Gesprek met Wim Jansen
Geplaatst op 14-02-2020

 Ook al is het inmiddels bijna 45 jaar geleden, Wim Jansen weet de details van de oprichting van BCIJ. Hoe hij op het idee kwam door een oproep in het blad IJsselveld. Het huis aan huis krantje dat bij iedereen in deze nieuwe wijk in de bus viel.  En hoe hij vervolgens 53 geïnteresseerden bij elkaar wist te trommelen, door via de Zenderstreek ruchtbaarheid te geven aan het voornemen een club op te richten.

 

Hoe hij het bridgen onder de knie kreeg? Gewoon door mee te kijken op zijn werk tijdens de lunchpauzes als er een robbetje gespeeld werd. Als werkvoorbereider bij een installatiebedrijf van elektrische schakelkasten had hij de mazzel met bridgers in contact te komen en was hij meteen gegrepen door het kaartspel. We spreken over eind jaren zestig. Hij ging er boeken over lezen, geschreven door de Ely Culbertson, een Amerikaan. Met deze kennis trad hij toe tot DDS, de club in de Meern waar hij 3 jaar speelde. (Door Durf Sterk)

En toen kwam de oprichting van een eigen club in beeld. Aanvankelijk wilde hij de oprichtingsdatum koppelen aan de vijfde geboortedag van zijn zoon Remco, 21 april. Dat vond ie een leuk idee, maar omdat de uitnodigingen voor het kinderfeestje al de deur uit waren, werd de eerste meeting belegd op 13 april 1976. Peter Honcoop nam samen met Wim zitting in de eerste TC.

 

Terug naar de oprichtingsvergadering. De meeste van de aanwezigen wilden het spelletje leren, hadden geen idee hoe het moest en opleiden was noodzakelijk. Gelukkig wist Wim een leraar, die met behulp van een paar stencils de basics uitlegde en zo kon er begonnen worden met een eerste interne competitie. Al snel komt bij de club het eerste issue langs. De docent bevalt niet en na een functioneringsgesprek stuurt Wim hem de laan uit en gaat hij met Han Steenkamer voor de klas staan.

 

Iedere dinsdag, de vaste bridgeavond van BCIJ,  wordt opleiden en wedstrijdspelen gecombineerd, waarbij na afloop de spelers aan de bar wachten op de uitslag. Die uitslag werd handmatig uitgerekend kostte de “rekenkamer” een een half uurtje tijd. Wie het oude Fulco kent weet nog dat een uurtje wachten aan de bar geen straf was. Maar de rekenkamer voelde die druk van de wachtenden wel, het moest niet al te laat worden en voelde zich gesteund door Peter Honcoop die de volgende dagen alle uitslagen volledig naliep.
Na 1984 kwam de grote toestroom van leden. De Avro hield een cursus op tv, de boekjes van Sint en Schipperheyn (Van start tot finish) deden hun intrede en Acol werd de standaard. 

Bridgen werd populair, ook in IJsselstein. BCIJ breidde uit met een speelavond op de maandag, met 4 tallen en er kwam het initiatief Bridgerally. Op Hemelvaartsdag en in november werd er bij deelnemers thuis gespeeld.
Met de ledenuitbreiding kwamen er ook andere verwachtingen. Er waren leden die wilden professionaliseren, een beter niveau halen en leden die met de gezelligheid van het spelen al tevreden waren. Met de ontwikkelingen rondom het roken op de club leverden die verschillen in verwachting explosief materiaal op en dat leidde tot de oprichting van een nieuwe club in IJsselstein. 

Hoe ziet Wim de toekomst van BCIJ?  We hebben nu al jaren een stabiel ledental van 300, zijn goed geautomatiseerd, hebben met het spelen op de woensdagmiddag een derde speelmoment geïntroduceerd en organiseren zeer succesvolle drives als de kroegendrive, de zenderstaddrive, het bridgeweekend etc.

 

Hoe kunnen we dit handhaven? Wim denkt dat groei er niet meer inzit; ondanks pogingen via het onderwijs ook de jeugd te interesseren is vanuit die groep weinig aanwas te verwachten. Zo is ook gebleken. Nee, het is de uitdaging de club op deze sterkte te handhaven. Daarvoor is het opleiden noodzakelijk.  En blijven uitzoeken welke mensen geïnteresseerd zijn in het bridgen. Dat is zijn advies.