Een Schitterend Ongeluk.
Geplaatst op woensdag 24 januari 2018 - 10:12

Donderdag 18 januari 2018. Een storm raast over Nederland en laat een spoor van vernielingen achter. In de Wilhelminakerk in Utrecht wordt in alle rust bridge gespeeld. De spellen laten, op hun beurt, weer een spoor van teleurstellingen achter. Soms: had ik maar dit. Vaker: had mijn partner maar dat. Maar soms ook, je moet dat wel waarderen, hebben uitgerekend jouw tegenstanders een geniale inval: jij de nul zij de top. Die inval, ach, dat geeft weer moed en hoop voor de meer anarchistisch ingestelde bridgers onder ons. Zo kan het gebeuren dat in een spel een stelregel keihard weerlegd. Wordt.

 

Spel 19 uit de A-lijn

.

De meeste paren eindigden in 1 schoppen, te spelen door Zuid. De frequentiestaat geeft aan dat +2 de top is, dat +1 ook goed is, dat je door je contract precies te maken al onder het gemiddelde komt. Er is één Oostspeler, gejaagd door de storm wellicht, van mening dat zijn hand wel goed is voor een volgbod van 2 klaveren. De Zuid laat zich niet kennen en biedt (ten onrechte naar hieronder uitgelegd wordt) 2 schoppen. Even later is ie roemloos -2.

 

 

Nu het spelverloop. En in het bijzonder het tegenspel. West, helemaal geïnspireerd door code rood van die dag komt uit met een rode kaart. Jazeker. En de keuze valt op harten 2. Daar gaan we:

Slag 1. West speelt harten 2 voor de Heer van Oost.

Slag 2. Oost meent er goed aan te doen met harten door te gaan, voor het Aas van West.

Slag 3. West denkt: “op mijn geluksdag heeft Zuid de 13e harten” en speelt harten door, met de schoppen 3 getroefd.

Slag 4. Oost, bijzonder op dreef, speelt een klavertje na. Voor het Aas van West.

Slag 5. Opnieuw denkt West na. ( Bridge is toch een denksport?). “Die laatste harten, ach die kan ik wel missen en misschien stijgen mijn troeven nog wat in waarde”. Oost troeft voor, nu uiteraard zo hoog mogelijk. Met de 8 dus. Zuid heeft nu het zogenaamde probleem van ‘de kalkoen met Kerst’ te pakken. Nu overtroeven betekent later een slag minder maken. Nu niet troeven houdt in dat je nu al zo goed als down bent. Zuid duikt maar.

Slag 6 Oost vervolgt met klaver, Zuid neemt.

 

Daarna verliest de leider nog 2 troefslagen aan West. Dus 7 slagen voor OW en 6 voor NZ. Tja, dan is die frequentiestaat van spe 19 wel grappig.

Moraal: doe eens dapper en kom af en toe onder het Aas uit.

En, ja, er zit wat leed opgeborgen in de frequentiestaat.

Nog dit. Niemand kwam met harten 2 uit. De storm was ’s middags al afgezwakt . Maar, ja , het zou wel leuk geweest zijn.

 

Nu nog je aandacht ( graag -bedoelt de schrijver-) voor het 2klaveren bod van Oost. Welbeschouwd is dat wel poging waard. Je zit in de uitpaspositie en laat je dan je tegenstanders 1 Schoppen spelen? Partner zal toch wel iets hebben. De kwetsbaarheid zal overigens de andere Oosten van spel 19 weerhouden hebben van dat volgbodje. Maar nu kan Zuid doublet zeggen. West zal passen en Noord moet nu 2 Harten bieden. Wat een schitterend geluk voor NZ: dankzij de vermetele Oost bereiken zij 2 Harten dat er in zit. Wat een schitterend ongeluk voor al die OW-spelers. Ze hebben 1 schoppen niet down gekregen.

Ach ja, volgend spel dan maar.