Wedstrijd- en Huishoudelijk Reglement

Wedstrijd- en Huishoudelijk Reglement

Versie: 30 maart 2012

Artikel  1.  INTERNE COMPETITIES.

 

  A :  Organisatie.

  1. Het bestuur organiseert elk speelseizoen in overleg met de wedstrijdleider (WL) en de technische commissie (TC) de interne competities. Deze kunnen bestaan uit paren-, viertallen-, of laddercompetities, aangevuld met diverse drives. Het totale programma zal ± 35 zittingen omvatten.
  2. Voor de parencompetitie geldt dat de leden/deelnemers aan deze competities in paren en volgens speelsterkte in groepen zullen worden ingedeeld, de z.g. lijnen.
  3. Het vormen van vaste paren geschiedt geheel vrijwillig. De aldus gevormde paren zijn, behoudens overmacht, verplicht de gehele competitieronde in die combinatie te spelen. Wisselen van partner voor de volgende competitieronde moet tijdig, voor de aanvang van deze ronde, aan de WL worden gemeld.
  4. De WL wordt aangewezen door het bestuur en is hier ook lid van. Bij zijn afwezigheid wordt door het bestuur een vervanger aangewezen.
  5. De TC wordt gevormd door maximaal vijf leden, die uit hun midden een voorzitter kiezen. De WL maakt uit hoofde van zijn functie ook deel uit van de TC.
  6. Alle wedstrijden worden gespeeld volgens de spelregels voor wedstrijdbridge van de Nederlandse Bridge Bond (NBB).
  7. Overal in dit reglement kunt u voor “paren” ook lezen “drietallen”. Een drietal bestaat uit drie leden, waarvan er twee meespelen op een competitiezitting. De derde blijft thuis. Wie thuis blijft wordt door het drietal onderling geregeld. Bij andere drives kunnen ze zo mogelijk als drietal meedoen; dit ter bepaling door de WL.

 

B :  Indeling in groepen.

  1. De TC is verantwoordelijk voor de indeling van de paren in de verschillende groepen; hierbij moet rekening worden gehouden met het resultaat van de vorige clubcompetitie of competitieronde.Om een zo goed mogelijke verdeling in groepen te verkrijgen houdt de TC rekening  met het aantal deelnemers. In principe zullen de lijnen bij een parencompetitie uit minimaal 8 paren bestaan.
  2. Nieuwe leden worden in de laagste lijn ingedeeld. In uitzonderlijke gevallen kan, dit ter beoordeling van de TC , hiervan worden afgeweken.
  3. Als een paar van partner wenst te wisselen komt men in de gemiddelde- of lagere lijn.
  4. Opengevallen plaatsen in een lijn worden door de TC opgevuld door middel van
  • extra promotie
  • nieuwe leden van vergelijkbare sterkte of hoger
  • verminderde degradatie, alleen als er sprake was van versterkte degradatie.

 

C :  Promotie en degradatie

  1. Aan het begin van het speelseizoen wordt aan de hand van het aantal paren per lijn de promotie-/degradatieregeling bekend gemaakt. Dit kan door de TC worden bijgesteld na afloop van elke competitieronde. Het advies van de NBB is minimaal 25 % en maximaal 30 % van de deelnemende paren te laten promoveren en degraderen. Per competitiejaar kan een paar slechts één keer technisch degraderen. Zie artikel 1 E 2.
  2. Als een paar ruim tevoren aangeeft, dat het 50% of meer keren niet kan komen, zullen zij niet technisch degraderen. Zij kunnen in dit geval echter ook niet promoveren.

 

D :  Invallers.

  1. Als een speler niet aan een zitting kan deelnemen, dient hij/zij dat zo spoedig mogelijk aan zijn/haar partner en de WL mee te delen. In overleg met de WL wordt naar een vervanger gezocht, die voor de betreffende zitting als invaller fungeert en als zodanig ook speelt voor de score van beiden. Bij voorkeur wordt de invaller onder de eigen leden gezocht, maar deze mag nimmer een kennelijke versterking of verzwakking voor het paar betekenen. Een niet-lid mag als invaller fungeren, doch alleen indien er geen clubleden voor die plaats beschikbaar zijn, of wanneer het eigen clublid een te grote versterking of verzwakking voor het paar betekent. De score met een invaller van buiten de vereniging is maximaal 4 % boven en minimaal 4 % onder het eigen gemiddelde van die ronde.
  2. Indien van twee paren elk één speler afwezig is en zij behoren tot dezelfde lijn, zal de WL de twee overblijvende spelers combineren. De door deze combinatie behaalde score geldt in dit geval voor beide oorspronkelijke paren. Spelen met een invaller wordt niet als verzuim als bedoeld in artikel E1 aangemerkt.
  3. Als een speler, wiens partner verhinderd is, in overleg met de WL geen acceptabele invaller/vervanger kan vinden en daardoor die zitting niet meespeelt, wordt dit voor het paar als een verzuimde zitting als bedoeld in artikel E1 aangemerkt.
  4. Een paar of speler, die op verzoek van de WL in een lagere lijn speelt om die lijn te completeren, krijgt een score maximaal gelijk aan het gemiddelde van de behaalde en de nog te halen scores uit de eigen lijn in de betreffende competitieronde (eigen gemiddelde van de competitieronde).
  5. a. Een paar of speler, die op verzoek van de WL invalt in een hogere lijn krijgt minimaal het eigen gemiddelde van de competitieronde. b. Als van twee paren elk één speler niet aanwezig is en ze behoren tot verschillende lijnen en ze spelen op verzoek van de WL samen in de hoogste lijn van de twee, dan krijgt het oorspronkelijke paar uit die hogere lijn minimaal hun eigen gemiddelde van de competitieronde
  6. Een paar of speler, die door het elders uitkomen voor de vereniging een zitting moet verzuimen, krijgt voor die zitting het eigen gemiddelde van de competitieronde. Tevens geldt voor het paar of de speler deze zitting niet als verzuim ingevolge artikel E1.
  7. Om voor rangschikking in aanmerking te komen dient men meer dan 50 % aan een competitieronde te hebben deelgenomen.

 

E :  Verzuim.

  1. Een paar dat wegens een tijdig aan de WL medegedeelde geldige reden een zitting afwezig is, krijgt zijn eigen gemiddelde min 4 % van het gemiddelde van de competitieronde.
  2. Paren die 50 % of meer per competitieronde verzuimen, degraderen. Dit kan één keer in een  competitiejaar. Als een paar ruim te voren aangeeft, dat het 50% of meer keer niet kan komen, zal het niet degraderen; in dit geval kan het ook niet promoveren.
  3. Paren, die verzuimen, of paren, waarvan een speler zonder voorafgaande kennisgeving verzuimt, degraderen. Voor laatstgenoemde paren kan, als gevolg van overmacht, door de TC van dit artikel worden afgeweken.
  4. Elk paar of speler die een zitting is verhinderd en dit niet of niet tijdig aan de WL bekend heeft gemaakt, krijgt een korting van 10 % van het tot dat moment behaalde gemiddelde percentage in de lopende competitieronde. Bij eventuele overmacht beslist de TC.

 

Artikel  2.  ANDERE DOOR B.C.W. TE ORGANISEREN WEDSTRIJDEN.

Voor de organisatie van drives, andere wedstrijden of evenementen stelt het bestuur de regels vast en is de WL belast met de uitvoering.

 

Artikel  3.  DISTRICTCOMPETITIES.

  1. A. Parencompetities: dit zijn persoonlijke wedstrijden. Hierover worden de leden op de algemene ledenvergadering van september door de WL geïnformeerd. B. Viertallencompetities: dit zijn verenigingswedstrijden. Hierover worden de leden op de algemene ledenvergadering van september en op de jaarvergadering van februari/maart door het wedstrijdsecretariaat geïnformeerd.
  2. In overleg met de deelnemers worden de viertallen door de TC samengesteld en naar sterkte ingedeeld. Bij twijfel over het sterkteverschil tussen twee viertallen worden twee beslissingswedstrijden gespeeld.
  3. Elk viertal wijst een aanvoerder (captain) aan; deze is belast met de leiding over het viertal en draagt de volle verantwoording voor zijn team en voor de goede gang van zaken tijdens deze wedstrijden.
  4. De opgegeven viertallen worden door het verenigingssecretariaat ingeschreven bij de Districtscompetitieleider (DKL) en verbinden zich daarbij de gehele competitie in de gekozen samenstelling te spelen.
  5. Alleen spelers die aan de clubcompetitie deelnemen, kunnen in aanmerking komen om voor de club in de districts-viertallencompetitie te spelen.
  6. Invallers moeten clublid zijn en moeten toestemming hebben van de DKL.

 

Artikel  4.  DOOR ANDERE VERENIGINGEN GEORGANISEERDE WEDSTRIJDEN.

Voor wedstrijden tegen andere verenigingen, waarbij de club door één of meer teams wordt vertegenwoordigd, worden paren of viertallen door het bestuur gekozen.

 

Artikel  5.  ARBITRAGE.

  1. Bij overtredingen tegen de spelregels en/of andere reglementen zal de WL of zijn vervanger arbitreren.
  2. Tegen iedere beslissing van de WL kan men bij de TC beroep aantekenen. Het voornemen daartoe moet binnen dertig minuten na het beëindigen van de zitting of wedstrijd bij de WL zijn ingediend. Het protest moet schriftelijk binnen tweemaal vierentwintig uur bij de WL worden bekendgemaakt. De WL stelt dit protest voorzien van zijn commentaar binnen tweemaal vierentwintig uur ter hand van de TC.
  3. Protest tegen een besluit van de TC moet binnen tweemaal vierentwintig uur na het bekend worden van dat besluit schriftelijk bij de WL worden ingediend, die het ter afhandeling voorziet van zijn commentaar ter hand stelt aan het bestuur.
  4. Protesten dienen indien mogelijk binnen acht dagen te worden afgehandeld, doch uiterlijk binnen de lopende competitieronde.

 

Artikel  6.  CLUBKAMPIOENSCHAP

  1. De WL informeert de leden hieromtrent bij de aanvang van het bridgeseizoen. Het aandenken voor de kampioenen zal zo snel mogelijk na het seizoen uitgereikt worden.
  2. Om als paar voor het clubkampioenschap in aanmerking te komen moet men ten minste in alle competitieronden op één na in de rangschikking voorkomen. Als een paar in een competitieronde niet in de stand voorkomt, dan wordt deze ronde automatisch beschouwd als de slechtste uitslag.(Zie art. 6.4)
  3. Een speler zonder vaste bridgepartner kan onder dezelfde voorwaarden als genoemd bij art. 6.2 clubkampioen worden.
  4. Voor het bepalen van het clubkampioenschap wordt gebruik gemaakt van de methode “Victorypoints”. Dit betekent, dat bij de berekening de slechtste uitslag van alle competitieronden niet meetelt.

 

Artikel  7.  MEESTERPUNTEN.

Na elke zitting zullen volgens de geldende schaal van de NBB in elke groep meesterpunten worden uitgereikt.

 

Artikel  8  BIJZONDERE BEPALINGEN.

  1. Volledig ingevulde systeemkaarten zijn verplicht. De laagste lijn mag in plaats hiervan Berry’s geheugensteun gebruiken. Bij de aanvang van een speelronde dienen zij de kaart te overhandigen aan hun tegenstander.
  2. Na een rondpas (slotpas) mag niet opnieuw worden gedeeld.
  3. De noordspeler vult de score in op de Bridgemate en de oostspeler controleert. Bij storing van de Bridgemate wordt de WL geroepen, die dan kan bepalen dat er verder met een scorekaart gewerkt gaat worden voor die tafel(s).
  4. Er zal naar worden gestreefd na een zitting de voorlopige uitslag bekend te maken en later ook zo spoedig mogelijk via internet.
  5. De voorlopige uitslag wordt na controle door de WL als definitieve op de volgende clubavond gepubliceerd. Tegen de uitslag kan protest aangetekend worden bij de WL tot uiterlijk een half uur na aanvang van deze zitting.

 

Artikel  9.  STRAFBEPALINGEN.

  1. Het foutief invoeren van een Bridgemate of invullen van een scorekaart zal per keer worden bestraft met een vermindering van 10 % van de top op de score van beide paren. Foutief ingevulde gegevens kunnen straffeloos tot het einde van elke zitting, in het bijzijn van beide paren, worden gecorrigeerd. Latere correcties kunnen alleen geschieden in overleg met de WL en beide paren.
  2. Onklaar maken van een bord: ieder paar waarvan één hand of beide handen in een verkeerd vakje is gestoken, of één of meer onjuiste kaarten bevat, of onvolledig is, wordt bestraft met vermindering van 10 % van de top van het spel.
  3. De WL start de bridge-klok bij aanvang van het eerste spel. Deze geeft het verloop van de zitting aan en geeft per ronde van vier spellen na vijfentwintig minuten het sein voor de laatste vijf minuten en daarna volgt het wisselsein. Tijdsoverschrijding in het nadeel van de volgende spelers wordt bestraft met 25 % van de top van elk niet gespeeld of te laat gespeeld spel. De vermindering geldt voor beide paren, tenzij één van de paren tijdens het spelen via arbitrage aannemelijk maakt dat de schuld van de vertraging geheel of gedeeltelijk bij het andere paar berust. Toestemming voor het naspelen van maximaal één spel voorkomt de straf van 25 %.

 

Artikel  10.  GEBRUIK TELEFOON OF G.S.M.

Gebruik van een gsm is tijdens de zitting niet toegestaan. Inkomende gesprekken dienen bij voorkeur via de beheerder van de zaal te lopen.

De gsm van de club blijft tijdens het spelen aan staan, zodat (natuurlijk alleen bij hoge noodzaak) van buitenaf altijd een lid bereikt kan worden.

 

Artikel  11.  LEEMTEN IN HET WEDSTRIJD/HUISHOUDELIJK REGLEMENT.

In gevallen, waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur in overleg met de TC.

Het reglement wordt door de algemene ledenvergadering vastgesteld en kan slechts worden gewijzigd in een algemene ledenvergadering (jaarvergadering). Eventuele wijzigingen dienen schriftelijk aan de leden te worden bekend gemaakt.