Competitie- en wedstrijdreglement

Competitie- en wedstrijdreglement Bridgeclub P.E.C.

Artikel  1

Dit reglement is gebaseerd op het Wedstrijdreglement en het ‘boekje clubcompetities’ van de Nederlandse Bridge Bond. De wedstrijden worden gespeeld volgens de ‘spelregels voor wedstrijdbridge’ van de NBB.
Artikel 2

De club kent een algemene ledenvergadering (ALV), een bestuur, een technische commissie (TC), een wedstrijdleider (WL), wedstrijdplanners (WP) en arbiters.
De ALV stelt het competitie- en wedstrijdreglement en het speelplan vast.
Het bestuur is eerstverantwoordelijk voor een goede gang van zaken in de vereniging.
De TC bestaat uit WL, WP’s en arbiters. De WL geeft leiding aan de TC, WP’s en arbiters. De WL is geen lid van het bestuur, maar hij (of een plaatsvervanger) neemt wel deel aan de bestuursvergaderingen.
Artikel 3

De wedstrijdleider (WL) stelt in overleg met TC en bestuur het speelplan op.
Hierin kunnen de volgende wedstrijden voorkomen:
• viertallenwedstrijden, waarbij de paren op viertallenbasis naar sterkte worden ingedeeld in groepen;
• parenwedstrijden, onderverdeeld in:
- competitiewedstrijden, waarbij de paren naar sterkte worden ingedeeld in groepen.   Er wordt gestreefd naar groepen van minimaal 12 paren.
- wedstrijden butler, topintegraal, bijzondere wedstrijden zoals de herfst-, kerst-, paas- en slotdrive.
Artikel 4

De WL kan van het speelplan en/of de gemaakte indeling afwijken indien de opkomst van de leden daartoe aanleiding geeft. Per avond wordt per groep gestreefd naar minimaal 12 paren.
Artikel 5

De wekelijkse speelavond is de dinsdagavond. Het tijdstip van aanvang is 19.30 uur, wat wil zeggen dat op dat tijdstip alle paren aan tafel dienen te zitten om met spelen te kunnen beginnen.
Artikel 6

Aan het begin van het speelseizoen (of tijdens het seizoen indien nodig) wordt de samenstelling van een paar vastgesteld. Een gelegenheidspaar (speler met invaller of combipaar) wordt gelijk gesteld aan het paar in originele samenstelling, tenzij anders aangegeven.
Artikel 7

De paren worden ingedeeld in de groep waarin zij het voorgaande seizoen na toepassing van de promotie/degradatieregeling zijn geëindigd.
Bij een nieuw partnership wordt het paar ingedeeld in één groep lager dan waarin de sterkste speler heeft gespeeld, tenzij beide spelers in dezelfde groep gespeeld hebben. In dat geval worden zij in die groep ingedeeld.

Artikel 8

Paren bestaande uit twee nieuwe leden worden in de regel in de laagste groep ingedeeld. De WL kan, na overleg met het bestuur, van deze regel afwijken indien de speelsterkte van het nieuwe paar hiertoe aanleiding geeft.
Artikel 9

Indien een paar verhinderd is, dient het dit een week tevoren te noteren op de afmeldlijst, of telefonisch of per e-mail te melden aan de wedstrijdplanner (WP) uiterlijk op de dag voorafgaand aan de wedstrijddag.

Artikel 10

Indien één der spelers van een paar verhinderd is, mag de partner met een invaller spelen mits dit vóór het in vorig art. genoemde tijdstip wordt gemeld. Het verdient aanbeveling om eerst via de WP na te gaan of er nog andere leden voor die avond geen partner hebben (-->combipaar).

Artikel 11

Een gelegenheidspaar (speler met invaller of combipaar) speelt in principe in de groep waarin de sterkste speler thuishoort. Men krijgt de behaalde score; de speler die een klasse hoger (of lager) speelt, krijgt een score van + (of –) 3%.

Speelt men met een invaller van buiten de vereniging, dan kan men ten hoogste een score behalen die in de vaste samenstelling in die serie is behaald of ten hoogste 50% als er in die serie in het geheel niet in de vaste samenstelling werd gespeeld.

Artikel 12

Indien het aantal paren in twee groepen oneven is, wordt een samenspeeltafel gebruikt. De paren uit de hoogste groep spelen aan die tafel NZ.

Ook kan de WP een paar indelen in een hogere groep (het krijgt dan de behaalde score

+ 5 %) . De WP kiest in principe een paar dat dicht bij de 50 % in zijn groep staat.
Artikel 13

Als het aantal paren in een groep oneven is, zijn stilzitten onvermijdelijk. Voor het resultaat van een serie telt de betreffende avond  ‘het gewogen gemiddelde’.
Artikel 14

De clubcompetitie bestaat uit een aantal series van 4, 5 of 6 speelavonden. Na iedere serie promoveert en degradeert 25% van het aantal paren per groep, afgerond naar beneden.
Indien dit organisatorisch gewenst is, wordt er versterkte of verminderde promotie of degradatie toegepast. Een en ander ter beoordeling van het bestuur, op voorstel van de TC. Dit wordt voorafgaande aan de serie bekend gemaakt.

Artikel 15

De competitie topintegraal bestaat uit een aantal zo evenredig mogelijk over het seizoen verspreide speelavonden. Bij afwezigheid wordt de score toegekend zoals omschreven in art.16.   Om de topintegraal te kunnen winnen, dient men tenminste 80% van het aantal wedstrijden in de vaste samenstelling te hebben gespeeld.

Artikel 16

Om in een serie te kunnen promoveren moet een paar minstens de helft van het aantal wedstrijden van een serie hebben gespeeld in de vaste samenstelling. Voor de eerste twee wedstrijden die een paar heeft gemist, krijgt het zijn gemiddelde score over de in de vaste samenstelling gespeelde wedstrijden, met een maximum van 50% en voor elke volgende zijn gemiddelde met een maximum van 40%.

Artikel 17

Wanneer een paar een competitieronde niet kan spelen wegens vakantie (vooraf te melden) of door ernstige ziekte kunnen ze buiten mededinging in de competitie worden opgenomen en blijven ze in hun lijn gehandhaafd. 

Bij langdurige afwezigheid degradeert een paar de eerste keer niet, daarna één keer wel.

Buiten mededinging meespelen is niet mogelijk, tenzij de WP om organisatorische redenen het paar of een lid van het paar als invaller(s) wil laten meespelen =gastpaar of gastspeler).

Als  op eigen initiatief wordt gespeeld met een invaller dan doet men mee in de competitie.

Wanneer een paar, al dan niet met een invaller, minder dan de helft van een aantal wedstrijden in een serie heeft gespeeld, kan het paar niet promoveren maar wel degraderen.

Artikel 18

Wanneer door omstandigheden een extra paar moet promoveren, kan hiervoor niet een pas gedegradeerd paar in aanmerking komen.
Artikel 19

Het bestuur stelt jaarlijks in overleg met de WL een regeling vast waardoor de clubkampioen en de slemkampioen wordt bepaald.
Artikel 20

Voor het toekennen van meesterpunten wordt het Reglement Meesterpunten van de NBB gevolgd.

Artikel 21

Bij alle wedstrijden zijn systeemkaarten verplicht. Deze behoren volledig te zijn ingevuld en ongevraagd bij de tegenstanders op tafel te worden gelegd.

Wanneer deze ontbreekt wordt men geacht Biedermeier Groen te spelen.

Artikel 22

 Biedsystemen en conventies die door de NBB als “Hoogst Ongebruikelijke Methoden of Bruine Sticker conventies” worden aangeduid, zijn niet toegestaan.

Artikel 23

De TC geeft richtlijnen voor het gebruik van biedingboxen, de stopregel en de verplichting tot alertere n.

Artikel 24

Bij foutieve speelwijzen beslist een arbiter tijdens de avond hoe hier mee om te gaan. Protesten tegen arbitrale beslissingen worden later behandeld door de TC.

Artikel 25

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.op voordracht van de TC.

Artikel 26

Bezwaren tegen het onjuist hanteren van dit reglement dienen schriftelijk bij het bestuur te worden ingediend.

 

Goedgekeurd in  de A.L.V. gehouden op 5 september 2017.

 

 

Aanhangsel Wedstrijdreglement Bridgeclub P.E.C.

 

Reglement Clubkampioenschap

 

Aan het eind van elke serie wordt aan ieder paar volgens onderstaand schema ratingpunten toegekend.

Bij afwezigheid of bij spelen buiten mededinging eindigt een paar op de laatste plaats van zijn lijn en krijgt de daarbij behorende punten.

Het paar, dat aan het eind van het seizoen de minste punten heeft en voldoet aan de overige in het wedstrijdreglement genoemde voorwaarden, is clubkampioen.

De clubkampioen moet minimaal 80% van de mogelijke wedstrijden hebben gespeeld en van de gespeelde wedstrijden minimaal 80% in de originele samenstelling.

Bij gelijke rating beslist het gemiddelde percentage over de voor het clubkampioenschap door het paar gespeelde wedstrijden.

 

Ratingpunten:

 

Plaats   Lijn A  Lijn B   Lijn C   Lijn D

1          0          10        20       30

2          2          12        22       32

3          3          13        23       33

4          4          14        24       34

5          5          15        25       35 enz.

20        20        30        40       50

 

 

 

Reglement Slemkampioenschap

 

In de competitie- en topintegraalwedstrijden worden voor het bieden, maken en niet-maken van klein en groot slem volgens onderstaand schema punten toegekend. Het paar dat aan het eind van het seizoen de meeste punten heeft en voldoet aan de overige in het wedstrijdreglement genoemde voorwaarden, is slemkampioen. De kampioen moet minimaal 80% in de originele samenstelling habben gespeeld. Bij een gelijke stand beslist het gemiddelde aantal punten over de voor het slemkampioenschap door het paar gespeelde wedstrijden.

 

Slempunten:

 

Geboden en gemaakt klein slem in kleur       2 punten

                                                          In sans        3 punten

                                               Niet gemaakt       -1 punt

 

Geboden en gemaakt groot slem in kleur      4 punten

                                                          In sans         5 punten

                                                Niet gemaakt       -2 punten

 

Zwolle, september 2010