20 punten van aandacht

Download bijlage:

PUNTEN VAN AANDACHT

(bij het bridgen)

 

Het bridgespel dient volgens de geldende spelregels en etiquette te worden gespeeld, althans als je je voorneemt het spel op serieuze wijze te beoefenen. De wedstrijdleiding vraagt je om hieraan je medewerking te verlenen. Het in de wind slaan van de regels en etiquette kan leiden tot spelbederf en bij anderen de nodige wrevel oproepen. Het zou fijn zijn als je er in de praktijk aandacht aan geeft.

Hieronder volgt een twintigtal aandachtspunten. Ze dienen ertoe om met nóg meer plezier een potje te bridgen!

 

1. Ga bij het begin van een ronde aan de juiste tafel zitten en neem als paar in de juiste windrichting plaats. Ter controle: op het invoerkastje (bridgemate) op tafel staan de juiste namen en windrichting. 

 

2. Ga, voordat je de kaarten bekijkt, allereerst na of het aantal van 13 klopt; het tellen van de hand dient zo’ te gebeuren, dat de beeldzijde naar beneden is gericht.

 

3. Kaart niet na, stop in ieder geval de 13 kaarten direct na de vaststelling van het resultaat weer in de juiste vakjes van het bord.

 

4. Laat een bord gedurende het hele spel in de juiste windrichting liggen; voorkom een foutieve draai. Haal tijdens het spel in geen geval het bord van tafel.   

 

5.  Stapel na afloop van de ronde de borden in de goede volgorde op elkaar, met dien verstande, dat het laagste nummer bovenop ligt en de noord-hand correspondeert met de noord-positie op het tafelblad.

 

6. Wacht met het wisselen voor de volgende ronde op het moment dat de wedstrijdleider het sein daartoe heeft gegeven, d.w.z. ga niet al aan een andere tafel zitten (bridgen) als er nog mensen in de lopende biedronde aan het spelen zijn (het is door de leiding wel toegestaan om bij de bar een drankje te halen of gehoor te geven aan hoge nood en dergelijke).

 

7. Pak pas op kordate wijze een biedkaart als je definitief je keuze hebt gemaakt. Frunniken aan de biedkaarten– en zéker eerst friemelen en daarna passen! -  brengt ongeoorloofde informatie over.

 

8. Houd in de gehele biedperiode de waaier kaarten open; schuif de kaarten vooral niet in elkaar als je net een bod hebt gedaan en de biedronde nog niet is beëindigd: dit gebaar zou (richting partner) kunnen duiden op jouw desinteresse verder te bieden en dat is op zich ongeoorloofde informatie aan partner.

 

9. Leg voordat je een sprongbod doet, eerst het (rode) stopkaartje op tafel en ruim het weer op als je hebt gezien dat de linker tegenstander het heeft opgemerkt.

 

10. Nadat de rechter tegenstander een stopkaartje op tafel heeft gelegd dien je 10 seconden (tellen) te wachten, alvorens een bieding te doen.

 

11. Alerteer als er volgens de spelregels gealerteerd moet worden; alerteer niet als dat volgens die regels niet is toegestaan.

 

12. Zeg tijdens het bieden nooit tegen partner dat hij een door jouw uitgebrachte bieding moet alerteren; zoiets is echt niet geoorloofd.

 

13. Vraag niet naar de betekenis van een gealerteerde bieding, als je de betekenis ervan kent; je mag niet naar de bekende weg vragen met als enige reden dat je bang bent dat je partner de betekenis niet weet en er mogelijk niet naar zal vragen.

 

14. De leider en dummy hebben de plicht om door hen niet correct uitgelegde biedingen aan de tegenstanders kenbaar te maken en opheldering te geven; dat moet gebeuren direct na de biedperiode en nog vóór de uitkomst.

 

15. Degenen die tegenspelen vermelden een foute uitleg van een bod pas nadat het spel is gespeeld en vooral niet direct na afloop van het bieden.

 

16. Kijk bij het neerleggen van een biedkaartje of speelkaart je partner niet (even) aan om te zien of jouw bod hem/haar bevalt. De veranderde gezichtsuitdrukking van partner (één van diep afgrijzen of van grote blijdschap of iets daar tussenin) geldt als ongeoorloofde informatie. Bied en speel op die momenten met een pokerface.

 

17. Los in voorkomende gevallen onregelmatigheden niet zelf aan tafel op, maar vraag de arbiter aan tafel voor advies.

 

18. De arbiter aan tafel ontbieden is volkomen geoorloofd en dient door de tegenpartij zonder meer te worden geaccepteerd. Ga spelers die hiertoe overgaan niet beschimpen met: ‘wat flauw’, ‘wat fanatiek’, ‘wat kinderachtig’ of soortgelijke kwalificaties. Dat heeft geen pas.

 

19. Stel, nadat de laatste speelkaart is gelegd, met z’n vieren allereerst vast hoeveel slagen beide partijen hebben geïncasseerd. Start pas na overeenstemming eventueel de conversatie.

 

20. Mocht iemand (niet de dummy!) aan tafel tijdens het spelen weten of vermoeden, dat een tegenspeler in de lopende slag of in een eerdere slag heeft verzaakt, of mocht de dummy direct na afloop van het spel die conclusie getrokken hebben, roep dan onmiddellijk de arbiter en ga vooral niet zelf in de reeds gespeelde kaarten zitten rommelen! Gebeurt dat wel, dan kan de eventueel gedupeerde partij in het uiterste geval elke vorm van rechtzetting verliezen!

 

 

De wedstrijdleiders/arbiters

van BC De Binnenstad