Ruitenboer bij de Zeerob, theorie en praktijk
Geplaatst op woensdag 11 maart 2020 door Henk van Doren

Op Zeerob worden de spellen van Ruitenboer door alle deelnemers aan de reguliere parencompetitie gespeeld, maar paren kunnen zich slechts plaatsen voor de halve finale van Ruitenboer als ze aan de volgende criteria voldoen: beide spelers hebben een rating van minder dan 1800 (gemeten op 1-9-2019) en geen van beide spelers heeft in de afgelopen vijf jaar op divisieniveau competitie gespeeld. Gelukkig waren er onder de deelnemers voldoende paren om het aantal beschikbare plaatsen voor de volgende ronde te vullen.

 

Kitty en Frits (invaller Yvonne) en Geraldine en Peter reizen op zondag 29 maart naar het verre Tolbert om te gaan proberen zich te plaatsen voor de finale in Utrecht. Supporters wordt verzocht zich op eigen gelegenheid naar de speellocatie te begeven.

 

Het aardige van Ruitenboer is dat je na afloop van het spelen een keurig boekje krijgt uitgereikt waarin de spellen staan beschreven met een aanbevolen bedverloop, het bijbehorende eindcontract en leerzaam commentaar. Dat vraagt natuurlijk om een analyse om te zien of de werkelijkheid op de Zeerob enigszins overeenkomt met de voorspelling van de auteur van het commentaar, Peter IJsselmuiden, coach van de NL Vrouwen en regelmatig actief in de Meesterklasse voor BC ’t Onstein. Nou vergeet het maar. Het aanbevolen eindcontract werd in slechts 35% van de gevallen bereikt! Op 5 van de 28 spellen slaagde geen enkel paar er in om te eindigen in het boekjescontract, 9x was dat één paar en maar twee keer werd het beoogde eindcontract door alle paren bereikt. Ik zou ook nog kunnen turven hoeveel paren ook het voorspelde aantal slagen in het eindcontract hebben gehaald, maar dat wordt me te gek.

 

Een paar interessante spelletjes:

Peter  IJ. voorspelde het volgende biedverloop:

West

Noord

Oost

Zuid

   

1

pas

1

2

pas

pas

dbl

a.p.

   
 

 

 

 

In praktijk eindigden OW twee keer in 1SA en twee keer in 3♣ en één keer haalde zuid 2. Bij ons ging het bieden in eerste instantie volgens hierboven, maar Sjoerd durfde doublet niet aan en bood 3♣. Dat mocht ik maken voor een volle top; -1 was een gedeelde nul geweest.

 

Ook op spel 14 ging het heel anders dan voorspeld:

Hier geeft Peter IJ. ook zelf al aan dat onderstaand biedverloop slechts een van de vele mogelijke varianten is:

West

Noord

Oost

Zuid

   

pas

2

3

5

dbl

pas

5

a.p.

   

 

 

 

In praktijk liepen de scores uiteen van een rustige 3 +2 via 5x C tot 5x +1. De volle top in OW was echter voor Kitty & Frits die 12 slagen haalden in 3 gedoubleerd. De ‘Law of Total Tricks’ voorspelt hier in totaal 20 slagen, terwijl het er 22 zijn; 5 kan niet down en met een schoppenstart kun je 5 precies op contract houden.

 

Op spel 26 voldeden alleen Bert & Rinus aan de voorspelling, 3+1 voor OW.

In het commentaar wordt terecht gesteld dat west geen bevredigend bod meer heeft na 1 – (pas) – 1 – (pas) – 3 – (pas) en maar het beste kan passen. Zeker in viertallen gaat mijn sympathie uit naar de westspelers die 3SA proberen (twee down, twee keer gespeeld). Verderop staat ook nog het volgende: “De computer maakt 4, maar die puzzel is te moeilijk voor menselijke bridgers in zeven minuten.” Een gevaarlijke bewering natuurlijk, die dan ook onmiddellijk werd gelogenstraft door Michel en Anton. De winnende speelwijze is, aldus Peter IJ., de volgende: noord komt uit met klaveren en speelt ook een tweede ronde, die je in dummy troeft. Nu drie keer ruiten waarop de laatste twee klaveren uit de hand verdwijnen. Noord kan troeven, maar dat is van een vaste troefslag en NZ krijgen alleen nog een troefslag. Die analyse blijkt bij nadere beschouwing wel een beetje oppervlakkig. Er zijn meerdere wegen naar succes, zolang de leider maar niet zelf probeert om nog een klaveren te troeven.

 

Ook op spel 17 kwam slechts één paar, Kitty & Frits, in het voorspelde eindcontract en haalde dit keurig, waarmee ze een schamele 25% scoorden.

  

Ik citeer het boekje: “Vroeger stonden er lijfstraffen op het openen op drieniveau met een vierkaart in een hoge kleur naast de geopende kleur. Tegenwoordig nemen we het niet meer zo nauw met die regel. Als het lijkt op een preëmpt dan is het goed. Junioren zullen met 4 beginnen maar ook na 3 ruimt iedereen al de biedkaartjes op want avonturen van OW zijn gedoemd te mislukken.”

 

Hmm, op drie van de vijf tafels werd met 4 geopend (gemiddelde leeftijd van de betrokkenen > 55) en in alle gevallen vond west dat hij nog wel een bodje waard was. Resultaat -500, -800 en -1100 ;). Alleen onze Peter (niet Peter IJ., dus), vond dat zijn hand mooi genoeg was om met 1 te openen. Dat had zowel een voordeel als een (groter) nadeel. De schoppenfit kwam nu weliswaar aan het licht, maar het bieden eindigde in het veel te hoge 4♠. Daar wisten Jos & Wiveca wel raad mee, doublet en +300 en een volle top voor OW.

 

“Peter IJ., wat denk je dat de invloed van de corona-uitbraak op de beurskoersen is?” - “Kopen, kopen, kopen, mensen!”.

 

© Henk van Doren, 11 maart 2020