Spel van de week - Johan - 4 april 2019
Geplaatst op zaterdag 6 april 2019 - 15:54

Bij een groot deel van het veld is Oost leider in 4. In de A-lijn vaker dan in de B-lijn, waar een aantal paren in 2 blijft hangen. Het draait hier om kaartwaardering door Oost en West: wat zijn de plussen en de minnen van de OW-handen?

 

Bieden:

West Noord Oost Zuid
1 pas 1 pas
2 pas 3?3?4? pas

 

 

 

 

 

 

Elk tweede bod van Oost heeft zijn voors en tegens. Het 3-bod toont manche-interesse en geeft informatie, het kan echter ook de tegenstanders helpen bij de uitkomst. Het 3-bod zal meestal als barrage zijn afgesproken, zodat de tegenstanders er niet makkelijk inkomen met 2. Maar dat mag Oost nu niet verwachten en is daarom hier af te raden. Als de afspraak is dat het manche-interesse toont, is het te verdedigen. Meteen 4 bieden met de dubbele fit en een singleton lijkt mij een beetje gewaagd maar prima. Als Oost 3 heeft geboden, heeft West met zijn singleton en mooie zijkleur pluspunten om de manche te bieden.
Wij gingen hier de mist in, omdat Noord 1SA tussenbood: minder dan een opening, met tolerantie in alle kleuren, óf sterk 17-19. Dat bleek een sterk wapen van Hans en Marius te zijn, want we bleven in 3 hangen:

West Noord Oost Zuid
1 1NT pas(?) 2
2 3 3 a.p.

 

 

 

 

 

 

Oost moet maar uitgaan van de zwakke variant (altijd een goede benadering bij dit soort biedingen met een sterke en een zwakke variant) en een negatief doublet geven. Dan kunnen OW ook in een -contract komen.

 

Spelen:
Het contract van 4 moet nog zorgvuldig afgespeeld worden. Zuid komt in de meeste gevallen uit met of . De leider moet ten minste één in Oost aftroeven. Het gunstige -zitsel helpt dan als Oost A en een kleine naspeelt, zodat OW H en één of twee -slagen verliezen. Wie geen troefuit- en/of nakomst krijgt en in Oost twee keer klaveren kan troeven, heeft de top.