Arbitragelessen

 

Samenvatting lessen Bridge-competitie seizoen 2013-2014

 

In het afgelopen seizoen  zijn door onze arbiters een zevental lessen gegeven over de regels aan de bridgetafel.  Nu het nieuwe seizoen inmiddels loopt zien we dat niet alles bij iedereen nog even goed voor de geest staat.  Dus voordat we beginnen aan vervolglesjes eerst maar het geheugen wakker geschud met onderstaande korte samenvatting.

 

Les 1: De kunst van hoffelijkheid:

In deze eerste les werd u geïnformeerd over een heel belangrijk artikel van het spelregelboekje voor wedstrijdbridge:

 

Artikel 74  Een speler behoort zich altijd hoffelijk te gedragen.

En dat strekt zich uit van partner, via tegenstanders tot en met wedstrijdleider en arbiters; en vice versa natuurlijk!  Uitgangspunt is dat ook alle andere leden met de beste bedoelingen en voor een plezierige middag komen !

 

Les 2: Ongelijke handen.

De tweede les legde de juiste procedure uit om te zorgen dat er altijd 13 kaarten in alle 4 de handen zitten.  De belangrijkste stappen daarin zijn:

  • Tel je (nog dichte) kaarten direct aan het begin van het spel; zijn het er 13?
  • Houd jouw kaarten in je eigen bezit en zorg dat ze nooit vermengd kunnen raken met andere handen: raak dus nooit kaarten van partner of tegenstander aan.
  • Als een spel gespeeld is schud je jouw kaarten en zorg dat ze alle 13 (dus weer tellen!) op de juiste plaats terug in het bord komen. 
  • Als de kaarten in het bord zijn teruggestoken, mogen ze enkel op aangeven van de arbiter er weer uit.

 

Les 3:  Arbiter!!!

Waarom is de arbiter net als oom agent eigenlijk je beste vriend ?

De arbiter is degene die in (het vermeende) geval dat er een regel overtreden wordt uitzoekt wat er precies is misgegaan.  Daarna zorgt de arbiter dat de niet-overtredende-partij er geen of zo min mogelijk nadeel van ondervindt.  Het gaat dus beslist niet over het straffen van de overtreder maar beschermen van het andere paar!

Dus om te zorgen dat het spel eerlijk en open verloopt is het beslist gewenst om de arbiter te roepen bij een (vermeende) fout aan tafel.  

 

Les 4: Alerteren

Volgens een van de basisregels van bridge zijn spelers verplicht om zo compleet en eerlijk mogelijk uitleg te geven aan hun tegenstanders over hun bied- en speelafspraken.  Alerteren speelt hierbij een belangrijke rol. 

De hoofdregel is dat je iedere bieding waarvan je kunt vermoeden dat de tegenpartij er zonder waarschuwing een andere betekenis aan toekent moet alerteren.  De blauwe alertkaart wordt op tafel gelegd tot duidelijk is dat de tegenstander het heeft gezien.  Amechtig wapperen met het ding hoort thuis in het circus en niet aan tafel.

 

Les 5: De biddingbox

Ja, hiermee worden nog steeds veel foutjes gemaakt.   Op andere clubs dan de onze staat er bij onjuist gebruik van de biddingbox direct een arbiter voor uw neus. Houd je aan de volgende punten om dit te voorkomen:

  • De speler die aan de beurt is om te bieden, legt zijn biedkaarten voor zich op tafel met de tekst naar het midden.  De biedkaarten worden van links naar rechts in een rijtje gelegd waarbij zij elkaar gedeeltelijk overlappen, maar wel alle biedingen zichtbaar blijven.
  • Spelers mogen hun biedkaarten pas gaan aanraken als ze besloten hebben welke bieding ze gaan doen; houd je hand tot dan dus weg bij je biddingbox.
  • Zo gauw het opgetilde biedkaartje de biddingbox niet meer raakt geldt dit als een bieding en mag deze niet meer worden teruggezet!
  • Alleen bij een duidelijk misgrijpen uit de biddingbox mag dit worden hersteld.
  • De biedkaarten blijven liggen tot degene die uit moet komen zijn kaart gedekt op tafel legt en toestemming krijgt deze te openen!!  Totdat de biedkaarten van tafel zijn gehaald, kan dus iedereen herhaling van het biedverloop verkrijgen.

 

Les 6: Wat mag/moet de blinde?

De rode lijn in het leven van een blinde is dat hij/zij op geen enkele manier (direct/ indirect/ lichaamstaal) de leider in het afspel helpt.  In Vlaanderen heet de blinde niets voor niets “den dooie”!

Het is de blinde in ieder geval verboden een kaart te spelen of er zelfs maar naar te wijzen zonder dat de leider daar expliciet toe opdraagt!  Dus ook niet, als er wordt uitgekomen in de kleur van de singleton bij de blinde, deze  “dus maar gelijk” spelen.

 

Les 7: (On-)geoorloofde informatie

 

In diverse lessen is de term “ongeoorloofde informatie” zijdelings naar voren gekomen. 

Een duidelijk voorbeeld van wat echt niet door de beugel kan is het voorbeeld van een partner die zijn hand heen en terug van een biedkaartje naar een paskaartje laat gaan en dan zuchtend uiteindelijk “maar” een paskaartje op tafel legt.

Zonder een volledige/uitputtende lijst te geven, is mogelijke ongeoorloofde informatie:

  • te lang nadenken,
  • aanwijzingen geven met oog of hand of andere lichaamstaal,
  • afwijkende wijze van het neerleggen van een (bied-)kaart (te snel/langzaam/nadrukkelijk),
  • onnodig uitleg vragen aan de tegenstander

 

 

Nog een paar verbeterpuntjes in het meedoen aan het bridgespel die de arbiters zijn opgevallen en die noodzakelijk en ook makkelijk te verhelpen zijn:

  • controleer bij het plaatsnemen aan de volgende tafel of je in de juiste richting zit
  • controleer of de kaarten ook goed georiënteerd liggen
  • controleer als je Oost bent daadwerkelijk en nauwgezet wat is ingevoerd op de bridgemate
  • leg bij het spelen jouw speelkaart gewoon open voor je op tafel en houd deze dus niet tussen je vingers.

 

 

 

Als met bovenstaande toch nog niet alle details weer helder voor de geest staan, kunt u op de website desbetreffende lessen in hun geheel nog eens nalezen.  In het komende seizoen zullen door het arbiter-team lessen aan worden geboden, maar nu meer gericht op regels en situaties in het spel zelf.