rechten van de dummy kwijt
  • mag de dummy de leider niet meer voor een “misstap” behoeden
  • kan de arbiter eventueel besluiten om een straf voor de partij van de dummy toe te kennen

Terug naar overzicht
 

Verzaken

Heel veel bridgers denken dat verzaken een van de ergste overtredingen is. Dit is echter niet het geval. Biedingen voor de beurt en verkeerde biedingen zijn veel lastiger recht te zetten. Voor verzaken gelden vrij eenduidige regels. Het is namelijk in de korte tijd die je als arbiter hebt, niet mogelijk om het volledige spel te analyseren. Er zijn in principe drie mogelijkheden: geen slagen overdragen naar de tegenspelers, een slag overdragen of twee slagen overdragen.
 

De arbiter stelt de volgende vragen:

  • Hoeveelste slag is het?
  • Is de verzaking voldongen?
  • Heeft de overtreder (= degene die heeft verzaakt) de slag gemaakt?
  • Heeft de overtredende partij (= de overtreder en/of zijn partner) daarna nog een slag gemaakt?
     

Oplossing:

  1. In de twaalfde slag kan niet worden verzaakt, alleen als de partner van de verzaker (niet leider of dummy) nog twee kleuren had en de verzaking hierover mogelijk informatie kan worden overgebracht, dan kan de volgorde van de partner worden teruggedraaid. Er worden geen slagen overgedragen.
  2. Als er nog geen kaart in de volgende slag is gespeeld, dan is het nog geen voldongen verzaking. De vergissing wordt hersteld en de kaart van de overtreder (niet leider of dummy) wordt dan een strafkaart. Er worden geen slagen overgedragen.
  3. Als de verzaking voldongen is, dan vraagt de arbiter zich twee zaken af, namelijk heeft de overtreder de slag gemaakt en zijn er daarna nog slagen gemaakt door de overtredende partij.
    • Wanneer de overtreder de slag heeft gemaakt en de overtredende partij maakt daarna nog een of meerdere slagen: twee slagen overdragen
    • Wanneer de overtreder de slag heeft gemaakt en de overtredende partij maakt daarna geen slagen: één slag overdragen
    • Wanneer de overtreder de slag niet heeft gemaakt en de overtredende partij maakt daarna geen slagen: geen slag overdragen
    • Wanneer de overtreder de slag niet heeft gemaakt en de overtredende partij maakt daarna nog slagen: één slag overdragen

Wanneer de niet-overtredende partij hierdoor onterecht wordt benadeeld, kan de arbiter besluiten een arbitrale score toe te kennen.

Terug naar overzicht
 

Doel van de spelregels

De spelregels zijn niet bedoeld om straffen uit te delen, maar om na een onregelmatigheid de schade te beperken.
Dit kan gaan om verzaken, bieden voor de beurt, maar ook om een te lange denkpauze als er achteraf niets te denken viel.
Bij bridge wordt je immers niet vergeleken met de tegenstanders aan de tafel, maar met spelers die hetzelfde spel in dezelfde windrichting hebben gespeeld.
Het roepen van de arbiter is daarom niet onsportief. Zou je de arbiter niet roepen, dan wordt niet alleen jij, maar worden ook andere spelers die dat spel spelen gedupeerd!

Terug naar overzicht