Niets moet en alles mag!
Geplaatst op donderdag 20 februari 2020 door Henk van Doren

Het wordt weer de hoogste tijd voor een verslag van de clubavond. Eigenlijk was ik dat de vorige keer al van plan, maar toen werden de spelverdelingen pas een week na de wedstrijd geplaatst. Als je mij na afloop van een spel vraagt wat ik precies in handen had, moet ik al regelmatig het antwoord schuldig blijven, dus een stukje schrijven werkt alleen als ik er vlot aan begin. Het schrijft daarnaast een stuk plezieriger als de score een beetje gunstig is en dat was gisteravond voor het eerst deze competitie het geval.

 

Na een rustige manche en een secuur verdedigde deelscore werd het tijd voor wat actie.

De belangrijkste afspraak die Sjoerd met mij maakte toen we aan deze parenreeks begonnen was: ‘Niets moet en alles mag als je denkt dat het goed is’. Zijn eigen woorden indachtig opende hij de zuidhand met 3♠, west doublet. Ik dacht dat het nu zomaar slem kon zijn voor de tegenpartij en besloot om er eentje bij te doen, 4♠, om het bieden voor OW wat lastiger te maken. Toen het daarna doublet, allen pas ging was ik allerminst gerust op een goede afloop.  De vierkaart harten die je ‘er eigenlijk niet bij hoort te hebben’ als je preëmptief opent bleek echter goud waard. 

West startte met twee hoge ruiten, de tweede getroefd door Sjoerd. ♠A en schoppen na was voor oost, die een derde keer ruiten speelde. Sjoerd deed een klaveren weg en troefde de nagespeelde klaveren. Uitgaande van de lengte harten in west speelde hij nu een harten uit hand via 8, naar V. Klaveren na getroefd en weer harten. West kon zich niet voorstellen dat de leider zowel H als B nog zou hebben en bukte, waardoor dummy aan slag kwam met 10 en op B10 de resterende harten in de hand weg konden. 4♠x -1 was geen top omdat de latere winnaars van de avond doorboden naar 6♣, dat er net niet in zit.

 

Meteen op het volgende spel bleek maar weer eens dat goed bieden niet altijd hetzelfde is als goed scoren. Anders dan in viertallen moet een manche bij paren minimaal 50 % kans hebben, voordat het op termijn loont om hem te bieden.

Vier van de zes paren eindigden in 4♠, dat dankzij het gunstige ruitenzitsel wordt gehaald. Als je al niet vanaf de start tegen een ruitenaftroever aanloopt (waarna je altijd nog een hartenslag verliest), is alleen het goed zitten van ruitenboer (50%) niet voldoende. Erwin & Jelle bleven netjes in 2♠ zitten en kregen daar precies 10% voor.

 

In ronde 2 mochten we tegen Bert & Rinus en daar zaten een paar boeiende spellen tussen:

Vijf van de zes paren zaten in een ruitendeelscore, die vier keer werd gehaald. Bert kon ditmaal terecht klagen: ‘Dat heb ik weer, altijd moeten ze mij hebben’, want wij lieten de leider (Rinus) kansloos. Kleine schoppen voor  ♠B, schoppen na voor ♠H, schoppen na voor ♠A. Nu ♣H waarop Sjoerd een oneven aantal klaveren aangaf en 10 na bezegelde het lot van de leider, -1 en een volle nul voor de mannen.

 

Rinus nam meteen op het volgende spel op fraaie wijze wraak:

Het biedverloop:

West

Noord

Oost

Zuid

Henk

Rinus

Sjoerd

Bert

   

pas

1

pas

1

pas

3

pas

4SA

pas

5

pas

6

a.p.

 

 

 

 

 

 

 

Op zich begreep ik dat er nu een aas weg kon zijn, maar dat was allerminst zeker. Ik ben lang niet zo goed als (en ook een stuk lelijker dan) Agnes Snellers, dus ik durfde tegen slem geen kleine klaveren onder mijn ♣H vandaan te starten. Nadat Bert een overslag had gehaald, scoorde hij het spel met een ‘vijfje’. Tegen 6SA zou ik immers de ♣-start ook niet hebben gevonden…… Overigens werd de klaverenstart twee keer gevonden, maar dan tegen 4en ongetwijfeld nadat in het bieden naar het ontbreken van de klaverencontrole aan het licht was gekomen.

 

Vervolgens waren wij weer aan de beurt om te scoren, waarbij vooral Spel 4 pijn deed bij de oppies.

Bert besloot zijn hand als een sterk tweekleurenspel te verkopen, waarna het bieden eindigde in 3SA, te spelen door Rinus. Na ruitenstart waren er niet meer dan acht slagen. Op de frequenstiestaat was te zien dat de meeste spelers de zuidhand op 1-niveau hadden geopend en daar ook gelijk mochten spelen. In 1♠ werden respectievelijk 7, 9 en 10 slagen gehaald. Michel Jansen opende met 1♣, ook rondgepast, en haalde zelfs 12 slagen! Met zorgvuldig tegenspel kunnen OW de schade beperken tot 11 slagen. Bert was dus op de goede weg, maar ja, wie gaat er nu vrijwillig naar 5♣ in paren als je ook 3SA kunt proberen?

In het verdere verloop van de avond deden we het ook best goed en hadden we over geluk ook niet te klagen. Alleen in Ronde 4 was ik wat al te optimistisch in het bieden en dat werd door Hauke & Jan Marius twee keer afgestraft.

Op spel 22 werd er door alle paren een ander contract gespeeld, uiteenlopend van 3 gedoubleerd -2 in NZ via 5♣ en 6♣ in OW tot 6 gedoubleerd -5. Bij ons opende Sjoerd 1, west 2♣, waarna ik meende dat mijn hand mooi genoeg was voor een bijbodje van 2. Oost bood nu zonder omwegen 5♣ en Sjoerd had een opgelegd 5-bod (alhoewel, 5 komt ook zeker in aanmerking). Geef mij V en het is al een uitstekende uitnemer. Jan-Marius had eerst 6♣ willen bieden, maar kon dit smakelijke hapje niet laten lopen, doublet. De verdediging was genadeloos, vijf down, -1100. Geen ramp omdat 6♣ gehaald wordt voor -1370 (♠H goed en dankzij AH in zuid kun je op V je schoppenverliezer lozen), maar ja dan moeten er wel meer paren zijn die het bieden.

Op het laatste spel van de avond zat de helft van het veld (dat klinkt toch imposanter dan drie paren ;)) in het koude 6SA. Tegen mij startte Kitty met een kleine klaveren, waardoor ik meteen 12 slagen heb en zelfs kans op een 13e. Helaas had ze er geen vierkaart harten naast en kon ze al haar klaveren vasthouden waardoor ze in de laatste slag met een opgeluchte lach ♣B nog maakte.

 

© Henk van Doren 20 februari 2020