Spel van de week 14 oktober
Geplaatst op 18-10-2019

Het spel van de week

Door Marcel Winkel  

 

Wie tot tien kan tellen…

 

Bij veel kaartspellen kun je een kaart in de lucht gooien en wanneer deze goed landt, dan heb jij of je maat de slag gewonnen. Bij bridge komt er meer kijken. Je moet de kaart niet alleen op het juiste moment bijspelen, partner moet dat dan eveneens doen en vervolgens moet je ook nog eens onthouden welk schoons er allemaal al gespeeld is (en wat dus niet).

Ben je een ‘luie bridger’ (dus iemand die niet constant meetelt wat iemand geboden heeft, wat er uit is, dus wat iemand nog over heeft) dan ben je constant aan het raden hoe je nu verder moet in af- of tegenspel. Leer je jezelf echter aan om het spel mee te tellen, dan wordt het spel (dat in de eerste slagen nog een puzzel is) al snel een open boek. En ik kan u verklappen dat het daarmee ook leuker wordt.

 

Een voorbeeld van afgelopen maandag:

West Noord Oost Zuid
- - 1 pas
1* 2 dbl** 2SA
pas pas pas  
       

 

 

 

 

 

 

 

 

*transfer, minstens een 4 kaart en vanaf 5 punten

** support doublet, precies een driekaart schoppen

 

 

 

Zuid ziet zijn partner in de sandwichpositie 2 bieden. Dat belooft kwetsbaar doorgaans een dikke opening en ook wel een betere kleur. Of met een mindere kleur toch wel een zeskaart. Het is echter paren en behalve knijpen en bijten is er veel toegestaan en is dit slechts een kwestie van stijl of afspraak binnen het partnership.

 

Tegen 2SA kwam west uit met een kleine schoppen. De leider had het biedverloop en de uitleg goed begrepen, dus nam hij pas de derde schoppenronde (om de communicatie tussen OW te verbreken). Daarna werd A eruit gejaagd.  Met A aan slag probeerde ik met mijn klaveren nakomst of partner west misschien B of H kon produceren. Helaas was dat niet het geval. De leider nam nog wat klaverslagen mee en liet toen B doorlopen. Ik kwam aan slag met V en ging met harten van slag. In de eindpositie speelde de leider 9 en toen er bij west een kleintje kwam, ging zuid even in de denktank. Was het veilig om op H te snijden, of toch maar A spelen? Wat zou u gedaan hebben, geachte lezer (als u de OW handen nog niet zou hebben gezien)?

 

Het antwoord is verrassend eenvoudig. Oost heeft een verdeelde hand en de plaatjes die hij heeft laten zien zijn HB A V en V. Dat zijn er samen twaalf. Als hij ook in het bezit zou zijn van H, dan zou hij 15 punten hebben gehad en dus met 1SA hebben geopend. 

Dan nog bewijsstuk nummer twee; west is gemarkeerd met V in vijven en heeft in geen enkele kleur nog punten laten zien. Zou west, kwetsbaar met maar twee punten positief hebben bijgeboden? Zeer waarschijnlijk niet. Zuid had daarom een bijna 100% gratis overslag. Maakt dat nog iets uit in de score? Jazeker. Zonder overslag leverde 2SA 35,71% op, maar met een overslag 78,57%!

 

Als je op een avond 24 spellen speelt, dan is het verschil van 42,86% op een spel een verschil van 1,79% op je eindscore (100% gedeeld door 24 spellen x 0,4286).  Heb je twee of drie van dit soort spellen, dan kan dat zo een plek of vijf op de ranglijst schelen. En ondanks dat iedereen “voor zijn plezier speelt” (geloof die mensen niet die dat zeggen, iedereen wil liever 60% halen dan 45%!), is het toch zeer de moeite waard om (nu eindelijk?) eens echt te beginnen met tellen. Ik wens u er veel succes mee!