Een warm welkom in Groningen!
Geplaatst op maandag 7 oktober 2019 door Rinus Spit

Een warm welkom in Groningen!

 

Na 22 jaar in het midden van het land te hebben gewoond, zijn Marja en ik deze zomer teruggekeerd naar de Stad. We kwamen door de jaren heen nog regelmatig naar het Noorden, voor bezoek aan familie en vrienden én om te bridgen natuurlijk. Hoewel ik wel meerdere jaren lid van de Zeerob ben geweest om in het team van de oude mannen (+Wiebe) in de eerste divisie te spelen, heb ik nog nooit aan de clubcompetitie meegedaan. Daar moest natuurlijk verandering in komen. We zijn allebei lid geworden, ik om vast te spelen, Marja om af en toe eens in te kunnen vallen. Nog voordat we goed en wel verhuisd waren meldde zich ook al een maat, Rinus Spit. 

 

Als nieuwbakken lid bekijk je natuurlijk de website van de club en daar vond ik een boeiend document onder het kopje ‘ambities Zeerob’. Bij bedrijven zou zoiets een ‘mission statement’ of een ‘Way We Work’ heten. Daar stond onder andere in geschreven dat we deel zouden gaan nemen aan misschien wel de sterkst bezette clubcompetitie van Nederland. Hmmm, dat zeiden ze bij STAR en bij de Lombard volgens mij ook, maar ik ben toch zeer benieuwd of we daar een beetje kunnen gaan meedoen om de prijzen. Een ambitie die ik mis is de wens tot een regelmatige verslaglegging van de belevenissen en prestaties van Zeerobbers tijdens de competitie (intern en extern), bekerwedstrijden en toernooien. Bij STAR zat ik in de redactie van het online clubblad, dus bij deze een voorzetje voor iets dergelijks op de Zeerob

 

Dinsdag 24 september was de eerste gelegenheid om de kracht van de clubcompetitie te testen. Zestien paren meldden zich voor een goed bezette butlercompetitie. Met het niveau moet het wel snor zitten, want als gelouterde paren als Ivar & Engbert als 15e eindigen en meerdere andere voormalige meesterklassers ook in het rechterrijtje figureren, speel je niet bij een buurtsoos. Ik was dan ook apetrots op onze eigen 1e plaats en wandelde als op een roze wolk terug naar huis.

 

Dankzij de NBB-uitslagenservice met spelverdelingen kon ik de speelavond thuis nader analyseren en dat werkte redelijk ontnuchterend. Onze goede score bleek voor een flink deel te danken aan welkomstcadeautjes en een uitstekende partner. Drie flinke ontsporingen bij de tegenstanders leverden maar liefst 31 imps op, waarvoor hartelijk dank. Op spellen waar ik zelf het verschil had kunnen maken, liet ik het echter regelmatig afweten.

 

Ik begin met een tamelijk onschuldig ogend spelletje ter illustratie:

 

Als west niet opent is er een goede kans op een rondpas, want de noordhand kwetsbaar aanbieden als een zwak spel met 5-4 hoog is vragen om moeilijkheden. Rinus is echter een trouw aanhanger van de regel van 20 (of 19, zie verderop) en opende dus in de 1e hand.

 

Het bieden:

West

Noord

Oost

Zuid

Rinus

Rienk

Henk

Anton

1

pas

1SA

pas

2

pas

pas

dbl

pas

2

3

pas

pas

3

a.p.

 

 

 

Ik kreeg twee kansen om het goed te doen, maar pakte ze geen van beide. 1SA bieden met de oosthand is niet ieders keus, maar het maakt het in mijn ogen een stuk lastiger voor de tegenstanders om hun fit in de hoge kleuren nog te ontdekken. Dat was hier ook zeker gelukt als ik over 2maar 3 had geboden. Nu bood ik Anton de kans om in de achterhand nog een keer doublet te piepen en dat was ruim voldoende voor Rienk om zich tot twee keer toe in het bieden te mengen. Zoals het spel zit kan ik ook nog 4 bieden, want dat wordt precies gehaald. Toch 7 imps overboord gekukeld.

 

Spel 28 is een interessante 3SA, te spelen door zuid.

 

Marja vond het spel niet zo spannend. Ze kreeg ruitenstart, via V voor H. In slag twee sloeg ze A waar de secce V onder viel en daarna sneed ze over 10 en eindigde zelfs met een overslag toen west een kleine ruiten liet gaan op de vierde harten.

 

Ik kreeg ♠2-start en kwam pas na vier rondjes schoppen aan slag. De schoppen zaten gelukkig wel 4-4 waardoor ik veilig nog een keer van slag kon. Omdat ik aanvankelijk dacht dat west van een vijfkaart was gestart had ik al vlot een harten afgegooid (die kant ging ik immers toch niet op snijden). In slag 5 stak ik over naar A en speelde een harten naar B, genomen met V. West speelde nu klaveren na, die ik nam met H in de hoop dat 10 onder AH zou gaan vallen. Om dezelfde reden zag ik af van de ruitensnit, maar toen de harten vervolgens niet meewerkten was ik down.

 

Ongelukkig of gewoon slecht? Ik vrees het laatste, maar wat is eigenlijk de speelwijze waarmee je je kansen het beste combineert? Die berekening is niet heel eenvoudig. Je hebt drie zevenkaart fits met zes topslagen en V was al een slag geworden. Je hebt dus nog twee extra slagen nodig voor je contract. In klaveren moet daarvoor de snit goed zitten en de kleur 3-3 (of 109 sec in oost) en in ruiten de snit goed en de kleur 3-3. De kleur die het vaakst twee extra slagen oplevert is de hartenkleur vanwege de aanwezigheid van 9. Dat had ik in slag 2 al moeten bedenken in verband met het afgooien in dummy op de schoppenparade, want je wordt gedwongen om je kansen op twee extra slagen in een van de andere kleuren op te geven als je voor de dubbele snit in harten kiest. In praktijk was het dan goed gekomen – je haalt weliswaar maar drie hartenslagen, maar beide overgebleven snits zitten goed.

 

Omdat ik al een harten had afgegooid in dummy, had ik moeten overgaan op plan B, de harten slaan. De kans dat V of 10 in de dubbelton valt is 29%. Lukt dat niet, dan kun je vervolgens nog een snit in een lage kleur proberen, in totaal zelfs een betere kans dan de dubbele snit in harten. Met mijn speelwijze moest ik de terugvaloptie van de snit opgeven voordat ik kon testen of 10 zou gaan vallen (60 % slaagkans). Hoeveel Zeerobbers zouden dit soort percentages aan tafel paraat hebben, ik in ieder geval niet. Overigens nog een compliment aan mijn linkertegenstander. Als west in slag 6 ruiten naspeelt in plaats van klaveren, komt hij onherroepelijk in dwang op de derde harten, omdat hij niet Vx en een driekaart ruiten kan vasthouden in de vierkaart eindpositie.

 

Spel 9 was aardig omdat er aan alle acht tafels een verschillend contract werd gespeeld en in de spellen 9-12 waren er ook twee borden met acht verschillende scores! Op spel 10 was de belangrijkste vraag hoe hoog OW moesten bieden in een klaverencontract:

 

 

 

 

 

Bij ons ging het als volgt:

West

Noord

Oost

Zuid

Rinus

Rienk

Henk

Anton

 

 

pas

pas

1

1

dbl

3

pas

pas

dbl

pas

4

pas

…pas

a.p.

 

 

 

 

 

 

 

 

Aan een paar andere tafels had zuid 2♠ geopend, Muiderberg, en dat ging twee of drie down voor een klein plusje in NZ. Ik vond mijn kwetsbare doublet op 3 al zo dapper dat ik na enige overweging besloot te passen op 4. Ik moet echter bedenken dat de maat waarschijnlijk alleen maar werkende punten zal hebben en dat 5 vaak gehaald zal worden. In praktijk wikkelde Rinus zelfs vlot af naar dertien slagen: -start getroefd, troefje naar het Aas, ruiten getroefd, -snit, A, ruiten getroefd, harten getroefd, waarbij H viel en de verliezende schoppen kon daarna worden geparkeerd op B. Groot slem met tien tegenover acht punten! 5 werd drie keer geboden en één keer gedoubleerd.

 

En dan spel 11:

Na een pas in zuid opende Rinus de westhand met 4♠! en dat mocht hij gedoubleerd spelen, wat in praktijk de par-score was. Eén west die met 3 begon mocht dat ook spelen en halen. NZ eindigden 3x in 4 en lieten zich twee keer verleiden tot 5, beiden -1, maar één keer gedoubleerd.

 

Als zuid leider wordt in 4 is de downvariant wellicht te vinden: H, 10 voor A, A, waarop west zijn/haar tweede ruiten afgooit, ruiten getroefd, kassa. Vanuit oost is het voor gewone stervelingen teveel gevraagd om een kleintje te starten onder A vandaan. Wiveca & Jos zaten in de enige manche die zelfs met open kaarten niet down kon, 3SA.

 

 

 

© Henk van Doren, 7 okt 2019