Statuten

Download reglement:
Statuten BCN.pdf (280.06 KB)

NAAM EN ZETEL

 

Artikel 1.

  1. De vereniging draagt de naam "Bridgeclub Nieuwegein", hierna te noemen de vereniging.
  2. Zij heeft haar zetel te Nieuwegein.

 

 

OPRICHTINGSDATUM, DUUR EN VERENIGINGSJAAR

 

Artikel 2.

  1. De vereniging werd opgericht op 25 augustus 1972 en wordt thans voortgezet voor onbepaalde tijd.
  2. Het verenigingsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december daaropvolgend.

 

 

DOEL

 

Artikel 3.

  1. De vereniging heeft ten doel haar leden in staat te stellen het bridgespel te beoefenen en de kennis van, vaardigheid in en correctheid bij het bridgen te verhogen alsmede het bridgespel te propageren.
  2. De vereniging tracht dit doel te bereiken door:

    1. het organiseren van competities voor haar leden;
    2. het geven van cursussen in het bridgespel;
    3. het spelen van wedstrijden met soortgelijke verenigingen;
    4. zich aan te sluiten bij een landelijke bridgeorganisatie;
    5. alle andere wettelijke middelen die haar ten dienste staan.

 

 

LEDEN

 

Artikel 4.

  1. De vereniging kent drie soorten leden: gewone leden, leden van verdienste en ereleden.
  2. Leden van de vereniging zijn natuurlijke personen, die als zodanig zijn toegelaten, zoals bij huishoudelijk reglement is vastgesteld.
  3. Leden die zich zeer verdienstelijk hebben gemaakt voor de vereniging kunnen door de algemene vergadering tot lid van verdienste worden benoemd. Voordracht dient te geschieden, zoals bij huishoudelijk reglement is vastgesteld.
  4. Leden die zich voor de vereniging en de bridgesport in het algemeen verdienstelijk hebben gemaakt kunnen door de algemene vergadering tot erelid worden benoemd. Voordracht dient te geschieden, zoals bij huishoudelijk reglement is vastgesteld.

 

 

TOELATING

 

Artikel 5.

  1. Het bestuur beslist omtrent de toelating van leden.
  2. Bij niet-toelating tot lid kan de algemene vergadering alsnog tot toelating besluiten.

 

 

REGISTER

 

Artikel 6.

Het bestuur houdt een register waarin de namen en adressen van alle leden zijn opgenomen.

 

 

EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP

 

Artikel 7.

  1. Het lidmaatschap eindigt:

    1. door opzegging door het lid;
    2. door opzegging door de vereniging. Deze kan geschieden wanneer een lid zijn verplichtingen niet nakomt, alsook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;
    3. door ontzetting. Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten der vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt;
    4. door overlijden van het lid;
    5. door royement door de landelijke bridgeorganisatie, waarbij de vereniging is aangesloten.
  2. Opzegging door de vereniging en ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur.
  3. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de vereniging kan slechts geschieden tegen het einde van een verenigingsjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken. Het lidmaatschap kan echter onmiddellijk worden beëindigd indien van de vereniging of van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
  4. Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid, doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.
  5. Een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereniging en een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap worden per aangetekende brief aan de betrokkene gezonden. De betrokkene kan tegen dit besluit in beroep gaan bij de algemene vergadering. Dit beroep moet binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving van het besluit worden ingediend bij het bestuur. Binnen vier weken nadat het beroep is aangetekend, moet de algemene vergadering de opzegging of de ontzetting behandelen. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
  6. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar eindigt, blijft desniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd.

 

 

GELDMIDDELEN / JAARLIJKSE BIJDRAGEN

 

Artikel 8.

  1. De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit de jaarlijkse bijdragen van de leden, op de leden verhaalde boetes opgelegd aan de vereniging, schenkingen en uit eventuele andere baten.
  2. De leden zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage, die door de algemene vergadering zal worden vastgesteld.
  3. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing te verlenen van de verplichting tot het betalen van een bijdrage.

 

 

BESTUUR

 

Artikel 9.

  1. Het bestuur bestaat uit tenminste drie personen, die door de algemene vergadering worden benoemd. De benoeming geschiedt uit de leden. Voordrachten tot benoeming geschieden zoals bij huishoudelijk reglement is vastgesteld.
  2. De voorzitter, secretaris en penningmeester worden door de algemene vergadering in functie gekozen. Een bestuurslid kan meer dan één functie bekleden.

 

 

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP

 

Artikel 10.

  1. Elk bestuurslid, ook wanneer hij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde de door de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
  2. Elk bestuurslid treedt uiterlijk drie jaar na zijn benoeming af volgens een bij huishoudelijk reglement vast te stellen rooster van aftreden. De aftredende is terstond herkiesbaar. Wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in.
  3. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts door overlijden van en bedanken door het bestuurslid of het eindigen van zijn lidmaatschap van de vereniging.

 

 

BESTUURSTAAK - VERTEGENWOORDIGING

 

Artikel 11.

  1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.
  2. Indien het aantal bestuursleden beneden drie is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene vergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt.
  3. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies of door één of meer personen die door het bestuur worden benoemd.
  4. Het bestuur is, mits met goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt. Op het ontbreken van goedkeuring kan door en tegen derden beroep worden gedaan.
  5. Onverminderd het in de laatste volzin van lid 4 bepaalde wordt de vereniging in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter tezamen met één ander bestuurslid. Indien er geen voorzitter in functie is wordt de vereniging in en buiten rechte vertegenwoordigd door twee bestuursleden gezamenlijk.

 

 

JAARVERSLAG - REKENING EN VERANTWOORDING

 

Artikel 12.

  1. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
  2. Het bestuur brengt op een algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar zijn jaarverslag uit en doet, onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten, rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd bestuur.
  3. De algemene vergadering benoemt jaarlijks uit de leden een kascommissie van tenminste twee personen, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. Deze commissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de algemene vergadering verslag uit van haar bevindingen.
  4. Het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in de leden 1 en 2 tien jaren lang te bewaren.

 

 

ALGEMENE VERGADERINGEN

 

Artikel 13.

  1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
  2. Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, wordt een algemene vergadering - de jaarvergadering - gehouden. In deze jaarvergadering komen in ieder geval aan de orde het jaarverslag en de rekening en verantwoording van het afgelopen jaar en de benoeming van de kascommissie voor het volgende verenigingsjaar.
  3. De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter of bij diens afwezigheid door een ander bestuurslid.
  4. Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.
  5. Voorts is het bestuur verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken op schriftelijk verzoek van ten minste een tiende deel der leden of van minstens tien leden.

 

 

TOEGANG EN STEMRECHT

 

Artikel 14.

  1. Toegang tot de algemene vergadering hebben alle leden van de vereniging. Geen toegang hebben geschorste leden, behoudens het bepaalde in artikel 7, lid 5.
  2. leder lid van de vereniging dat niet geschorst is, heeft één stem.

 

 

BESLUITVORMING VAN DE ALGEMENE VERGADERING

 

Artikel 15.

  1. Voor zover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene vergadering genomen met gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
  2. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden zulks vóór de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende stembriefjes, die gesloten worden ingeleverd. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.
  3. Bij staking der stemmen over zaken is het voorstel verworpen. Bij staking der stemming over personen beslist het lot wie van beiden is gekozen.

 

 

BIJEENROEPING ALGEMENE VERGADERING

 

Artikel 16.

  1. De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden volgens het register bedoeld in artikel 3 lid 2. De termijn voor de oproeping bedraagt tenminste twee weken.
  2. Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld.

 

 

STATUTENWIJZIGING

 

Artikel 17.

  1. In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van een algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijzigingen van de statuten zullen worden voorgesteld. Bij deze oproeping wordt het voorstel tot wijziging meegezonden.
  2. De algemene vergadering kan slechts een besluit tot statutenwijziging nemen, indien:

    1. tenminste de helft van het totaal aantal leden op de vergadering aanwezig is en
    2. tenminste tweederde van de aanwezige leden zijn stem voor de wijziging heeft uitgebracht.
  3. Indien op de in lid 2 bedoelde vergadering minder dan de helft van het totaal aantal leden aanwezig is, wordt een tweede algemene vergadering bijeen geroepen en wel tenminste twee en ten hoogste vier weken na de eerstgenoemde vergadering. Tot wijziging van de statuten wordt dan besloten, indien tenminste tweederde van de dan aanwezige leden zijn stem voor de wijziging heeft uitgebracht.
  4. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.

 

 

ONTBINDING

 

Artikel 18.

  1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering. Het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het voorgaande artikel is van overeenkomstige toepassing.
  2. De algemene vergadering beslist bij het besluit tot ontbinding over een bestemming van het batig saldo.

 

 

HUISHOUDELIJK REGLEMENT

 

Artikel 19.

  1. De algemene vergadering kan bij huishoudelijk reglement regels geven over onderwerpen waarvan regeling haar gewenst voorkomt.
  2. Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met de statuten.

 

 

SLOTBEPALING

 

Artikel 20.

In alle gevallen waarin zowel de wet als deze statuten als het huishoudelijk reglement niet voorzien, beslist het bestuur.

 

 

Deze statuten zijn vastgesteld in de algemene ledenvergadering gehouden op 27 april 2001.