Statuten

NAAM EN ZETEL
Artikel 1
1. De vereniging draagt de naam: Bridge Club Maarssenbroek (kortweg BCM). Zij wordt in deze statuten verder aangeduid als" de vereniging".
2. Zij heeft haar zetel te Maarssen.

OPRICHTINGSDATUM, VERENIGINGSJAAR
Artikel 2
De vereniging werd opgericht op drie en twintig januari negentienhonderd acht en zeventig en is aangegaan voor onbepaalde tijd. Het verenigingsjaar loopt van één augustus tot en met eenendertig juli daaropvolgend.

DOEL
Artikel 3
1. De vereniging heeft ten doel de beoefening van het bridgespel te bevorderen in overeenstemming met de regels welke de Nederlandse Bridge Bond en het district waartoe de vereniging behoort daarvoor vaststellen.
2. De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door:
a. het organiseren van en het deelnemen aan cursussen, wedstrijden en competities en verder door alles te doen wat voor de beoefening van het bridgespel nuttig kan worden geacht;
b. lid te zijn van de Nederlandse Bridge Bond; en
c. lid te zijn van het district, waartoe de vereniging krachtens de indeling van de Nederlandse Bridge Bond behoort.

LEDEN EN BEGUNSTIGERS
Artikel 4
1. De vereniging kent vier soorten leden, te weten: gewone leden, ereleden, leden van verdienste en "slapende" leden, terwijl de vereniging daarnaast begunstigers kent, die via de vereniging geen lid zijn van de Nederlandse Bridge Bond.
2. Leden van de vereniging zijn natuurlijke personen, die als lid van de vereniging zijn aangenomen overeenkomstig de bij het Huishoudelijk Reglement vast te stellen regels.
3. Ereleden en leden van verdienste zijn natuurlijke personen, die zich jegens de vereniging op bijzondere wijze hebben onderscheiden en als zodanig door de algemene ledenvergadering zijn benoemd, op voordracht van het bestuur of van tenminste 10 leden. Het lidmaatschap van ereleden en leden van verdienste kan samenvallen met het gewone lidmaatschap.
4. "Slapende" leden zijn natuurlijke personen, tevens lid van de Nederlandse Bridge Bond, die zich bereid verklaard hebben de vereniging te steunen met een door de algemene ledenvergadering vastgestelde minimumbijdrage. Zij spelen in principe niet op de verenigingsavonden, tenzij incidenteel als invaller op uitnodiging van een lid, die niet met de vaste partner kan spelen. Het bestuur beoordeelt of dit invallen niet teveel het karakter krijgt van regelmatig meespelen en zal in dat geval het "slapende" lid verzoeken gewoon lid te worden. Indien dit tot onenigheid leidt, kan het bestuur het "slapende" lid de deelname aan de clubavonden ontzeggen.
5. Begunstigers zijn natuurlijke personen die zich bereid verklaard hebben de vereniging te steunen met een door de algemene ledenvergadering vastgestelde bijdrage.
6. "Slapende" leden en begunstigers hebben geen andere rechten en verplichtingen dan die welke hun bij of krachtens de statuten zijn toegekend en opgelegd.

TOELATING
Artikel 5
1. Het bestuur beslist omtrent de toelating van leden, "slapende" leden en begunstigers.
2. Bij niet-toelating tot lid, "slapend" lid of begunstiger kan de algemene ledenvergadering alsnog tot toelating besluiten.

REGISTER
Artikel 6
Het bestuur houdt een register, waarin de namen en de adressen van de leden, ereleden, leden van verdienste, "slapende" leden en begunstigers zijn opgenomen.

EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP - SCHORSING
Artikel 7
1. Het lidmaatschap van leden eindigt:
a. door opzegging door het lid;
b. door opzegging door de vereniging. Deze kan geschieden wanneer een lid zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, alsook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;
c. door ontzetting. Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten der vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt;
d. door overlijden van het lid;
e. door royement door de vereniging of door de Nederlandse Bridge Bond.
2, Opzegging door de vereniging en ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur. Het lid wordt hiervan uiterlijk vier weken vóór de daartoe door het bestuur vastgestelde datum schriftelijk met opgaaf van redenen op de hoogte gesteld. Het bestuur mag het lid gedurende deze periode van minstens vier weken schorsen.
3. Opzegging van het lidmaatschap door het lid kan slechts geschieden tegen het einde van een verenigingsjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken. Het lidmaatschap kan echter onmiddellijk worden beëindigd indien van de vereniging of van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
4. Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid, doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.
5. Een lid is niet bevoegd door opzegging van zijn lidmaatschap een besluit waarbij de verplichtingen van de leden van geldelijke aard zijn verzwaard, te zijnen opzichte uit te sluiten.
6. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereniging op grond dat een lid zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, alsook dat redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren en van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap staat de betrokkene binnen vier weken na de ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep open op de algemene ledenvergadering. Bij deze algemene ledenvergadering, waarin het in dit lid bedoelde beroep wordt behandeld, mag het lid aanwezig zijn, ongeacht of hij geschorst is.
7. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar eindigt, blijft desniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd.

EINDE VAN DE RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN "SLAPENDE LEDEN" EN BEGUNSTIGERS
Artikel 8
1. De rechten en verplichtingen van een "slapend" lid of begunstiger kunnen wederzijds door opzegging overeenkomstig de bepalingen in het huishoudelijk reglement worden beëindigd behoudens dat de jaarlijkse bijdrage over het lopende verenigingsjaar voor het geheel blijft verschuldigd.

GELDMIDDELEN - JAARLIJKSE BIJDRAGEN
Artikel 9
1. De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit de jaarlijkse bijdragen van de leden, de "slapende" leden en de begunstigers, inleggelden, cursus- en toemooigelden, boetes, schenkingen en uit eventuele andere baten.
2. De "slapende" leden en begunstigers zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse minimumbijdrage, die door de algemene ledenvergadering zal worden vastgesteld.
3. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van een bijdrage te verlenen.

BESTUUR
Artikel 10
1. Het bestuur bestaat uit tenminste drie personen, die door de algemene ledenvergadering worden benoemd. De benoeming geschiedt uit de leden.
2. De benoeming van bestuursleden geschiedt uit één of meer bindende voordrachten, behoudens het bepaalde in lid 3
Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd zowel het bestuur als één of meer leden.
De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering mee gedeeld. Een voordracht door één of meer leden moet vóór de aanvang van de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend.
3. Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met ten minste tweederde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de algemene ledenvergadering, genomen in een vergadering waarin ten minste twee derde van het aantal leden aanwezig of vertegenwoordigd is.
4. Is geen voordracht opgemaakt, of besluit de algemene ledenvergadering overeenkomstig het voorgaande lid de opgemaakte voordrachten het bindend karakter te ontnemen, dan is de algemene ledenvergadering vrij in de keus.
5. Indien er meer dan één bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die voordrachten.
6. Om voor benoeming in aanmerking te komen moet een lid meerderjarig zijn.
7. De voorzitter van de Technische Commissie is uit dien hoofde toegevoegd aan het bestuur en wordt zodoende niet benoemd door de leden. Hij/zij heeft binnen het bestuur eenzelfde stemrecht als de andere bestuursleden.

BESTUURSFUNCTIES - BESLUITVORMING VAN HET BESTUUR
Artikel 11
1. De bestuursleden die de functie van voorzitter, secretaris en penningmeester zullen bekleden worden als zodanig benoemd. Een bestuurslid kan meer dan één functie bekleden.
2. Het bestuur kan uit zijn midden voor ieder van de in het eerste lid genoemde functionarissen een vervanger aanwijzen.
3. Van het verhandelde in elke bestuursvergadering worden door de secretaris notulen opgemaakt, die in de eerstvolgende bestuursvergadering worden vastgesteld.
4. Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regels aangaande de vergaderingen van en de besluitvorming door het bestuur worden gegeven.
5. De samenstelling van het bestuur wordt vastgelegd in de vermelding in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP - PERIODIEK AFTREDEN - SCHORSING
Artikel 12
1. Elk bestuurslid, ook wanneer hij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de algemene ledenvergadering worden ontslagen en geschorst. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
2. Elk bestuurslid treedt uiterlijk vier jaar na zijn benoeming af, volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreding. De aftredende is herkiesbaar. Wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in.
3. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts door overlijden van een bestuurslid, bedanken door het bestuurslid met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden of het eindigen van zijn lidmaatschap van de vereniging.

BESTUURSTAAK - VERTEGENWOORDIGING
Artikel 13
1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.
2. Indien het aantal bestuursleden beneden drie is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene ledenvergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt.
3. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies of door één of meer personen die door het bestuur worden benoemd.
4. Het bestuur is, mits met goedkeuring van de algemene ledenvergadering, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden beroep worden gedaan.
5. Onverminderd het in de laatste volzin van lid 4 bepaalde wordt de vereniging in en buiten rechte vertegenwoordigd door het bestuur;
De voorzitter en de penningmeester zijn ieder zelfstandig bevoegd de vereniging te vertegenwoordigen.

JAARVERSLAG - REKENING EN VERANTWOORDING
Artikel 14
1. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
2. Het bestuur brengt op een algemene ledenvergadering binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene ledenvergadering, zijn jaarverslag uit en doet, onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten, rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd beleid.
Na verloop van de termijn kan ieder lid deze rekening en verantwoording in rechte van het bestuur vorderen.
3. De algemene ledenvergadering benoemt jaarlijks uit de leden een kascommissie van twee personen en een plaatsvervangend lid, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. De commissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de algemene ledenvergadering verslag van haar bevindingen uit.
4. Vereist het onderzoek van de rekening en verantwoording bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan de kascommissie zich door een deskundige doen bijstaan. Het bestuur is verplicht aan de commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken en bescheiden van de vereniging te geven.
5. De last van de commissie kan te allen tijde door de algemene ledenvergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere kascommissie.
6. Het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in de leden 1 en 2 tien jaren lang te bewaren.

ALGEMENE LEDENVERGADERING
Artikel 15
1. Aan de algemene ledenvergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
2. Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, wordt een algemene ledenvergadering - de jaarvergadering - gehouden. In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde:
a. het jaarverslag en de rekening en verantwoording bedoeld in artikel 14, met het verslag van de aldaar bedoelde commissie;
b. de benoeming van de in artikel 14 genoemde commissie voor het volgende verenigingsjaar;
c. voorziening in eventuele vacatures;
d. verslag en voorstellen van de technische commissie;
e. voorstellen van het bestuur of de leden, aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering.
3. Andere algemene ledenvergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.
4. Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek, met opgave van de te behandelen onderwerpen, van tenminste tien leden, verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig artikel 19.

TOEGANG EN STEMRECHT
Artikel 16
1. Toegang tot de algemene ledenvergadering hebben de leden, ereleden, leden van verdienste, "slapende" leden en begunstigers. Geen toegang hebben geschorste leden, behoudens het bepaalde in artikel 7 lid 6.
2. Over toelating van andere dan de in lid 1 bedoelde personen beslist het bestuur.
3. Ieder lid van de vereniging dat niet geschorst is, heeft één stem. "Slapende" leden en begunstigers hebben geen stem. Een lid kan slechts één ander lid schriftelijk machtigen namens hem zijn stem uit te brengen in de vergaderingen. Van deze machtiging dient op een zodanige wijze te blijken, dat het bestuur deze voldoende acht. Ieder lid kan slechts één ander lid ter vergadering vertegenwoordigen.

VOORZITTERSCHAP EN NOTULEN
Artikel 17
1. De algemene ledenvergaderingen worden geleid door de voorzitter van de vereniging.
Ontbreekt de voorzitter dan treedt een door het bestuur aangewezen plaatsvervanger als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelf.
2. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris notulen gemaakt, die in de eerstvolgende algemene vergadering worden vastgesteld. Ontbreekt de secretaris dan treedt een door het bestuur aangewezen plaatsvervanger als notulist op. De inhoud van de notulen wordt ter kennis van de leden gebracht.

BESLUITVORMING VAN DE ALGEMENE VERGADERING
Artikel 18
1. Het ter algemene ledenvergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter dat door de vergadering een besluit is genomen is beslissend. Hetzelfde geldt voor inhoud van een genomen besluit voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van een in het eerste lid bedoeld oordeel de juistheid ervan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
3. Voor zover de statuten of de wet niets anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene ledenvergadering genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
4. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
5. Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, vindt een tweede stemming plaats. Heeft dan weer niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats, totdat één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen. Bij gemelde herstemmingen wordt telkens gestemd tussen de personen op wie bij de voorafgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon, op wie bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht. Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan één persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt op wie van die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht. Ingeval bij een derde stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.
6. Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende verkiezing van personen, dan is het verworpen.
7. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden dat voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende gesloten briefjes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.
8. Een éénstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene ledenvergadering.
9. Zolang in een algemene ledenvergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen, omtrent alle aan de orde komende onderwerpen - dus mede een voorstel tot statutenwijziging of tot ontbinding - ook al heeft geen oproeping plaatsgehad of is deze niet op de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift omtrent het oproepen en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen.

BIJEENROEPING ALGEMENE VERGADERING
Artikel 19
1. De algemene ledenvergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden volgens het ledenregister bedoeld in artikel 6. De termijn voor de oproeping bedraagt tenminste zeven dagen.
2. Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld, onverminderd het bepaalde in de artikelen 20 en 21.

STATUTENWIJZIGING
Artikel 20
1. In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van de algemene ledenvergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld. De statuten zullen geen bepalingen mogen bevatten die onverenigbaar zijn met statuten en reglementen van de Nederlandse Bridge Bond, gevestigd te Utrecht, en van het district waartoe de vereniging behoort.
Dit lid mag nimmer gewijzigd worden zonder verkregen schriftelijke toestemming van de Nederlandse Bridge Bond.
2. Zij die de oproeping tot de algemene ledenvergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste vijf dagen voor de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. Bovendien wordt een afschrift als hiervoor bedoeld, aan alle leden toegezonden.
3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste tweederde van de geldig uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin ten minste éénderde van de leden tegenwoordig of vertegenwoordigd is. Is niet éénderde van de leden tegenwoordig of vertegenwoordigd, dan wordt na die vergadering een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden binnen vier weken na de eerste vergadering, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal tegenwoordige of vertegenwoordigde leden, kan worden besloten, mits met een meerderheid van tenminste tweederde van de ge1dig uitgebrachte stemmen.
4. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.

ONTBINDING
Artikel 21
1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene ledenvergadering.
2. Het bepaalde in de leden 1,2 en 3 van het voorgaande artikel is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij ontbinding van de vereniging benoemt de algemene ledenvergadering minstens twee vereffenaars, die gehouden zijn over hun beleid iedere drie maanden, dat de liquidatie voortduurt, verantwoording af te leggen. 4. Een eventueel batig saldo zal worden aangewend voor door de algemene ledenvergadering te bepalen zodanige doeleinden als het meest met het doel van de vereniging overeenstemmen.

HUISHOUDELIJK REGLEMENT
Artike1 22
1. De algemene ledenvergadering kan bij Huishoudelijk Reglement nadere regels geven omtrent het lidmaatschap, introductie, het bedrag van de jaarlijkse bijdrage, de werkzaamheden van het bestuur, de vergadering, de wijze van uitoefenen van het stemrecht en alle verdere onderwerpen waarvan de regeling haar ge wenst voor komt.
2. Wijziging van het Huishoudelijk Reglement kan geschieden bij besluit van de algemene ledenvergadering, via een schriftelijk voorstel door ten minste eenderde gedeelte van de stemgerechtigden van de vereniging, of op voorstel van het bestuur.
3. Het Huishoudelijk Reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met deze statuten of met de statuten en reglementen van de Nederlandse Bridge Bond, gevestigd te Utrecht en van het district waartoe de vereniging behoort. Dit lid mag nimmer gewijzigd worden.

OVERIG
Artikel 23
Alle gevallen waarin deze statuten of het Huishoudelijk Reglement niet voorzien beslist het bestuur.

Deze statuten zijn goedgekeurd door de Algemene Ledenvergadering (ALV) van Bridge Club Maarssenbroek van 27 augustus 2007 en bij notariële acte van 20 september 2007 bekrachtigd.