Spelregels

Download reglement:

Spelregels

Voor competitiebridge is een aantal spelregels vastgesteld. Het doel daarvan is om een correcte gang van zaken vast te leggen en een oplossing te bieden voor situaties waarbij iemand onopzettelijk de normale voortzetting van het spel verstoort of een onrechtvaardig voordeel behaalt.

Regels negeren = Anderen benadelen

Bij bridge is er een wedstrijdleider (arbiter). Het roepen van de wedstrijdleider kan nooit als onvriendelijk worden bestempeld, want het is bedoeld om voor de ontstane situatie een reglementaire oplossing te vinden. Een speler die een overtreding begaat, behoort dan ook de beslissing van de wedstrijdleider hoffelijk te aanvaarden.

In het volgende worden enkele, vaak voorkomende overtredingen behandeld. Als er een opmerking staat dat de wedstrijdleider moet worden geraadpleegd, is het incorrect zelf aan tafel te beslissen.

Huisregels

- Er wordt op dinsdagavond en op vrijdagmiddag gespeeld.
Dinsdag:   aanvang 19.30 uur, aanwezig zijn 19.15 uur.
Vrijdag:     aanvang 13.30 uur, aanwezig zijn 13.15 uur.

- Normaal speeltempo per spel 7½ minuten.

duur ronde 4 spellen is 30 minuten

duur ronde 3 spellen is 23 minuten

wisseltijd is 2 minuten

De aanwijzingen van de wedstrijdleider zijn bindend.

- Werking tijdklok

De tijd is continu zichtbaar.
Bij een resterende speeltijd van 10 minuten en 5 minuten wordt deze tijd meegedeeld. Als de resterende speeltijd nog 5 minuten is, geen nieuw spel meer beginnen.
Als de klok op 0.00 staat, mag er worden gewisseld.

- Systeemkaart is vanaf 01-01-2001 ingevoerd.

- Als partner verhinderd is, zelf voor vervanging zorgen met behulp van het boekje van de TC (Mina).
Verhindering als paar doorgeven aan het meldpunt van de TC (Mina).

- Opzeggen lidmaatschap voor 1 augustus.

Promotie- en degradatieregels

1 Een competitie bestaat uit zes speelavonden.

2 De twee paren die na een competitie de hoogste gemiddelde percentages hebben behaald, promoveren naar een hogere groep.

3 De twee paren die na een competitie de laagste gemiddelde percentages hebben behaald, degraderen naar een lagere groep.

4 Als een paar een avond niet speelt, krijgt het 45%.

5 Als van twee paren in dezelfde lijn één van de partners ontbreekt, kunnen de aanwezige partners samenspelen en geldt de uitslag voor beide paren.

6 Als van een paar één van de partners ontbreekt, kan de aanwezige persoon samenspelen met een speler van buiten de club in overleg met de TC (Mina). De behaalde score geldt dan voor het paar.

7 Spelers uit twee verschillende groepen mogen samenspelen, maar dan moet je als paar in de hogere groep spelen. De behaalde score geldt voor beide paren.

8 Als twee groepen een stilzit hebben, kan de wedstrijdleider een paar uit een lagere groep vragen in een hogere groep te gaan spelen. Het betreffende paar ontvangt dan het hoogste van de volgende twee scores:

a de behaalde score verhoogd met 5%

b de gemiddelde score van de competitie

Als er nog geen ronde in de competitie is gespeeld, geldt de eindscore van de vorige competitie. (Als het paar zojuist is gedegradeerd uit een hogere groep, wordt deze eindscore verhoogd met 5%.)

9 Een speler c.q. paar uit een hogere groep speelt onder normale omstandigheden niet in een lagere groep, behalve als de wedstrijdleider dit nodig acht.

10 Als de beschreven promotie- en degradatieregels niet voorzien in een voorkomende situatie, bepaalt de wedstrijdleider wat er dient te gebeuren.

De top 5 van onregelmatigheden

Technisch

1 uitkomen voor de beurt.

2 spelen uit de verkeerde hand

3 verzaken

4 bieden voor de beurt

5 onvoldoende bod doen

Ethisch

1 niet allerteren

2 verkeerde of onvolledige uitleg geven

3 gebruikmaken van ongeoorloofde informatie (lang denken door partner)

4 onnodig vragen

5 denken zonder dat er iets te denken is

1 Uitkomen voor de beurt

Als dit gebeurt zijn er vijf mogelijke oplossingen.

1.1 De leider kan de uitkomst accepteren, waarbij hijzelf zijn kaarten neerlegt als dummy en zijn partner het spel moet afspelen.

1.2 De leider kan de uitkomst accepteren, waarbij zijn partner de kaarten openlegt en hijzelf leider blijft.
Hij speelt daarna de tweede kaart van de slag bij, enz.

1.3 De leider kan eisen dat de juiste tegenspeler voorspeelt. Als hij toestaat dat deze een kaart naar eigen keuze mag spelen, is de getoonde kaart een grote strafkaart*

1.4 Als boven bij 1.3, maar de leider eist dat de juiste tegenspeler uitkomt met de kleur van de getoonde kaart. De strafkaart kan zonder meer worden teruggenomen.

1.5 Als boven bij 1.3, maar de leider verbiedt het voorspelen van de kleur van de getoonde kaart. De strafkaart kan zonder meer worden teruggenomen. Het verbod van de getoonde kleur blijft van toepassing zolang de speler aan slag blijft.

2 Spelen uit de verkeerde hand

Als een tegenspeler voor zijn beurt speelt gedurende het spel, gelden regels analoog aan die bij uitkomen voor de beurt. De leider heeft de keuze uit het accepteren van de voorgespeelde kaart of de behandeling als strafkaart.

Als de leider uit de verkeerde hand voorspeelt, heeft elk van de tegenspelers het recht het voorspelen te accepteren door of in volgorde bij te spelen of door zich in die zin te uiten. Er mag geen overleg tussen de partners plaatsvinden. Als het onreglementair voorspelen door geen van beide tegenspelers wordt geaccepteerd, voegt de leider de kaart straffeloos aan de juiste hand toe. (De dummy mag de leider waarschuwen dat hij uit de verkeerde hand dreigt voor te spelen, echter niet meer nadat de leider een aanwijzing heeft gegeven om een kaart voor te spelen.)

3 Verzaken

Het bij vergissing bijspelen van een andere kleur dan wordt gevraagd, terwijl hij wel kan bekennen.

Het maakt verschil of de verzaking voldongen is. De verzaking is voldongen als de overtredende partij een kaart gespeeld heeft in de volgende slag.

3.1 Niet voldongen verzaking.

3.1.1 verzaking door de leider: de leider kan nooit een strafkaart hebben. Alle spelers mogen hun kaart van die slag straffeloos terugnemen.

3.1.2 verzaking door een tegenspeler: de tegenspeler vervangt de kaart door een kaart van de gevraagde kleur. De getoonde kaart wordt een grote strafkaart*.
Zijn er na de verzaking meer kaarten bijgespeeld, dan mogen deze worden teruggenomen. Elke eerder in die slag gespeelde kaart wordt een grote strafkaart*.

3.2 Voldongen verzaking

3.2 1 Als de overtreder de slag waarin werd verzaakt, heeft gemaakt, wordt die slag overgedragen aan de niet overtredende partij. Als de overtredende partij daarna nog een of meer slagen maakt, wordt een extra slag overgedragen.

3.2.2 Als de overtreder de slag waarin werd verzaakt, niet heeft gemaakt en de overtredende partij deze slag maakt, of later nog een of meerdere slagen maakt, wordt een slag overgedragen aan de niet overtredende partij. Als de overtreder daarenboven nog een slag maakt met een kaart die hij reglementair had kunnen spelen in de slag waarin verzaakt is, wordt ook die slag overgedragen. Bij de voldongen verzaking zijn op deze regels uitzonderingen.
raadpleeg de wedstrijdleider

Strafkaarten *

Als grote strafkaart worden aangemerkt: elke kaart die is getoond door een doelbewust spelen (zoals bij uitkomen uit de verkeerde hand of bij verzaken en daarna herstellen.

Als kleine strafkaart wordt aangemerkt een kaart, lager dan een honneur, die per ongeluk is getoond. Als een honneur, dan wel als meerdere kaarten, per ongeluk worden getoond, zijn dat grote strafkaarten. Een kleine strafkaart hoeft niet bij de eerste gelegenheid waarbij dat mogelijk is, worden gespeeld, er mag dan ook een honneur worden bijgespeeld.

Een grote strafkaart moet worden gespeeld zodra dit reglementair mogelijk is, hetzij door voor te spelen, af te gooien, kleur te bekennen of te troeven. Bovendien heeft de leider de mogelijkheid van de partner van de overtreder te eisen als deze aan slag komt, dat deze in de kleur van de strafkaart voorspeelt of juist omgekeerd, te verbieden dat de partner in de kleur van de strafkaart voorspeelt. Als de leider van een van deze mogelijkheden gebruikt maakt, mag de overtreder de strafkaart zonder meer opnemen.

4 Bieden voor de beurt

4.1.Als een speler voor de beurt heeft geboden, dan kan de linker tegenstander van deze speler altijd de bieding accepteren. Dat houdt in dat deze speler goed vindt dat er voor hem geboden is en zelf daarna een bod uitbrengt.

4.2.Als de bieding niet wordt geaccepteerd, gaat het biedkaartje terug in de biddingbox en de juiste persoon is nog steeds aan de beurt. De overtredende partij krijgt straf. Raadpleeg altijd de wedstrijdleider.

5 Onvoldoende bod

5.1.De linker tegenstander kan het bod accepteren en zelf een bod uitbrengen hoger dan het onvoldoende bod of passen of doubleren.

5.2.Als het onvoldoende bod niet geaccepteerd wordt, mag de overtreder of een voldoende bod doen of passen en mag in deze beurt niet doubleren of redoubleren. De overtreder heeft de keuze uit de volgende mogelijkheden:

5.2.1.De overtreder mag zijn bod straffeloos vervangen door het laagst voldoende bod in dezelfde speelsoort, indien zowel het onvoldoende bod als het vervangende bod onbetwistbaar niet-conventioneel zijn.

5.2.2.Na elke andere bieding, met inbegrip van pas of enig bod in een nieuwe kleur, is de partner uitgesloten van verdere deelname aan het bieden. Dezelfde straf is van toepassing als het onvoldoende bod conventioneel was. Er kunnen voorspeelstraffen van toepassing zijn.
raadpleeg de wedstrijdleider

Ethiek bij het bridge

• De uitgangspunten zijn dat het onethisch is als je Inlichtingen uitwisselt, waarvan de tegenstanders de draagwijdte niet kennen. Je dient daarom te alerteren als jouw partner een bod doet dat niet overeenkomt met de gangbare betekenis van dat bod.

• Als je gebruik maakt van de Biedermeier systeemkaarten hoef je voor de standaardbetekenis volgens die kaart niet te alerteren, echter wel voor de opties die mogelijk zijn.

• Je kunt informatie vragen over de betekenis van elk bod als je aan de beurt bent om te bieden, echter niet voor de tijd.

• Na afloop van het bieden mag diegene die moet uitkomen, vragen naar de betekenis van de biedingen. Nadat hij gesloten is uitgekomen, mag ook zijn partner informatie vragen. De antwoorden dienen volledig en correct te zijn.

• Door het tonen van de stopkaart na een sprongbod maak je het jouw tegenstanders gemakkelijk een passende denkpauze te nemen zonder dat dit als een ongeoorloofde informatie kan worden geduid.

• In andere gevallen kan een lange denkpauze een informatie voor de partner zijn. Deze mag daar geen gebruik van maken

• Ook het nemen van een denkpauze voor het bijspelen van een kaart als je maar een kaart in de gevraagde kleur hebt, moet als een misleiding van de tegenstanders worden gezien en is niet geoorloofd.

Enkele algemene spel- en gedragsregels

• Elke speler neemt de hand uit het vak dat met zijn windrichting overeenstemt.

• Elke speler telt zijn kaarten met de beeldzijde naar beneden.

• Aan het einde van het spel alle 13 kaarten in juiste vakje terugsteken.

• De dummy speelt in opdracht van de leider en mag op geen enkele manier de leider attent maken op bepaalde kaarten die op tafel liggen.

• Wel mag de dummy de leider erop wijzen aan welke kant hij aan slag is, als leider uit verkeerde hand wil voorspelen.

• De dummy mag alleen de leider, als die in een slag niet heeft bekent, vragen of hij nog een kaart in de voorgespeelde kleur bezit.

• De dummy mag elke onregelmatigheid van de kant van de leider voorkomen.

• De dummy mag de aandacht vestigen op elke onregelmatigheid, maar uitsluitend na afloop van het spelen.

• Zolang eigen kaart met beeldzijde naar boven ligt en nog niet is voor- of bijgespeeld in volgende slag, mag de betreffende slag nog worden ingezien.

• De laatst gespeelde kaart mag je inzien, maar niet tonen totdat kaart in volgende slag wordt voorgespeeld.

• Na het spel eerst overeenstemming over resultaat, dan pas kaarten opruimen.

• Nakaarten alleen aan einde van de ronde.

• Score door de tegenpartij laten controleren.

Een bladzijde uit het cursusboek clubleider A (C.L.A.) van de Nederlandse Bridge Bond.

Scorekaartje

Aan het begin van een zitting                                 Aan het eind van een zitting

 

Even een opmerking over het invullen van een scorekaartje. Veel spelers zijn gewend om alleen op de regel van het paar dat tegenspeelt het paarnummer van de tegenstander te noteren. In het scorekaartje hierboven verdedigt paar 4 bijvoorbeeld het 3SA-contract van paar 3. Het is nu in ieder geval noodzakelijk dat op de regel van paar 4 (bij voorkeur in het OW-gedeelte) van het contract-blok paar 3 wordt aangegeven. De speelrichting van paar 4 is immers OW.

 

Het is een echter een goede gewoonte om ook op de regel van het paar dat het contract speelt de tegenstander te vermelden. Dus als paar 3 als NZ 3SA speelt tegen paar 4, schrijf dan in het NZ-gedeelte van het contract-blok het contract (3SA) en in het OW-gedeelte de tegenstander
(-4-). Bij het uitrekenen is het nu veel gemakkelijker snel even de tegenstander van een bepaald paar op te zoeken. Probeer de spelers van uw vereniging te overtuigen van het belang van een volledig en correct ingevulde score.

 

november 1997